Abonneer Log in

Koffie met Kenny: tussen middelvinger en uitgestoken hand

Onze taal lijkt niet genoeg nuances te bezitten om dit soort gesprek te beschrijven. Dat je iemand wil horen zonder deze per se te begrijpen. Of begrijpen zonder begrip te moeten hebben.

Als ik kon zou ik Jurgen inderdaad diskwalificeren.

Dus wel praten dan? Wel luisteren? Maar ook dat is een ingewikkelde evenwichtsoefening.

De avond van 26 mei 2019 zat ik met een groep vrienden zwijgend op café. De verkiezingsuitslagen waren net bekend en wij met stomheid geslagen. Sommigen gingen die dag voor het eerst stemmen en haast onmiddellijk kreeg hun idee van democratie een flinke deuk. We hadden allemaal wel een tante of een buurman die we verdachten van extreemrechts stemgedrag. Maar dat al die tantes en buurmannen samen opgeteld 18% van de samenleving zouden vormen, hadden we niet durven voorspellen. Mijn verbazing was samen te vatten in een heel simplistisch vraagstuk: dat ik het zo onvoorstelbaar vind dat 'redelijke' mensen extreemrechts stemmen, maar dat ik het nog meer onvoorstelbaar vind dat bijna 20% van de samenleving 'onredelijk' zou zijn.

'Veel mensen willen niet met mij in gesprek. Ze vinden het vanzelfsprekend dat zij hun medeburgers mogen diskwalificeren'. Dat zegt Kenny met wie ik in een café in Blankenberge een koffie drink. Hij beschrijft de linkse elite uit de stad die volgens hem, net zoals de meeste politici, al lang vervreemd zijn van de 'echte bezorgdheden' van de 'gewone man'. Ik herken mezelf in zijn aanklacht. 'Praat jij soms met oudere mensen', vraagt hij. 'Met mijn grootvader', antwoord ik. 'Dat telt niet, geen familie.' 'Nu, met jou?', probeer ik nog eens. 'Nu is het voor een project, telt ook niet.' Ik geef toe dat het niet vaak gebeurt, hij knikt betekenisvol. De links-rechts polarisatie is vandaag glashelder, maar er lopen nog grove lijnen door onze samenleving. Scherpe antagonismen, stillere maar pijnlijke dichotomieën. Die tussen suburbaan en stedelijk Vlaanderen bijvoorbeeld, of tussen jong en oud, laag- en hoogopgeleid. Maar de vervreemding die wij voelen tegenover elkaar heeft niet enkel iets te maken met de zogenaamde 'bubbels' waarin we ons bevinden. Ook met de onmogelijkheid tot gesprek waar Kenny het over heeft.

Het debat over luisteren naar rechtse stemmers is er eentje dat af en toe opwaait en meestal snel weer gaat liggen, het blijkt gevaarlijk terrein. Uitgestoken handen voelen naïef. Waarom plek maken voor meningen die we volgens ons niet mogen en kunnen tolereren? Waarom in gesprek gaan over zaken die voor ons niet eens in vraag te stellen zijn? Harde nee's zijn dan weer elitair. Ze nemen genoegen met de – door politici in de hand gewerkte – polarisatie. Ze maken duidelijk dat we onze buurmannen en tantes het liefst diskwalificeren, dat we het gesprek vervelend vinden. Ze passen niet goed in ons plaatje van een verlichte samenleving.

Als ik kon zou ik Jurgen inderdaad diskwalificeren.

Toen een maand geleden de heisa rond #jurgenslifematters de media overnam, kreeg precies dit vraagstuk leven. Er gingen stemmen op om in gesprek te gaan met Jurgen, die volgens sommigen helemaal geen gevaarlijke gek maar een misnoegde medeburger is. Anderen begrepen dat je naar zo gevaarlijke en luide roepers niet kan en mag luisteren. Wie dergelijk ondemocratisch en gevaarlijk gedachtengoed heeft en deze ook nog eens met terrorisme dreigt te verdedigen, verdient geen plek in het publieke debat. Als ik kon zou ik Jurgen inderdaad diskwalificeren. Ook de Tom Van Griekens of Dries Van Langenhoves van deze wereld verdienen net minder of geen luidsprekers en schermtijd. Deze machtsgeile mannetjes willen namelijk geen gesprek, ze willen hun fiere onbuigzaamheid bewijzen. Hun haatdragend discours heeft geen plek in democratische politiek.

Maar we kunnen niet zeggen dat de ondertussen bijna 25% Vlaams Belang stemmers allemaal machtsgeile mannetjes zijn. Het lijkt mij onkritisch een kwart van Vlaanderen grofweg te diskwalificeren. Zeker omdat hun aanklacht net dit niet gehoord en serieus genomen worden, inhoudt. Bovendien bevinden een groot deel van deze stemmers zich in de marges van de samenleving. Zij zijn het proletariaat van weleer. Hun toegang tot het publieke debat is kleiner, hun onzekerheid en kwetsbaarheid groter en hun gevoel van onmacht niet onredelijk. Deze mensen afschrijven als dom, slecht of onredelijk zou hautain zijn en koren op de molen van de rechtse politici. Zo kunnen zij zich nog meer profileren als de enige rechtvaardige vertegenwoordigers van 'het volk'.

Dus wel praten dan? Wel luisteren? Maar ook dat is een ingewikkelde evenwichtsoefening.

Dus wel praten dan? Wel luisteren? Maar ook dat is een ingewikkelde evenwichtsoefening. Wanneer je zoekt naar middle ground normaliseer je de andere hun standpunten en laat je per definitie toe dat je zelf aan idealen moet inboeten. Wanneer ik rustig zou luisteren en niet oordelen over racistische, seksistische, homofobe, xenofobe of islamofobe uitlatingen zou ik mezelf verloochenen en oneerlijk zijn tegen mijn gesprekspartner. Wanneer ik hier wel over oordeel dan bestaat de kans dat een oprecht luisteren onmogelijk wordt. Enerzijds wil je de mensen waarmee je in gesprek gaat serieus nemen, niet meegaan in het discours dat burgers stemvee zijn die zich blind laten leiden door politieke beloftes. Anderzijds wil je enkel praten met iemand omdat je gelooft dat deze niet volledig instaat voor de haatdragende antwoorden die rechts hen biedt. Een deel van het onbegrip toont hoe grondig we het oneens zijn met door angst, haat, wraak of protectionisme gestuurde meningen. Een ander deel van ons onbegrip bewijst dan weer dat we de bezorgdheden van sommige mensen, door onze eigen privileges, niet zien. Helaas moet je in een gesprek met beide rekening houden.

De Nederlandse taal lijkt niet genoeg nuances te bezitten om dit soort gesprek te beschrijven. Dat je iemand wil horen zonder deze per se te begrijpen. Of begrijpen zonder begrip te moeten hebben. Dat je polemiek toelaat, grondig van mening verschilt, maar toch ruimte laat voor oprecht luisteren zowel als voor onbegrip. Hoe zo een gesprek eruit moet zien, weet ik ook niet. Wel lijkt het mij belangrijk deze vraag niet te laten uitmonden in simplistische antwoorden. Zowel met de naïeve uitgestoken hand als de harde middelvinger doen we af aan de complexiteit van de politieke en sociale situatie en schieten we in eigen voet.