Abonneer Log in

Noord-Syrië: ook Arabieren willen terug naar huis

ZOMERREEKS 2022 - Zonnige groeten uit

De Arabieren die in 2016 door Rusland, het regime en de Koerdische Volksbeschermingseenheden uit Noord-Syrië zijn verdreven, willen terug naar huis.

Velen in het westen lijken te denken dat Turkije met de aankondiging van een nieuwe militaire operatie in Noord-Syrië, bij Tel Rifaat en Manbij, Koerdische gebieden wil binnenvallen. Echter, in dit geval is eerder het tegenovergestelde aan de hand. De Arabieren die in 2016 zijn verdreven door Rusland, het regime en Koerdische Volksbeschermingseenheden (YPG-strijders) uit deze overwegend Arabische steden zijn verdreven, willen terug naar huis.

Hieronder leg ik uit wat er in 2016 in Tel Rifaat gebeurde, wat de gebeurtenissen in Tel Rifaat (2016) en Afrin (2018) met elkaar te maken hebben, en wat nu opnieuw gebeurt.

TEL RIFAAT (2016) EN AFRIN (2018)

In het licht van de nieuw geplande Turkse operatie in Noord-Syrië, wezen een aantal westerse journalisten direct naar gevaren voor de Koerdische bevolking. Echter, Tel Rifaat en Manbij – de twee gebieden die door de Turken zijn genoemd – zijn Arabische gebieden in Noord-Syrië, die nu onder Koerdisch YPG/PKK bestuur vallen.

De Arabische bevolking van Tel Rifaat werd in haar geheel verdreven in 2016. ‘Waarom ben je gevlucht?’, vroeg ik in maart 2016 aan een Syrische vrouw die de grens met Turkije kwam over gelopen. ‘YPG-strijders hebben ons huis ingepikt.’ Wat?!, dacht ik toen.

In Azaz, net boven Tel Rifaat, in Noord-Syrië, ontmoet ik Abdallah al-Hafi, de Koerdisch-Arabische directeur van de Syrian Local Councils Unit (LACU). Hij zegt dat ‘het verdrijven van de inwoners van Tel Rifaat een met voorbedachten rade en goed georganiseerde aangelegenheid was’. Bij de strijd om Tel Rifaat voerden Russische en Syrische regimevliegtuigen zware bombardementen uit. Op de grond namen Koerdische YPG-strijders uit Afrin het gebied in.

Destijds, in 2016, werd Tel Rifaat gecontroleerd door het Vrije Syrische Leger (VSL). Er was coördinatie tussen Rusland, het regime en de Koerdische Volksbeschermingseenheden (YPG), het Syrische PKK-filiaal. Door de bombardementen sloegen mensen op de vlucht. Er was een totale oorlog in het gebied.

Abdallah al-Hafi vervolgt: ‘De Russen hebben een militaire basis in Tel Rifaat en soldaten van het regime kwamen Tel Rifaat binnen. Hetzelfde gebeurde in Afrin. Dit is het bewijs dat zij [YPG/SDF, het Assad regime, Rusland] onderling coördineren. In het westelijk deel van Noord-Syrië coördineert YPG met de Russen, en in het oosten met de Amerikanen’, stelt al-Hafi.

‘De ervaring van de slag om Tel Rifaat, en de zware gevechten die volgden tussen het VSL en de YPG in Ayn Daqna (boven Tel Rifaat en net onder de grensstad Azaz), waarbij de YPG lichamen van dode VSL-strijders paradeerde op een oplader truck, waren bijzonder traumatisch. ‘Er was een vóór Ayn Daqna, en er was een ná Ayn Daqna. Men zag hoe het lijk van zijn broer, neef of vriend op een oplader truck werd geparadeerd. Daarna was het voorbij. De vrede eindigde daar,’ aldus al-Hafi.

Men zag hoe het lijk van zijn broer, neef of vriend op een oplader truck werd geparadeerd.

‘De YPG-praktijken waren een point of no return voor de Arabische lokale bevolking in de buurgemeenten van Afrin. Het was niet de bedoeling van het VSL om Afrin binnen te gaan. Er waren helemaal geen problemen. Ook niet tussen de Koerden (die tegen Assad waren) en de rebellen (die tegen Assad waren). Ten eerste faciliteerde YPG een Russische basis in Afrin, in Kafr Janna, en Rusland kwam Afrin binnen. Ten tweede, toen het regime werd belegerd in de twee sjiitische enclaves Nubl en Zahraa (ten zuidwesten van Tel Rifaat), lieten ze hen ontsnappen. Ten derde was er Ayn Daqna. Daarna, werd het oorlog,’ stelt Al-Hafi.

Dit alles rechtvaardigde geenzins het vervolgens stelen van huizen van Koerden in Afrin, en door sommigen brigades het gelijkschakelen van gewone Koerden met de PKK. Het geeft echter wel de context waarom rebellen een einde wilden maken aan het PKK-bestuur daar.

Als gevolg van de militaire operatie in 2018 van Turkije/Syrische Nationale Leger (SNA) om de PKK te verdrijven, vluchtten volgens de VN naar schatting 151.000 Koerden Afrin uit. Volgens de Vereniging van Onafhankelijke Syrische Koerden (KKS) is meer dan de helft van de Koerden die uit Afrin waren gevlucht, ondertussen teruggekeerd. ‘Na het besef dat de brigades die naar Afrin kwamen geen jihadisten waren, zoals de PKK-media hen hadden verteld, begonnen de mensen terug te keren,’ vertelt men op het KKS kantoor in Afrin. Niet dat alles in Afrin nu goed is. ‘Het hangt af van brigade tot brigade: in sommige gebieden is het goed, in andere gebieden is het gemiddeld, en in sommige gebieden is het nog steeds slecht,’ vertellen ze. ‘De situatie is wel aanzienlijk verbeterd ten opzichte van die in 2018, vooral na de installatie van Koerdische lokale raden.’

Naar schatting 70.000 Koerden uit Afrin bevinden zich nu nog in het gebied van Tel Rifaat.

‘Naar schatting 70.000 Koerden uit Afrin bevinden zich nu nog in het gebied van Tel Rifaat,’ zegt Azaad Osman, hoofd van de KKS in Afrin. Hij is, met zijn team, met hen in contact. Samen met de leiding van de SNA-brigades poogt hij een veilige terugkeer voor de ontheemde Koerden naar Afrin te bewerkstelligen, door vooraf video’s op te nemen waarin ze mensen oproepen om in hun huizen te blijven totdat de PKK is verjaagd. De angst is dat PKK/PYD de Koerden naar het oostelijker gelegen provincie Raqqa zal vervoeren.

Van de gevluchte Arabieren uit Tel Rifaat en omgeving kon tot nu toe echter niemand terugkeren. Zij verblijven veelal in tentenkampen aan de Turkse grens boven Azaz, en organiseren regelmatig protesten waarin ze hun terugkeer naar Tel Rifaat eisen. Het is dan ook niet vreemd dat juist zij nu een nieuwe Turkse militaire operatie verwelkomen. Meer dan 100.000 Arabieren vluchtten in 2016 uit Tel Rifaat, zei Bachir Aleito Abu al-Kheir, hoofd van het politieke kantoor van Tel Rifaat tegen al-Monitor.

De meeste Syrische Koerden wonen in het noorden van het land tegen de Turkse grens aan. Maar er wonen niet alleen Koerden. Er zijn overwegend Koerdische steden, maar ook overwegend Arabische steden. De Koerden wonen vooral in drie enclaves: het noorden van de provincie Hasaka, Kobani en in Afrin. Plus, in twee wijken in Aleppo.

DE PKK IS NIET ‘DE KOERDEN’

Voor veel Syrische Koerden en Arabieren is het grootste probleem met het huidige bestuur in Noordoost-Syrië dat ze samenwerkt met het Assad regime en met het regime, naast het aan de lopende band ontvoeren van minderjarigen naar hun trainingskampen.

Het hoofd van de door de VS gesteunde Syrian Democratic Forces (SDF), Mazloum Abdi, zei onlangs dat zijn troepen ‘open’ stonden om samen te werken met Syrische regeringstroepen om Turkije af te weren. ‘Damascus zou zijn luchtverdedigingssystemen moeten gebruiken tegen Turkse vliegtuigen,’ meldde Reuters op 5 juni. En YPG-woordvoerder Nouri Mahmoud zei: ‘Wij werken en coördineren met Syrische officials om een verdedigingsplan te ontwikkelen om elke Turkse agressie het hoofd te bieden,’ zo meldde Asharq al-Awsat op 6 juli.

‘Als de PKK-kaders en de organisaties gelieerd aan de PKK het gebied verlaten, zou ons dat een Turkse interventie besparen,’ zegt Mohamed Ismail van de Syrian Kurdish National Council (KNC). De KNC is de belangrijkste Koerdische rivaal van de zusterpartij van de PKK in Syrië, de Democratic Union Party (PYD). In tegenstelling tot de PYD is het in oppositie tegen het regime van Bashar al-Assad, en als zodanig lid van de Syrian Opposition Coalition.

Ismail van de KNC ontkent ondertussen dat PKK-’cadros’ [actieve leden] Syrië hebben verlaten, zoals Mazloum Abdi, het hoofd van de SDF, in november 2020 tegen International Crisis Group vertelde. ‘Het is nooit gebeurd. Integendeel, er kwamen meer PKK-strijders,’ zegt Ismail. ‘Turkije komt omwille van de aanwezigheid van de PKK, de PKK-kaders en de organisaties die banden hebben met de PKK’.

‘Iedereen die besluiten kan nemen, is van Qandil, van de PKK. Zij leiden de Autonome Administratie van Noordoost Syrië. Deze ‘cadros’ zijn Turkse en Iraanse Koerden, het zijn geen Syriërs. Ten tijde van Turkse dreigementen om Noord-Syrië binnen te gaan, organiseren ze demonstraties met foto’s van Abdullah Öcalan, en met slogans en symbolen van de Koerdische Arbeiderspartij. Ze eisen zijn vrijheid op. Ze laten zien dat ze er zijn. Dit is de grootste uitnodiging van Turkije om binnen te komen. Er zouden Syrisch-Koerdische symbolen moet zijn, niet symbolen van buiten Syrië,’ aldus Ismail.

Arabiste Rena Netjes reisde de afgelopen jaren drie keer ruim een week naar verschillende gebieden in Noord-Syrië. Ze hoort op de grond andere verhalen dan in de westerse media. Aangezien Syrische insiders verwachten dat een nieuwe Turkse operatie enkel gericht zal zijn naar Tel Rifaat, focus ik in dit stuk op deze stad. Niemand weet exact wanneer de operatie zal starten, mogelijk in augustus.

Deze bijdrage verscheen in de Zomerreeks 2022: Zonnige groeten uit van Samenleving & Politiek.

Abonneer je op Samenleving & Politiek

abo
 

SAMPOL STEUN

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
MEEST GEKOZEN

SAMPOL COMPLEET

40€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL KORTING

30€/jaar (-25j en +65j)

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL ONLINE

30€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief

Het magazine verschijnt 10 keer per jaar; niet in juli en augustus.
Proefnummer? Factuur? Contacteer ons via info@sampol.be of op 09 267 35 31.
Het abonnementsgeld gaat jaarlijks automatisch van je rekening. Het abonnement kan je op elk moment opzeggen. Lees de Algemene voorwaarden.

Je betaalt liever via overschrijving?

*Ontdek onze SamPol draagtas.