De veroordeling van Dries Van Langenhove is meer dan een voetnoot in het nieuws. Ze is een lakmoesproef voor onze democratie: sluiten we de ogen of trekken we een juridische grens?
Het heeft niet de aandacht gekregen die het verdiende, maar begin dit jaar werd Dries Van Langenhove definitief veroordeeld voor racisme. De voormalige Vlaams Belang-politicus en zijn kompanen van de extreemrechtse vereniging Schild & Vrienden zijn schuldig bevonden aan het aanzetten tot raciale discriminatie, rassenhaat, negationisme en wapenbezit. Met een jaar cel met uitstel en een boete van 1.600 euro kwam hij er nog goed van af. Maar de uitspraak is zowel strategisch als symbolisch belangrijk. Het stelt heel duidelijk: we sluiten niet de ogen voor politiek racisme en durven het ook weer juridisch aan te pakken.
Er bestaat geen postelectoraal onderzoek dat aantoont dat er plots meer mensen voor het Vlaams Blok hebben gestemd omwille van de veroordeling in 2004
Flashback naar april 2004. Drie vzw’s gelieerd aan het toenmalige Vlaams Blok worden veroordeeld voor inbreuken op de antiracismewet. Ook hier wordt juridisch bewezen dat ze herhaaldelijk opriepen tot vreemdelingenhaat, discriminatie en segregatie. Anderhalve maand na het arrest wint het Vlaams Blok met vlag en wimpel de Vlaamse verkiezingen. Een kwart van de Vlamingen kiest voor de partij.
In de media werd het ene aan het andere gekoppeld. Door de veroordeling kon de radicaal-rechtse partij zich in haar favoriete slachtofferrol wentelen en zo de verkiezingen winnen, luidde de redenering. Ze waren veroordeeld door het “politiek correcte establishment, maar vrijgepleit door het volk.” Voor deze claim bestaat echter weinig empirisch bewijs. Er bestaat bij mijn weten geen postelectoraal onderzoek dat aantoont dat er plots meer mensen voor het Vlaams Blok hebben gestemd omwille van de veroordeling. Het is waarschijnlijker dat het Vlaams Blok sowieso zwaar zou hebben gewonnen. Ze hadden om allerlei redenen de wind in de zeilen en wonnen de federale verkiezingen van 2003 ook reeds. Desalniettemin zorgde deze framing in de media wel decennialang voor een terughoudendheid om het racisme van radicaal-rechts nog juridisch te bekampen. Tot het proces tegen Dries Van Langenhove dus.
Men zou kunnen opwerpen dat de veroordeling van het Vlaams Blok hun politici ook voorzichtiger heeft gemaakt in hun discours. Dit klopt wellicht ten dele. In plaats van expliciet racistische standpunten te verkondigen, hanteren ze vaker impliciete of verholen boodschappen – de zogenaamde ‘hondenfluitjes'. Maar een deel van de Vlaams Belang politici heeft die voorzichtigheid de laatste jaren terug laten varen. Om het met de woorden van Filip Dewinter te zeggen: “De bokshandschoen wordt weer opgenomen.”
Uiteraard volstaat het niet om racisme louter juridisch aan te pakken
Uiteraard volstaat het niet om racisme louter juridisch aan te pakken. Racisme is een historisch gegroeid en wijdvertakt systeem dat verweven is met de structuur van onze samenleving. Ook zonder het Vlaams Belang zou er racisme zijn. Het dient te worden bestreden op school, in de media, in het parlement en op sociale media. Maar ook in de rechtbank, en wel om minstens twee redenen.
Een. Uit onderzoek blijkt dat in de meeste Europese landen een kwart tot een derde van de bevolking er racistische attitudes op nahoudt. Hoewel stemmen voor radicaal-rechts velerlei redenen kan hebben, vormen zij een deel van het kiezerspotentieel van radicaal-rechtse partijen in Europa. Toch scoort radicaal-rechts niet in alle landen of regio’s even sterk. Eén van de verklaringen hiervoor ligt aan de aanbodzijde van het partijlandschap. Racistische attitudes worden maar in stemgedrag vertaald, wanneer er een sterke radicaal-rechtse partij aanwezig is die deze attitudes capteert, aanwakkert en kanaliseert richting het stemhokje.
Racistische attitudes worden maar in stemgedrag vertaald, wanneer er een sterke radicaal-rechtse partij aanwezig is
Dit wordt het best geïllustreerd door Vlaanderen met Wallonië te vergelijken. Hoewel de burgers van beide regio’s nauwelijks verschillen in hun attitudes, waaronder deze ten opzichte van migranten, is de politieke uitkomst volledig anders. In Vlaanderen kreeg het Vlaams Belang de ruimte om hun partijwerking gestaag uit te bouwen, in Wallonië voorlopig niet. Dat is ook de reden waarom het doodzwijgen van het Vlaams Belang in Vlaanderen al lang geen goede strategie meer is. Daarvoor zijn ze simpelweg te groot en machtig geworden. Een betere strategie is daarom om hun racistisch discours actief tegen te spreken en hun partij als organisatie te bekampen. Hen juridisch – en dus ook financieel – onder druk zetten is daarbij een van de instrumenten.
Twee. Nog een reden om politiek racisme ook juridisch te bestrijden, is het symbolische belang ervan. Het vertrouwen in justitie daalt in België, ook bij etnisch-culturele minderheden. Bij veel burgers heerst bovendien het gevoel dat racisme niet serieus wordt genomen, en dat racistische politici met alles wegkomen. Net daarom is het symbolisch belangrijk om blijvend de inbreuken op de antiracisme-wetgeving juridisch te bestrijden. Dit geldt zeker wanneer het om politici gaat, omdat net zij een voorbeeldfunctie hebben. In een rechtsstaat staat niemand boven de wet, ook niet wie verkozen is. Dit geldt overigens net zozeer voor politici buiten het Vlaams Belang.
Bij veel burgers heerst het gevoel dat racisme niet serieus wordt genomen
Als maatschappij hebben we democratisch beslist om racisme strafbaar te maken. Dus ook al zouden juridische procedures racistische partijen groter maken – wat niet bewezen is – dan nog moeten we er blijvend op inzetten. Dus laten we hopen dat de veroordeling van Dries Van Langenhove geen eindpunt is, maar het begin van een hernieuwde juridische strijd tegen het racisme van radicaal-rechts. Wie erkent dat racisme de fundamenten van de democratie ondergraaft, kan onmogelijk tegelijkertijd pleiten voor juridische passiviteit.