Abonneer Log in

Sint-Niklaas: de plannen zijn te mooi om waar te zijn

HALVERWEGE DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 76 tot 79

Het steeds maar goede nieuws wordt op den duur ongeloofwaardig als ze niet genuanceerd wordt door elementen die niet zo zoet zijn in het Land van Waas.

De sociale 'sense of urgency' ontbreekt in dit bestuur.

Sint-Niklaas is een scholenstad, maar de maaltijden op school worden afgebouwd.

Het zijn niet meer de kerktorens, de vijf 'Blokken van Amelinckx' en de toren van het stadhuis die de skyline van Sint-Niklaas vormgeven, neen, in deze jaren zijn het de bouwkranen. Straten en pleinen worden heraangelegd met groen en aandacht voor fietsers en voetgangers. Er rijzen glimmend nieuwe gebouwen. De rechtervleugel van het stadhuis werd getekend door de mensen van het architectenbureau Robbrecht en Daem en de restauratie van de gewezen Paterskerk is werk van Stéphane Beel. Het zijn vermaarde architecten, alles met oog voor ecologie en duurzaamheid. De gewezen technische school in het stadscentrum is nu een site met gemengde bestemming. Ze biedt rust en diversiteit in het binnenste van de binnenstad. Het Welzijnshuis en allerlei voorzieningen voor bejaarden werden in een groene zone gepland. Prinses Delphine onthulde er haar beeld met het vijf meter hoge woord 'Love'. Overal in de binnenstad worden nieuwe wijken aangelegd, vaak op de terreinen van de teloorgegane breigoedindustrie. De winkelstraat is autovrij en er zijn partijen met water, bomen en bloemen. Ingehuurde straatartiesten op stelten verleiden er winkelende moeders. Kinderen stoeien in ondiepe waterpartijen rechtover het Huis van de Sint.

Ook die verdomde, kale, Grote Markt wordt heringericht, met bomen dit keer, een dreef en water. 'Gezellig' en op mensenmaat. De stad bergt een heerlijke bibliotheek en ze wordt daarvoor beloond met een nieuw gebouw waar zowat alles wat een link heeft met cultuur mogelijk zal zijn. Het wordt een blikvanger, desnoods met een elegante toren. Er zijn plannen voor een nieuw zwembad in de buurt van het al verdorde nog nieuwe voetbalterrein. De stad krijgt zes lobben waar de natuur zal heersen. Overdekte waterlopen worden er open gemaakt en er mag niet meer gebouwd worden. Sint-Niklaas moet zichtbaar groen worden. Het was een belofte aan de groenen. Die groenen vormen een coalitie met de liberalen en N-VA; en dat alles onder de leiding van N-VA-burgemeester Lieven Dehandschutter. We lezen het 'Beleidsplan 2019 - 2024' onder de titel 'Samen maken wij de stad van morgen'. De 50 plannen zijn ambitieus en geïnspireerd op teksten van de Verenigde Naties. Het is te mooi om waar te zijn, zeker voor een zo korte periode. Er moeten keuzes worden gemaakt. Wat eerst? Wie betaalt? Wat zijn de prioriteiten?

De Belgische wetten voorzien belangrijke bevoegdheden voor burgemeesters. Als burgervaders staan ze dicht bij de bevolking. Zo kunnen ze, met kennis van zaken en aanvoelen doen wat nodig is in hun gemeente. Ik maakte de zelfzekere CVP'er drankenhandelaar Paul De Vidts mee met veel aandacht voor de middenstand, hij werd opgevolgd door de socialistische economist Freddy Willockx, die bekend stond voor zijn bewogen relatie met de bevolking en dienstbetoon. Tegenover deze twee is de jurist Lieven Dehandschutter een minder opvallende verschijning. Hij fietst, drinkt geen alcohol, luistert en doet daarna onverstoorbaar hetgeen hem goeddunkt. We kunnen hem beter niet onderschatten. Zijn aandacht gaat naar de bekende Vlaamse waarden, zijn houding is koppig en rechtlijnig. Het zijn de adviezen van externe studiebureau die aan de basis liggen van zijn beslissingen. Dat is veilig en verdedigbaar maar het past niet bij zijn attitude en uitganspunt 'Samen maken wij de stad van morgen'. En dan, op een dag wapperen er Catalaanse vlaggen aan het stadhuis. Vlaggen en banners, dat is zijn ding.

Tegelijk is er de specifieke eigenheid van Sint-Niklaas. Een centrumstad met veel voorzieningen, scholen, cultuur, zieken- en bejaardenzorg, een vlotte administratie, maar geen waterloop, weinig industrie, weinig groen, een nogal norse bevolking die daar wel woont maar niet zo fier is op haar stad en vooral veel onzichtbare armoede. Het is de stad waar kritiek niet als opbouwend maar als bevuilend wordt ervaren. Ik zie stickers met de mededeling 'linkse ratten rolt uw matten' en veel leeuwenvlaggen die er niet alleen hangen op feestdagen. Het beleidsplan bestaat uit vijftig punten, en bij de eerste lezen we 'Sint-Niklaas een eigen gezicht, 'een smoel' geven is hierbij essentieel.'

De coalitie N-VA, Groen en Open VLD brengt Vlaams Belang, Vooruit, CD&V en de PVDA in de oppositie, en dat geeft niet eens zoveel vuurwerk. Sint-Niklazenaren zijn tam. Het wekt de indruk dat het ene gemeenteraadslid van de PVDA evenveel oppositie voert dan al de anderen samen. De ooit zo militante socialisten en wijze CD&V'ers posten vooral familietaferelen op Facebook. Ze krijgen er veel like'jes voor. Het gebeurt dat de partij 'Groen' geen commissie inricht in de aanloop van de gemeenteraad gewoon omdat ze geen punten op de agenda hebben. En van Open VLD met haar ene schepen kan je niet verwachten dat ze veel invloed heeft op het beleid. Er was wel eens een voorstel vanuit de oppositie om de betonblokken rond het station (om terroristische aanslagen tegen te houden) te beschilderen in 'kleurtjes', of erger nog, om de steunzuilen van de achthonderd meter lange spoorwegbrug, creatief aan te pakken. In deze context betekent 'creatief', letterlijk en figuurlijk 'goedkoop'. Het is een schaamlap voor de serieuze problemen.

In tijden van corona werden veel voetpaden afgeschaft ten voordele van waanzinnig grote terrassen voor de cafés. Het was alvast een keuze. De vlaggen en banners dienden dan om de bevolking aan te zetten om te consumeren. Zorg voor de middenstand is traditie in Sint-Niklaas. Toch is er minstens evenveel leegstand in de winkelstraten in vergelijking tot andere centrumsteden. Sint-Niklaas is de stad van het goede nieuws, van ballons, de Sint en wielerevenementen. Alle middelen zijn goed om de bevolking aan te zetten om te houden van hun stad. Het gebeurt met het jaarlijks aanstellen van een ambassadeur, Alex Carlier bijvoorbeeld van Hooverphonic of dit keer Caroline Pauwels, de vurige rector van de VUB die inderdaad van Sint-Niklase afkomst is. Het gebeurt niet alleen met de slogans op vlaggen en banners, maar ook via opvallend lovende artikels in de plaatselijke pers en kunstig beschilderde telefoon- en elektriciteitskasten. Hoe lief toch allemaal, zou je denken.

De sociale 'sense of urgency' ontbreekt in dit bestuur.

Het steeds maar goede nieuws wordt op den duur ongeloofwaardig als ze niet genuanceerd wordt door elementen die niet zo zoet zijn in het Land van Waas. Er is de grote maar nauwelijks zichtbare armoede bijvoorbeeld, vooral bij kinderen met een migratieachtergrond. Eén op vier kinderen leeft in armoede. Het cijfer daalt niet. Een gemeenteraadslid van Vooruit is duidelijk: 'De sociale 'sense of urgency' ontbreekt in dit bestuur. Er is een sterk armoedeplan maar omdat de primaire sociale reflex in de rest van het beleid vaak afwezig is, blijft het plan nog te veel alleen papier. Aandacht voor de meest kwetsbaren is ook nodig in economie, cultuur, ondernemerschap, maar daar ontbreekt zeer vaak de link. Het stadsbestuur heeft weinig aandacht voor de zwaksten. De deelsteps, bijvoorbeeld zijn trendy en 'cool' voor jonge mobiele mensen, minder voor wie zwak ter been is, of het voetpad nodig heeft. Tegelijk wordt het openbaar vervoer afgebouwd'. Het stadsbestuur moet veel geld lenen (schijnbaar meer dan ooit) om de prestigieuze ingrepen te betalen. Het kan toch niet anders dan dat het een last legt op de toekomst. Dat er niets overblijft voor de sociale noden.

De ambitieuze plannen hebben hun prijs. Behalve het geld is er ook nog het gegeven dat projectontwikkelaars en aannemers schijnbaar vrij spel krijgen. Er wordt onafgebroken gewerkt, vaak met de outdoorradio op volle kracht. Er is veel lawaai en de werken blijven duren. Als de werken aan een tehuis voor ouderen meer dan drie jaar duurt is dat tegelijk de gemiddelde tijd dat een bejaarde er verblijft. De Ankerstraat bijvoorbeeld was na de werken weliswaar proper aangelegd, maar sindsdien kreeg ze nooit meer diezelfde allure. Dat is decennia geleden, maar nog altijd zo. De milieupolitie is onderbezet en werkt alleen tijdens de kantooruren. Hoe kan ze controle houden op alles wat gebeurt – het lawaai, de nachtelijke autoraces in het centrum, de verwerking van de 3.000 toepassingen van asbest, het naleven van de coronaregels. En dan blijkt dat het computerprogramma dat de termijn van de milieuvergunningen moet bewaken niet functioneert. Het moet lukken. Het gaat niet over kleinigheden.

Sint-Niklaas is een scholenstad, maar de maaltijden op school worden afgebouwd.

Sint-Niklaas is een scholenstad, maar de maaltijden op school worden afgebouwd. Het is nefast voor die vele kinderen uit arme gezinnen. Steeds meer jongeren kloppen aan bij het OCMW. Ook het goed georganiseerd interne busverkeer wordt afgeslankt. Er zijn weinig sociale woningen en tegelijk is er veel leegstand bij die sociale woningen. In het Peter Benoitpark wordt de hoogbouw met sociale appartementen vernieuwd maar veel bewoners hebben in die tussentijd geen alternatief. De gewone wachttijd voor een sociale woning is acht jaar. Het bouwen van luxe appartementen trekt een rijkere bevolking aan, dat is goed voor de stadskas en het houdt de straten 'proper'. Het bouwen van sociale woningen veroorzaakt het omgekeerde. Deze denkwijze staat niet in het beleidsplan maar ze leeft.

Sint-Niklaas was de stad van het breigoed, van het metaalverwerkende bedrijf Nobels Peelman en het asbest verwerkende bouwmaterialenbedrijf SVK, deze bedrijven en veel werkgelegenheid ging teloor. Velen werken nu in de zorg, in scholen, aan de Waaslandhaven en voor distributiebedrijven. Terwijl ik dit schrijf hoor ik dat er een uitslaande brand is bij een kippenbedrijf. Het kleine leven van 165.000 kippen is bedreigd. De stad ruikt ernaar.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 76 tot 79

HALVERWEGE DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Aalst: het Kopenhagen aan de Dender?
Dieter Janssens
Antwerpen: continuïteit met wat rode rimpelingen
Mark Morren
Bergen: rood-groene hoofdstad van Henegouwen
Giuseppina Desimone
Brugge: er is meer dan haven en stedeschoon
Filip Canfyn
Brussel: er beweegt wat in de hoofdstad
Eric Corijn
Charleroi: opnieuw werk aantrekken
Pascal Verbeken
Genk: beleid met de nadruk op continuïteit
Fouad Gandoul
Gent: tussen hamer en aambeeld
Karel Van Keymeulen
Hasselt: stabiliteit maar weinig bezieling
Timmie Van Diepen
Kortrijk: post-renaissance zonder grandmaster Q
Nicolas Bouteca
Leuven: een progressief bestuur in een rijke stad
Walter Pauli
Luik: politieke hoogspanning aan de Maas
Pierre Verjans
Mechelen: bouwen voor de witte middenklasse
Sarah Wagemans
Namen: de schone slaapster wakker geschud
Christophe Deborsu
Oostende: gunstige kentering ingezet
Kathelijn Vervarcke
Roeselare: een olympische evaluatie
Tom Verhelst
Sint-Niklaas: de plannen zijn te mooi om waar te zijn
Johan De Vos
Turnhout: alle bouwstenen zijn aanwezig
Wouter Adriaensen