Abonneer Log in

Sociaal werk achter gesloten deuren

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 11 tot 15

Naast de druk op de gezondheidszorg, neemt ook de druk op welzijn toe. Veel mensen met nood aan sociale en administratieve ondersteuning staan nu voor gesloten deuren. Die gesloten deuren staan haaks op het DNA van sociaal werk. Hoog tijd voor een meer nabije hulpverlening, volgens sociaal werkers uit wijkgezondheidscentra.

Door de beperkte fysieke en emotionele nabijheid van andere diensten krijgen patiënten geen gehoor.

Een laagdrempelig loket, onthaal of dienst waar ze kunnen binnenstappen om hun vraag te stellen, is belangrijk.

Het coronavirus blijft alom aanwezig, ook in de hulpverlening. Sociaal werkers uit wijkgezondheidscentra worden door hun inbedding in een gezondheidscontext tijdens deze pandemie des te meer geconfronteerd met de impact van sociale problemen op de gezondheid. Hun brugfunctie tussen gezondheid en welzijn staat onder druk, want de toegang tot welzijn gerelateerde hulpbronnen voor kwetsbare doelgroepen blijft een groot probleem.

Dertien sociaal werkers uit 10 wijkgezondheidscentra spraken over hun opdracht, en welke impact de Covid-pandemie daar op heeft. Ze pleitten voor meer nabijheid op de eerste lijn, tijdens maar ook na deze crisisperiode. En als we nadenken over een toekomstvisie van het sociaal werk, moet die nabijheid ook als basis dienen voor breder structureel werk.

SOCIAAL WERKERS ALS BRUG TUSSEN GEZONDHEID EN WELZIJN

Sociaal werkers in wijkgezondheidscentra werken samen met andere eerstelijnszorgverleners om zorg te verlenen die beantwoordt aan de behoeften van patiënten. Zij richten zich voornamelijk op de welzijnsnoden van kwetsbare groepen, en tijdens de Covid-pandemie zijn zij (meer dan ooit) bezig met directe individuele dienstverlening. Tegelijkertijd willen ze hun brugfunctie tussen gezondheid en welzijn, zowel binnen als buiten het WGC, blijven uitoefenen. Die brugfunctie zien sociaal werkers binnen de wijkgezondheidscentra als hun kernopdracht. Verpleging, kinesitherapeuten, en voornamelijk artsen fungeren als toegangspoort naar het eerste contact met sociaal werk binnen het centrum. Om die doorverwijzing naar sociaal werk te kunnen maken, is een welzijnsgericht perspectief op gezondheid nodig. Het binnenbrengen van die brede kijk op gezondheid is bijgevolg een belangrijke taak van sociaal werkers.

Daarnaast maakt de sociaal werker in het wijkgezondheidscentrum patiënten wegwijs in het welzijnslandschap. Het is de speler die de sociale kaart van de buurt kent en zo doorverwijzingen en samenwerkingen met formele en informele organisaties faciliteert. Patiënten maken zo kennis met een netwerk van hulpverlening. Al de andere partners in het welzijnslandschap, met elks hun specialisme, zijn noodzakelijk om structurele veranderingen en langetermijnoplossingen voor patiënten te voorzien. Of zoals een sociaal werker het zelf verwoordt: 'Ik ben bijvoorbeeld geen specialist rond werken of wonen. Dus ik moet sowieso samenwerken met externe partners om mensen echt gedegen te kunnen helpen.'

Door de beperkte fysieke en emotionele nabijheid van andere diensten krijgen patiënten geen gehoor.

En dat is nu net wat er tijdens deze pandemie fout loopt. Door de beperkte fysieke en emotionele nabijheid van andere diensten krijgen patiënten geen gehoor. Administratieve vragen stapelen zich op. Het contact met andere diensten loopt moeizaam, ook voor sociaal werkers zelf. Daardoor komt de brugfunctie tussen gezondheid en welzijn van sociaal werk in een wijkgezondheidscentrum onder druk. Maar patiënten hebben die brugfunctie nu des te meer nodig, doordat ze zelf geen contact kunnen maken.

VERLOREN OP DE BRUG

De coronacrisis heeft aandacht voor het mentaal welzijn en de geestelijke gezondheid van uiteenlopende bevolkingsgroepen op de voorgrond gezet. Zo pleit de Hoge Gezondheidsraad voor meer erkenning voor geestelijke gezondheid en steun voor de sector. Maar wat met het sociale aspect van gezondheid? Er is nog steeds een enorme toestroom van patiënten in wijkgezondheidscentra met administratieve vragen en bezorgdheden rond tijdelijke werkloosheid en de daaraan gekoppelde uitkeringen. Door de onbereikbaarheid van de vakbonden, de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen en andere overheidsdiensten, geraken patiënten met deze vragen echter niet zelf bij de desbetreffende diensten. Ook andere welzijnsdiensten houden hoofdzakelijk nog de deuren gesloten. Dit heeft grote gevolgen, vooral voor diegenen die zonder inkomen vallen. Aan persoonlijk engagement van personeelsleden bij die organisaties ligt het alvast niet. Veel sociaal werkers uit de wijkgezondheidscentra hebben directe, persoonlijke contacten met iemand uit een externe dienst die digitaal vragen opneemt. Dit contact zorgt dan wel voor een verhoogde toegang voor de sociaal werkers, maar de rechtstreekse bereikbaarheid en toegankelijkheid voor patiënten verandert hiermee niet. Het laatste stukje zelfredzaamheid van mensen die voor de coronacrisis al veel moeilijkheden hadden maar nog wel een afspraak aan een loket konden maken, wordt zo ontnomen. Met andere woorden: het organiseren van toegankelijke sociaal administratieve en maatschappelijke diensten is ook essentieel. Een sociaal werker getuigt: 'Waar mensen de grootste last van hebben, is het feit dat hun geld niet gestort wordt. En als ze bellen naar een dienst en uren in wacht staan en al hun belkrediet kwijt zijn, waarna er niemand aan de lijn komt of de telefoon dichtsmijt. Dat is, voor hun welzijn, minstens even belastend als binnen moeten blijven.'

OPROEP TOT MEER NABIJHEID

Sociaal werkers uit de wijkgezondheidscentra hebben tijdens de Covid-pandemie dan ook een belangrijke rol gespeeld om er te zijn voor patiënten en de toegang tot bepaalde hulpbronnen mogelijk te maken. Dit is een rode draad doorheen hun verhaal. Patiënten zelf benadrukken het belang van die nabije relatie. Maar ook voor deze sociaal werkers waren telefonische consulten een tijd de norm. Voor sommigen een noodzakelijk kwaad, voor anderen in bepaalde situaties juist erg efficiënt. Toch geeft iedereen aan niet zonder fysieke contacten te kunnen werken. Gesprekken voeren op een veilige manier of wandelconsulten inplannen, is nodig en volgens de sociaal werkers ook zeker haalbaar. Ze willen collega's uit welzijns- en gezondheidssectoren dan ook stimuleren om op een creatieve manier nabij te blijven. De gevolgen van de pandemie maken duidelijk dat nabijheid en bereikbaarheid, zowel fysiek als emotioneel, erg cruciaal is. Voor een grote groep patiënten is die fysieke nabijheid van hulpverleners hun enige houvast. Een laagdrempelig loket, onthaal of dienst waar ze kunnen binnenstappen om hun vraag te stellen, is belangrijk. Veel mensen hebben niemand anders. Ze hebben het dan ook nodig om met hun verhaal ergens terecht te kunnen.

Een laagdrempelig loket, onthaal of dienst waar ze kunnen binnenstappen om hun vraag te stellen, is belangrijk.

Maar ook na de coronacrisis blijft het streven naar nabijheid belangrijk. Sociaal werkers uit wijkgezondheidscentra kunnen vanuit een onafhankelijke positie meer flexibel zijn in hun dienstverlening. Zo kunnen ze een vertrouwensrelatie opbouwen met patiënten en zien ze zichzelf ook als vangnet voor enkele heel kwetsbare patiënten. 'Ik kan ook niet zeggen tegen mensen die nergens terecht kunnen, nu ben je al dikwijls genoeg bij mij geweest en nu stopt het. Er zijn mensen die hulp vragen maar overal afgewezen worden omdat ze niet mooi in het vakje passen waar die dienst voor bedoeld is. Dat zijn dan mensen die om de zoveel weken bij mij komen, hé. Of bij de dokter. Gewoon om hun verhaal te doen. Iemand die nog eens tijd maakt voor hen. Iemand die hen aanmoedigt de moed niet verliezen.' Nabij zijn, luisteren en een relatie opbouwen is cruciaal. Alleen zo kunnen verdere stappen in hulpverlening gezet worden.

POLITISEREND SOCIAAL WERK?

Het realiseren van sociale grondrechten vraagt een nabije houding van sociale professionals. Om het recht op hulp te blijven garanderen, moeten alle welzijnsdiensten de mogelijkheid krijgen om zich laagdrempelig en nabij te organiseren. Die nabijheid is één van de vijf krachtlijnen van het DNA van sterk sociaal werk, zoals in 2018 geformuleerd op de Sociaal Werk Conferentie. Sterk sociaal werk houdt echter altijd een verbinding in met de andere krachtlijnen, namelijk generalistisch, verbindend, procesmatig en het politiserend werken.De druk van het individuele werk met patiënten in wijkgezondheidscentra, ook los van de uitdagingen door corona, roept vragen op over de politiserende rol van sociaal werk. Sociaal werkers uit wijkgezondheidscentra worden overstelpt met individuele vragen van patiënten. Ze spenderen het meeste van hun tijd aan één-op-één consulten. Daardoor ontbreekt vaak tijd en ruimte om de rol van belangenbehartiger op te nemen in het signaleren en agenderen van structurele problemen die zij ondervinden in hun dagelijkse werk met patiënten. Nochtans zijn net die individuele verhalen van patiënten een basis om structurele ongelijkheden te agenderen. Ook in internationaal onderzoek worden individuele en klinische taken van sociaal werk in een laagdrempelige gezondheidscontext op de voorgrond geplaatst. Het aanpakken van sociale (gezondheids)ongelijkheid op een breder niveau is vaak afwezig. De politiserende opdracht van sociaal werk blijft zo jammer genoeg vaak een ideaal dat men wil nastreven, maar dat minder vaak concreet in de praktijk wordt gebracht.

Door de Covid-pandemie wordt die kloof tussen het individuele consultwerk en de belangenbehartigersrol in wijkgezondheidscentra verder uitvergroot. Maar ondanks het feit dat veel sociaal werkers het structureel werken een moeilijke en uitdagende opdracht vinden, erkennen ze het belang ervan. Sociaal werkers uit wijkgezondheidscentra kunnen namelijk een belangrijke rol spelen in het signaleren en agenderen van sociale problemen bij kwetsbare doelgroepen. Het 'wijk' aspect van een wijkgezondheidscentrum zorgt voor mogelijkheden om die aandacht voor structureel werk meer in de verf te zetten. Sociaal werkers uit wijkgezondheidscentra hebben een duidelijk zicht op de noden van de burgers in de wijk en het samenspel tussen de medische en sociale impact op gezondheid. Verschillende sociaal werkers engageren zich dan ook om bij partners of op vergaderingen in de wijk hun stem te laten horen over uitdagingen in zowel de gezondheids- als sociale levensdomeinen van mensen. Deze aanpak zorgt ervoor dat naast het wijkgezondheidscentrum, ook andere sociaal werk organisaties, buurtinitiatieven, het lokaal bestuur en de bewoners die signalen opvangen en ook een stem krijgen over bepaalde thema's. Recente ontwikkelingen omtrent 'Integrated Community Care' en zorgzame buurten sluiten hierbij aan.

Toch is er ook hier nog nog veel ruimte om meer aandacht te schenken aan het politiserende en structurele karakter van sociaal werk. Wij zien dus erg veel kansen om te evolueren in de richting van nabije én politiserende wijkgerichte zorg, een duurzaam engagement tussen een reeks partners om de barrières tussen de verschillende sectoren op medisch en sociaal gebied verder weg te werken. Met steeds aandacht voor kwetsbare doelgroepen en structurele oorzaken die sociale ongelijkheid in stand houden.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 11 tot 15