Abonneer Log in

Luik: politieke hoogspanning aan de Maas

HALFWEG DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 56 tot 59

De rood-blauwe meerderheid zal deze legislatuur wel moeten uitzitten, want de oppositie lijkt niet klaar om de aflossing van de wacht te verzekeren.

Er heeft zich een onderhuidse spanning gemanifesteerd tussen de coalitiepartners.

De betrekkingen tussen de partijen in Luik kennen een eerder vijandig karakter.

De legislatuur is halverwege. En dus presenteerde de rood-blauwe coalitie (PS-MR) tijdens de gemeenteraad van 27 september 2021 haar evaluatie van het strategisch programma dat aan de basis lag van haar beleidsverklaring. Dat programma bevatte 137 actiepunten, waarvan er ondertussen 38% zijn gerealiseerd, ongeveer 50% in uitvoering zijn en 12% nog in de lade liggen. Voor dat laatste moeten vooral externe oorzaken worden gezocht: de coronapandemie, een grootschalige cyberaanval die de gemeentelijke servers platlegde en de overstromingen van deze zomer.

POLITIEKE AARDSCHOK IN 2018

De Luikse kiezer schudde, tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018, de politieke krachtsverhoudingen dooreen, na onthullingen over de hebzucht van de bestuurders van de intercommunale Publifin. De drie traditionele partijen betaalden een hoge prijs: zij verloren, in vergelijking met de gemeenteraadsverkiezingen van 2012, 19 zetels (op een totaal van 49), een gezamenlijk verlies van 39% (hoewel slechts een verlies van 17% van de stemmen, een verschil dat op rekening moet worden geschreven van de Imperiali-methode die bij gemeenteraadsverkiezingen wordt gehanteerd om de beschikbare zetels te verdelen en die de grote partijen bevoordeelt). Een en ander had als gevolg dat PS na dertig jaar zijn coalitiepartner, de christendemocratische cdH (de oude PSC), in de steek moest laten. Met haar kon immers rekenkundig geen meerderheid meer worden gevormd. En dus ging PS, met 17 zetels de grootste partij, aan de slag om een nieuw college te formeren. Zij onderhandelde gelijktijdig met de MR pour Liège(10 zetels) en met de Vert Ardent (waarvan 6 van de 8 verkozenen lid zijn van Ecolo). Onderhandelingen met PTB zijn nooit een ernstige optie geweest. Er werd zogezegd wel onderhandeld, maar dat was eerder voor de galerij, waarbij er geen wederzijdse concessies werden gedaan en de verwijten – van slechte wil – elkaar om de oren vlogen, omdat er aan de ene kant te weinig pragmatisme aan de dag werd gelegd, of aan de andere kant te weinig politieke wil werd getoond om de dingen te veranderen. Met Vert Ardent liep overigens ook niet alles van een leien dakje. PS had weinig vertrouwen in de twee onafhankelijke verkozenen en de meerderheid zou sowieso krap zijn geweest (25 zetels op 49); daarmee red je het niet zes jaar lang.

Ook moet worden gezegd dat Christine Defraigne, de lijsttrekker van MR pour Liège, er tot op het laatste moment mee rekening hield dat PS een olijfboomcoalitie (met cdH en Ecolo) zou optuigen en haar partij dus finaal op een zijspoor zou worden gezet. Dat zou uiteindelijk niet gebeuren. Een bipartite geeft nu eenmaal meer stabiliteit dan een tripartite en bovendien had Defraigne, eveneens voorzitter van de Senaat en Waals parlementslid, zich al eerder acceptabel getoond voor PS. Onder de vorige legislatuur had zij immers een motie van de meerderheid gesteund die zich verzette tegen het verhoor thuis van personen die ervan worden verdacht migranten onderdak te verlenen. De huidige coalitie bestempelt Defraigne als 'centrum-centrum-rechts', terwijl Jean-Pierre Hupkens, schepen van Cultuur en Interculturaliteit én voorzitter van de PS-federatie van het Luikse arrondissement (2017-2021), spreekt van een coalitie met 'centrum-linkse' signatuur.

DE VERKIEZINGEN IN 2019

Laat ons nu eerst een blik werpen op de resultaten van de federale, regionale en Europese verkiezingen van 2019, én de resultaten van de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen van 2018, in de nasleep van de Publifin-affaire. Daaruit leren we dat de lijsttrekkers van PS en MR zichzelf enige bewegingsvrijheid hadden verschaft om een college te formeren, aangezien zij beiden betere resultaten konden voorleggen op het gemeentelijke niveau dan op het provinciale niveau. Met andere woorden, zij wisten de voorspelde neergang (in de peilingen) af te remmen. Maakt men bovendien het gemiddelde van de drie verkiezingen die in 2019 plaatsvonden, dan stelt men vast dat de resultaten van PS die van de provincieraadsverkiezingen van 2018 quasi evenaren, hetgeen wel een verlies van 3,3% betekent in vergelijking met de (gemiddelde) resultaten van 2014, maar ook aangeeft dat haar kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen meer bekendheid genoten en minder gestigmatiseerd waren door de Publifin-affaire. Bij MR manifesteert zich dezelfde trend. Bij de (drie) verkiezingen in 2019 verliest zij in Luik gemiddeld 5,3% in vergelijking met de verkiezingen van 2014, maar haalt de lijst MR pour Liège ook een betere score dan de provinciale lijst. Wat PTB betreft: zij gaat in 2019 gemiddeld 8% procent vooruit. Maar in 2018 doet zij het bij de gemeenteraadsverkiezingen iets minder goed dan bij de provincieraadsverkiezingen, ondanks het feit dat op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen de naam prijkte van de mediagenieke Raoul Hedebouw. Ecolo ging in 2019 dan weer gemiddeld 9,3% vooruit; maar de lijst Vert Ardent presteerde bijna 3% minder goed dan de provinciale lijst in 2018. CdH, ten slotte, deden het in 2019 gemiddeld 4,3% minder goed dan in 2014. De resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen en de provincieraadsverkiezingen varieerden dan weer bijna niet.

KEUZES EN COMPROMISSEN

De beleidsverklaring van het Luikse schepencollege somt op de eerste plaats de plannen op inzake huisvesting, stadsrenovatie en mobiliteit. Pas daarna worden kwesties zoals veiligheid, ecologie en solidariteit aangesneden. Het strategisch programma, dat voortspruit uit het initiatief 'démarcheparticipative Liège 2025', werd op 30 september 2019 aan de gemeenteraad gecommuniceerd. Zo werden de voornaamste burgerinitiatieven gelanceerd, te weten: stadsplanning, mobiliteit, klimaattransitie, veiligheid, netheid, nabijheid, enzovoort – in die volgorde.

Er heeft zich een onderhuidse spanning gemanifesteerd tussen de coalitiepartners.

Uit de gesprekken die ter voorbereiding van deze bijdrage werden gevoerd, onthouden we dat er zich een onderhuidse spanning heeft gemanifesteerd tussen de coalitiepartners. Aan de prioriteiten zoals die bij aanvang van de legislatuur werden afgesproken, lijkt er niet te worden gemorreld. Maar toch is de situatie gaandeweg behoorlijk complexer geworden. Zo wordt er sinds 1919 gewerkt aan de aanleg van een tramlijn. De overstromingen van deze zomer hebben voor extra (verkeers)problemen gezorgd en door de pandemie verloopt de aanvoer van materialen minder vlot, waardoor de werken aan de tramlijn wellicht pas in de herfst van 2023 zullen worden afgerond. Bovendien zullen vanaf dit jaar ook de zware budgettaire gevolgen van de wet inzake de responsabilisering van de lokale besturen (uit 2011) voelbaar worden, waardoor het budget niet alleen dit jaar maar ook en vooral de komende twee jaar in de gaten zal moeten worden gehouden: 'De pensioenuitgaven zullen de Stad Luik in 2021 41 miljoen euro kosten, en dat bedrag riskeert in 2023 op te lopen tot 69 miljoen (12% van het globale budget), vooraleer in 2024 te plafonneren rond de 65 miljoen', luidens de schepen van Financiën. Deze enorme pensioenlast is een uitvloeisel van de beslissing om zeer grote aantallen ambtenaren vast te benoemen tijdens de eerste drie decennia na de Tweede Wereldoorlog (1945-1975). De responsabilisering van de lokale besturen, gekoppeld aan de gestegen levensverwachting en de onmogelijkheid om nog langer statutaire aanwervingen te verrichten, zorgt voor een wankele financiële situatie, waarbij de stad moet gaan onderhandelen met de Waalse regering (PS-MR-Ecolo). En die durft, sinds Publifin, nogal eens de zweep hanteren als het gaat om Luikse bestuurders.

Dit amalgaam van spanningen doet geen deugd aan de betrekkingen tussen de coalitiepartners. Om nog niet te spreken van de veiligheidsproblemen in de publieke ruimte, een kwestie waar vooral de liberalen van wakker liggen. Deze meerderheid zal deze legislatuur wel moeten uitzitten en er is ook niemand die het in zijn hoofd haalt om een constructieve motie van wantrouwen, zoals voorzien in het Decreet Lokaal Bestuur, op tafel te leggen. Want de oppositie lijkt niet klaar om de aflossing van de wacht te verzekeren. Niet alleen omdat daar in de meerderheid niet over wordt gerept, maar ook omdat de betrekkingen tussen de partijen in Luik een eerder vijandig karakter kennen.

De betrekkingen tussen de partijen in Luik kennen een eerder vijandig karakter.

PTB blijft herhalen dat deze meerderheid voor de belangen van een miniem deel van de bevolking opkomt en niet voor die van iedereen. Voor haar zijn de liberalen rechts. En de burgemeester geen man van links, want hij bestempelt zichzelf als 'burgemeester van de Luikenaars'. Met Vert Ardent, zegt PTB, 'deelt men bepaalde standpunten, maar andere weer niet' en ook de politieke opvattingen van cdH zijn verschillend van de hare.

Vert Ardent erkent dat met het strategisch programma voor een linkse koers werd gekozen, maar dat de linkerzijde nogal 'snel tevreden is', niet altijd doet wat zij zegt en onderdeel is van een meerderheid die niet vies is van een of andere koehandel waarbij iedereen zijn graantje kan meepikken; voor haar is PTB een (te) heterogene club, die een (te) brutale oppositie voert.

De christendemocraten van cdH, ten slotte, hebben een meer genuanceerde kijk. Zij foeteren vooral op de 'kleingeestigheid' in de betrekkingen tussen meerderheid en oppositie, betreuren dat PTB aandachtzoekers zijn en overwegen niet om een kartel te vormen in de aanloop naar de verkiezingen van 2024. Zij zijn vooral op zoek naar partners om mee te onderhandelen.

Het laatste woord is voor een anoniem gemeenteraadslid: 'Algemeen gesproken, haalt de oppositie nooit zwaar uit in Luik. Want de essentie van het politieke spel bestaat er in te weten met welke partner PS de volgende keer in zee gaat. Dat maakt … dat de oppositie al te voorkomend optreedt ten opzichte van de meerderheid, in de hoop te mogen meebesturen de volgende keer'.

(Voor dit stuk vonden verschillende gesprekken met lokale kopstukken in Luik plaats)

Vertaling: Jan Vermeersch

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 56 tot 59

HALVERWEGE DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Aalst: het Kopenhagen aan de Dender?
Dieter Janssens
Antwerpen: continuïteit met wat rode rimpelingen
Mark Morren
Bergen: rood-groene hoofdstad van Henegouwen
Giuseppina Desimone
Brugge: er is meer dan haven en stedeschoon
Filip Canfyn
Brussel: er beweegt wat in de hoofdstad
Eric Corijn
Charleroi: opnieuw werk aantrekken
Pascal Verbeken
Genk: beleid met de nadruk op continuïteit
Fouad Gandoul
Gent: tussen hamer en aambeeld
Karel Van Keymeulen
Hasselt: stabiliteit maar weinig bezieling
Timmie Van Diepen
Kortrijk: post-renaissance zonder grandmaster Q
Nicolas Bouteca
Leuven: een progressief bestuur in een rijke stad
Walter Pauli
Luik: politieke hoogspanning aan de Maas
Pierre Verjans
Mechelen: bouwen voor de witte middenklasse
Sarah Wagemans
Namen: de schone slaapster wakker geschud
Christophe Deborsu
Oostende: gunstige kentering ingezet
Kathelijn Vervarcke
Roeselare: een olympische evaluatie
Tom Verhelst
Sint-Niklaas: de plannen zijn te mooi om waar te zijn
Johan De Vos
Turnhout: alle bouwstenen zijn aanwezig
Wouter Adriaensen