Abonneer Log in

Charleroi: opnieuw werk aantrekken

HALVERWEGE DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 32 tot 35

Het huidige college zet sterk in op stadsvernieuwing in de hoop dat werk en geld vlotter hun weg zullen vinden naar le pays noir.

Zelfs mensen die de partij haten stemmen erop omdat ze op een of andere manier van PS afhangen.

Het hart van het project is de Rive Gauche, een groot shoppingcentrum gevuld met internationale ketens.

Laat ik dit stuk beginnen met een herinnering. Een jaar of tien geleden nam ik in Charleroi deel aan een cultureel avondje met schrijvers waarop ook de bekende Franstalige columnist Thomas Gunzig was uitgenodigd. Hij had voor de gelegenheid een surrealistische tekst geschreven waarin alle clichés over de stad werden uitvergroot. De sfeer in de zaal achteraf was ijzig. Tijdens de afsluitende vragenronde stikte een Carolo bijna in zijn eigen stem van woede.

Kritiek ligt in Charleroi, als in geen andere Belgische stad, hypergevoelig. Fijne satire is minder makkelijk te verteren als je al decennialang onder de pletwals van de desindustrialisering ligt. Ook vandaag nog zijn de armoede- en werkloosheidscijfers torenhoog. Bovendien leeft er een algemeen gevoel dat de stad voortdurend gestigmatiseerd wordt, met als toppunt de uitverkiezing door de Volkskrant tot lelijkste stad ter wereld, zelfs vóór steden uit de Roemeense en Siberische rust belt.

De frustratie bij de Carolo's betreft evenzeer een werkelijkheid die weinigen buiten le pays noir zien of willen zien: de stad heeft weinig hefbomen om zich uit het moeras te hijsen. Dat heeft te maken met erfenissen uit het verleden waarin de arbeidersstad niet op de eerste rij stond wanneer op Waals niveau cadeaus werden uitgedeeld. Jarenlang gingen de prestigeprojecten en bijhorende geldstromen naar (vooral) Luik en Bergen. Hoewel het de grootste stad van Wallonië is, herbergt Charleroi geen universiteit. Die vind je in Namen, in Bergen, in Louvain-la-Neuve, in Luik. Overal behalve in Charleroi. De stad is afgesneden van een jaarlijkse instroom hoogopgeleiden – vaak jongeren die al tot een middenklasse behoren – die na hun studies blijven hangen om er te werken en te investeren in een eigen woning. Stel je het Gent voor zonder de studenten. En de Carolo's die noodgedwongen elders hoger onderwijs gaan volgen komen zelden nog terug. Geen enkele andere Belgische stad lijdt zozeer onder een permanente braindrain. Tot zover wat essentiële, onderschatte context bij de huidige politieke situatie.

NIEUWE KANSEN

Hoe moeilijk het ook lijkt, er zijn vandaag kansen voor de stad die er vijftien jaar geleden niet waren. Op federaal niveau zit opvallend veel macht geconcentreerd bij socialisten uit Charleroi met Paul Magnette (PS-voorzitter en burgemeester) en Thomas Dermine (oud hoofd van de PS-studiedienst en staatssecretaris voor Strategische Investeringen en Relance) als belangrijkste figuren. Grote projecten uit de federale pot gaan niet langer aan Charleroi voorbij, integendeel: Charleroi kiest nu eerst. Het meest sprekende voorbeeld is de komst van een nieuwe grote legerkazerne die ongeveer 1.500 jobs moet opleveren. In de carolorégienne is een enorm reservoir jonge, laagopgeleide werklozen en drop outs van het kwijnende Franstalige onderwijs die er aan de slag zouden kunnen. De militaire aanwezigheid is ook een link met de ontstaansgeschiedenis: de wieg van Charleroi is een garnizoen uit 1666. Het voelt aan als een project dat klopt.

De kazerne komt in het geplande Quartier de Futur op de oude, mythische industriesite van La Providence. Dit is het hart van de teloor gegane steenkool- en staalnijverheid langs de Samber en het Kanaal Brussel-Charleroi. Daartoe is al een enorme oppervlakte rond de oude, gedoofde Hoogoven 4 van Carsid vrijgemaakt van fabrieksruïnes. Wie dacht dat het nieuwe bestuur in Charleroi meer oog zou hebben voor het belang van industrieel erfgoed dan de generatie Jean-Claude Van Cauwenberghe komt bedrogen uit. In dit nieuwe stadsdeel op een steenworp van hoofdstation Charleroi Sud is er ook plaats voor een kmo-industriegebied en een stadspark.

Hoe dan ook leeft nu de hoop dat men dit keer het federale manna zal kunnen valoriseren. Dat was nog anders in de jaren 1970 en 1980, de gouden jaren van de wafelijzerpolitiek, toen miljarden franken verspild werden aan een metrolijnen waar nooit een metrostel gereden heeft. Bij de Carolo's zelf heerst veeleer een afwachtend gevoel. Er is al zoveel gelanceerd, zoals rond 2000 ook het plan Futura-sur-Sambre dat de hemel naar de stad moest brengen. Veel meer dan wat marketing heeft het nooit voorgesteld.

DE MACHT VAN PS

Het is opmerkelijk dat de macht van PS lokaal al een eeuw nooit echt getaand is. Zelfs le déclin, die toch al bijna een halve eeuw duurt, raakte haar niet. Vandaag vertegenwoordigt PS in het stadhuis 41,3% van de kiezers. Alleen in de verkiezingen van 2006 kregen ze een klap na een jarenlange schandaalsfeer rond de partij. PS is een parti tentaculaire, diep verankerd in de wijken. Nabijheidspolitiek heet dat. Zelfs mensen die de partij haten stemmen erop omdat ze op een of andere manier van PS afhangen.

Zelfs mensen die de partij haten stemmen erop omdat ze op een of andere manier van PS afhangen.

Alleen PTB (15,7%) kan je een uitdager van PS noemen, al blijft het verschil electoraal gewicht zeer groot. De communisten leven op voet van oorlog met de socialisten. In oktober 2018 eindigden de onderhandelingen over een deelname van PTB in het stadsbestuur in een stofwolk van wederzijdse verwijten.

De communisten zijn evenzeer goed vertegenwoordigt in de wijken (onder meer via de vestigingen van Geneeskunde voor het Volk) en doen PS vooral pijn op haar syndicale flank. Een deel van de socialistische vakbond FGTB sympathiseert met PTB en militeert er zelfs voor. Elke aanvechting die PS vertoont om op te schuiven naar de zogenaamde 'Derde Weg' leidt meteen tot heftige polemieken.

Op links is er ook Ecolo met 7,3%. Charleroi is sociologisch een onherbergzame plek voor ecologisten, hoewel de stad gezien de aanwezige vervuiling, haar gebrekkige mobiliteit en ruimtelijke ordening een electoraal eldorado zou moeten zijn. Van pakweg infrastructuur voor fietsers liggen weinig Carolo's wakker – je ziet trouwens nauwelijks een fiets in de stad. Feit is: in worktown Charleroi is er geen uitgebreide hoger opgeleide middenklasse die doorgaans de sokkel van een groene partij vormt. Blijven over: cdH die ongeveer even groot is als Ecolo en MR (11,2%) die ook al niet veel gewicht in de schaal werpt. Liberaal Kamerlid Denis Ducarme verhuist naar de ville basse om de kiezer een alternatief op rechts te bieden met een zogenaamde 'politiek van het gezond verstand'. Vooral veiligheid is daarbij een punt.

Een opmerkelijk fenomeen is de afwezigheid van extreemrechts. Toch is het potentieel door de explosieve sociaaleconomische cocktail groot, zie de Noord-Frans regio's die kampen met vergelijkbare problemen als Charleroi. Dat bleek ook in de verkiezingen van 2004 toen het Front National zomaar 16,9% van de stemmen haalde. Die onvrede is niet weg, ze is geabsorbeerd. Een goed georganiseerde extreemrechtse partij met enkele charismatische leiders zoals het Franse Rassemblement National zou in Charleroi, maar met uitbreiding in heel Wallonië, kunnen aanslaan.

GIGANTISCHE TRANSITIE NODIG

Over één ding zijn alle partijen het eens: Charleroi, de stad waar ooit tienduizenden arbeidsmigranten uit Vlaanderen, Zuid-Europa, Oost-Europa, de Maghreb en Turkije een toekomst vonden, moet opnieuw werk aantrekken. Daarvoor is een gigantische economische transitie nodig die niets te vroeg komt. De laatste steenkoolmijn in le pays noir (en in Wallonië), Le Roton in Farciennes, is al dicht sinds 1984. Sindsdien bleven de grote sluitingsdrama's zich opvolgen – het laatste was Caterpillar in Gosselies. De langverwachte kentering zette nooit echt door.

Het huidige college zet sterk in op stadsvernieuwing in de hoop dat werk en geld vlotter hun weg zullen vinden naar Charleroi. Daarbij is ze niet vies van gewaagde privéprojecten. In gettoïserende, goeddeels verlaten ville basse tussen de Samber en de Place Albert I gingen hele huizenblokken tegen de grond om plaats te maken voor nieuwbouw. Het hart van het project is de Rive Gauche, een groot shoppingcentrum gevuld met internationale ketens. Los van het feit dat het ironisch mag worden genoemd dat een dieprode arbeidersstad haar hoop stelt in een Amerikaans symbool, zijn ook de effecten onzeker. De steile Rue de la Montagne, de belangrijkste winkelstraat van de stad die de boven- en benedenstad verbindt staat voor driekwart leeg en maakt zelfs overdag een spookachtige aanblik. Er is vooralsnog te weinig koopkrachtige middenklasse in de stad om ook de bovenstad levensvatbaar te houden. De leegstand rukt zelfs op tot de huizen tegen het stadhuis en de Place Charles II, het centrale plein.

Het hart van het project is de Rive Gauche, een groot shoppingcentrum gevuld met internationale ketens.

Er wordt veel verwacht van de ontwikkeling van Charleroi Marina, een nieuw stadsdeel aan het water. De virtuele projecties laten een wijk zien zoals de Oude Dokken in Gent. Hoogbouw voor de betere beurs, een stemmig jachthaventje langs de verlaagde kaaimuren van de gekanaliseerde Samber. De Marina sluit min of meer aan bij het Quartier du Futur. Na realisatie van de plannen en de afbraak van de grauwe administratietorens met dof spiegelglas aan de Porte Ouest zou één van de meest geteisterde stadsdelen weer en toekomst moeten krijgen. Dat is slechts een begin. Charleroi is geen klassieke, organisch gegroeide stad, maar een lappendeken van veertien gemeenten die elk grote noden hebben.

Met de Marina heeft ook de discussie over gentrificatie en sociale verdringing Charleroi bereikt. En daar ligt een nieuwe breuklijn tussen PS en PTB. Maar tot nader order is het ander water dat de geesten het meest beroert: de overstromingen van juli. In Charleroi bleef de rampspoed beperkt, maar dat duizenden onverzekerde Walen in vooral de provincies Namen en Luik zelf voor de schade moeten opdraaien – zo ziet het er naar uit – overheerst ook in Charleroi alle lokale besognes.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 32 tot 35

HALVERWEGE DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Aalst: het Kopenhagen aan de Dender?
Dieter Janssens
Antwerpen: continuïteit met wat rode rimpelingen
Mark Morren
Bergen: rood-groene hoofdstad van Henegouwen
Giuseppina Desimone
Brugge: er is meer dan haven en stedeschoon
Filip Canfyn
Brussel: er beweegt wat in de hoofdstad
Eric Corijn
Charleroi: opnieuw werk aantrekken
Pascal Verbeken
Genk: beleid met de nadruk op continuïteit
Fouad Gandoul
Gent: tussen hamer en aambeeld
Karel Van Keymeulen
Hasselt: stabiliteit maar weinig bezieling
Timmie Van Diepen
Kortrijk: post-renaissance zonder grandmaster Q
Nicolas Bouteca
Leuven: een progressief bestuur in een rijke stad
Walter Pauli
Luik: politieke hoogspanning aan de Maas
Pierre Verjans
Mechelen: bouwen voor de witte middenklasse
Sarah Wagemans
Namen: de schone slaapster wakker geschud
Christophe Deborsu
Oostende: gunstige kentering ingezet
Kathelijn Vervarcke
Roeselare: een olympische evaluatie
Tom Verhelst
Sint-Niklaas: de plannen zijn te mooi om waar te zijn
Johan De Vos
Turnhout: alle bouwstenen zijn aanwezig
Wouter Adriaensen