Abonneer Log in

Leve de plichten!

Het wordt tijd dat socialisten terugnemen wat van hen is: een verhaal van rechten én plichten. Dat is de echte emancipatie.

De plicht om Nederlands te leren is de beste garantie om je rechten af te dwingen.

Arbeidsactivering hoort een socialistisch strijdpunt te zijn.

Te veel nadruk op individuele verantwoordelijkheid, te weinig aandacht voor emancipatie. Daar komt één van de voornaamste inhoudelijke kritieken van cultuurwetenschapper Ico Maly op Vooruit op neer. Een vreemde kritiek. Maar vooral tekenend voor een foute invulling van het concept 'socialisme' dat helaas ter linker-linkerzijde maar al te vaak de ronde doet. Socialisme is wat mij betreft immers niets anders dan het besef dat je als individu een verantwoordelijkheid hebt ten aanzien van het collectief, de maatschappij, dat die samenleving een verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van het individu én dat het die dynamiek is die vooruitgang creëert. Voor socialisten is het nemen van je individuele verantwoordelijkheid met andere woorden een essentiële voorwaarde voor emancipatie.

De Internationale omschrijft als volgt: 'Geen recht, waar plicht is opgeheven / Geen plicht […] waar recht ontbreekt'. Rechten en plichten waren van meet af aan voor socialisten inherent met elkaar verbonden. Immers, het systeem van solidariteit zoals de socialisten het uitbouwden, met steun vanuit het collectieve voor individuele vooruitgang, kan enkel bestaan wanneer iedereen zich aan z'n plichten ten aanzien van de samenleving houdt. Daar tegenover staat dat wanneer de rechten van het individu met de voeten worden getreden, die plichten ten aanzien van het collectief ook vervallen.

Het evenwicht tussen rechten en plichten zit op tal van niveaus verankerd in onze samenleving. De verplichting tot het betalen van belastingen en sociale bijdragen, geeft je het recht op een pensioen en sociale bescherming. De verplichting om te stemmen, geeft je recht op inspraak in keuzes die gemaakt worden. Daarom is de afschaffing van de opkomstplicht door de Vlaamse regering een cruciale fout, waartegen socialisten zich terecht verzetten. Het ondergraaft opnieuw het principe dat er niets mis is om tegenover de rechten die je krijgt, ook bepaalde plichten te stellen.

Het is echter al jaren zeer onpopulair om het over plichten te hebben ter linkerzijde. Het 'voor wat hoort wat'-discours wordt gretig afgebrand door klein-links. Hierdoor liet men het plichtenverhaal volledig over aan de rechts-conservatieve krachten die ze verengden tot identitaire plichten. Rechts de rechten en plichten, links de knuffels en uitvluchten.

Een goed voorbeeld hiervan is de houding ter linkerzijde ten aanzien van het Nederlands. Decennialang waren socialisten de voorvechters van ontvoogding, sociaaleconomisch en cultureel. Nederlands kunnen spreken was een recht waar socialisten voor vochten. Vandaag is het een verworven vrijheid maar aarzelt de linkerzijde om het als een plicht te omschrijven. Wie durft zeggen dat wie in Vlaanderen woont Nederlands moet kunnen, wordt gebrandmerkt als een nationalist, als rechts, als conservatief. Opnieuw een voorbeeld van hoe we onze eigen strijd en onze waarden hebben overgelaten aan de rechterzijde. Terwijl dit voor socialisten nooit een issue geweest is en ook vandaag niet zou mogen zijn. Een gezamenlijke taal is essentieel voor gemeenschapsvorming, voor de vorming van een samenleving waarbinnen de rechten van het individu verdedigd kunnen worden. Kennis van de taal is bovendien een cruciaal wapen om als individu je rechten op te kunnen opeisen.

De plicht om Nederlands te leren is de beste garantie om je rechten af te dwingen.

Dat besef werd bij mij nog versterkt tijdens de vele huisbezoeken die ik deed in Mechelen. Zij die de pleitbezorgers van verplichte kennis van het Nederlands verketteren, nodig ik graag eens uit om mee op ronde te gaan. Wanneer je aan de zoveelste deur staat waar iemand open doet die geen woord Nederlands spreekt, dan zakt de moed je werkelijk in de schoenen. Ik herinner me nog goed een oude man die enkel Russisch sprak, een Nederlands onmachtig echtpaar uit Bosnië dat hun kinderen al maanden niet meer had gezien, een bejaard koppel uit Marokko. Vogels voor de kat. Klaar om opgelicht te worden door de eerste de beste sjacheraar. En bovendien: als buren elkaar niet verstaan, hoe zouden ze elkaar dan ooit kunnen begrijpen? De plicht van iedereen om Nederlands te leren – let wel: dat is iets anders dan de verplichting om altijd en overal Nederlands te spreken – en Nederlands te begrijpen, voor jong en oud, is de beste garantie dat iedereen z'n rechten zal kunnen afdwingen en maakt de samenleving hechter.

Arbeidsactivering hoort een socialistisch strijdpunt te zijn.

De plicht om bij te dragen is nog zo een voorbeeld. Enkel wanneer voldoende mensen bijdragen, kunnen we iedereen geven waar die recht op heeft. En dus hoort arbeidsactivering een socialistisch strijdpunt te zijn. Uit noodzaak maar ook uit overtuiging. Omdat activering anders door rechts tot citroenpers wordt gereduceerd. Activering vanuit een eigen progressief verhaal over hoe we door werkbaar werk, flexibelere loopbanen en carrières op maat mensen langer laten bijdragen, over hoe we door gepersonaliseerde begeleiding en vorming mensen naar de juiste job begeleiden, uit de werkeloosheid. 'Wie oren en poten aan z'n lijf heeft, zal moeten werken', zei toenmalig minister van Werk Monica De Coninck in 2013. 'En het is de plicht van socialisten om ervoor te zorgen dat iedereen die plicht ten aanzien van de samenleving in de best mogelijke omstandigheden kan vervullen,' voeg ik er graag aan toe.

Het wordt dan ook tijd dat socialisten terugnemen wat van hen is: een verhaal van rechten én plichten. Dat is de echte emancipatie. Dat is waar socialisten altijd hebben voor gestreden, dat is waar socialisten moeten blijven voor strijden.