Uitspraken van Vlaams minister Melissa Depraetere in SamPol brengen sociaal-culturele organisaties publiek in verband met geweld, zonder feitelijke onderbouwing. Wat hier op het spel staat, reikt veel verder dan één subsidiedossier en raakt de fundamenten van de democratische rechtsstaat.
In verschillende landen zien we vandaag hoe kritische maatschappelijke stemmen zoals academici, sociaal-culturele organisaties, kunstenaars, vakbonden en mutualiteiten steeds vaker onder druk komen te staan. Niet noodzakelijk via openlijke verboden zoals het opzet was van de oorspronkelijke wet-Quintin (MR), maar ook via subtielere mechanismen: reputatieschade, financiële sancties, het in twijfel trekken van hun legitimiteit, of het associëren van hun werk met 'extremisme' of 'aanzetten tot geweld' zonder feitelijke onderbouwing. Internationale mensenrechtenorganisaties en academisch onderzoek wijzen erop dat dit een kenmerkende dynamiek is van een breder, toenemend autoritair klimaat, ook binnen formeel democratische staten.
Tegen die achtergrond kijken wij, ondergetekenden - academici, cultuurwerkers en mensen uit het middenveld - met grote bezorgdheid naar recente ontwikkelingen in Vlaanderen.
In een interview met SamPol verklaarde minister Depraetere dat het bij twee sociaal-culturele organisaties "helemaal duidelijk is" dat zij geweld "actief ondersteunen"
In een interview in SamPol verklaarde Vlaams minister Melissa Depraetere dat het bij twee sociaal-culturele organisaties (HOTM vzw en Labo vzw) "helemaal duidelijk is" dat zij geweld "actief ondersteunen", en dat het bij vier andere organisaties (Vrede, Vredesactie, Climaxi en Getbasic) "niet helemaal duidelijk is" of zij dat al dan niet doen. Deze uitspraken werden gedaan in de context van een subsidiebeslissing waarbij, ondanks positieve adviezen van onafhankelijke beoordelingscommissies, subsidies werden ingetrokken of drastisch verminderd. Dit werd gedaan na het 'last minute' invoegen van een vaag criterium over geweld ondersteunen of zich er onvoldoende van distantiëren; de Raad van State zal zich over de wettelijkheid daarvan nog uitspreken.
Tot op heden is geen enkel concreet feit, geen enkele gerechtelijke vaststelling en geen enkel onafhankelijk onderzoek publiek gemaakt dat deze aantijgingen van betrokkenheid bij geweld ondersteunt. Niettemin worden deze uitspraken gedaan door leden van de uitvoerende macht, met onmiddellijke financiële, reputatie- en werkingsschade voor de betrokken organisaties tot gevolg.
Het is belangrijk te benadrukken dat de betrokken organisaties expliciet en consequent werken met vreedzame middelen. Hun activiteiten bestaan uit publiekscampagnes, vorming, het organiseren en betrekken van burgers, het faciliteren van maatschappelijk debat en het inzetten van kunst en cultuur als instrumenten om onrecht zichtbaar te maken en dialoog te stimuleren. Verschillende van deze organisaties hebben bovendien een lange staat van dienst in het actief promoten van geweldloosheid, ook in contexten waarin polarisatie en oorlogsretoriek toenemen.
Dit maakt de ernst van de situatie des te groter. Wanneer organisaties die aantoonbaar geweldloos werken, publiekelijk in verband worden gebracht met geweld, verschuift het politieke debat van inhoudelijke meningsverschillen naar morele verdachtmaking en criminalisering. In een rechtsstaat is dat een gevaarlijke evolutie.
Zware beschuldigingen horen thuis in een juridisch kader, met duidelijke bewijslast en respect voor het recht op verdediging
Deze kwestie overstijgt partijpolitiek. Ze raakt aan fundamentele principes van behoorlijk bestuur, rechtszekerheid en de bescherming van de vrijheid van vereniging en meningsuiting. Zware beschuldigingen horen thuis in een juridisch kader, met duidelijke bewijslast en respect voor het recht op verdediging. Wanneer zij daarbuiten worden geuit, en bovendien gekoppeld worden aan sanctionerende beleidsbeslissingen, wordt een democratische grens overschreden.
De gevolgen beperken zich niet tot de betrokken organisaties. Dergelijke praktijken hebben een aantoonbaar afschrikkend effect op het middenveld als geheel; zie ook de getuigenis van Nina Henkens over hoe Kif Kif omgaat met politieke intimidatie. Organisaties worden voorzichtiger in hun publieke standpunten, burgers haken af uit vrees voor repercussies, en externe actoren zoals banken, verhuurders of subsidiënten nemen preventieve afstand. Dit zogenaamde 'chilling effect' is internationaal goed gedocumenteerd en vormt een sluipende maar reële bedreiging voor democratische tegenmacht.
Ook het subsidiestelsel zelf komt hierdoor onder druk te staan. Het Vlaamse systeem voor sociaal-cultureel werk steunt op onafhankelijke beoordelingscommissies die op basis van dossierkennis en expertise oordelen over kwaliteit, relevantie en maatschappelijke meerwaarde. Wanneer positieve adviezen van die commissies worden genegeerd en vervangen door politieke insinuaties die niet met feiten worden gestaafd, wordt de geloofwaardigheid van dat systeem uitgehold.
Stop met het associëren van middenveldorganisaties met geweld zonder juridische grond
Wij roepen de betrokken ministers daarom op om hun verantwoordelijkheid te nemen. Dat betekent: zich te onthouden van zulke uitspraken zolang er geen juridisch vastgesteld feit bestaat en de uitspraken dus in te trekken. Het betekent ook: stoppen met het associëren van middenveldorganisaties met geweld zonder juridische grond, het oordeel van onafhankelijke beoordelingscommissies opnieuw ernstig te nemen, en expliciet te bevestigen dat vreedzaam, kritisch en soms confronterend middenveldwerk een legitiem en noodzakelijk onderdeel is van een democratische samenleving.
Democratie vergt meer dan formele procedures. Ze leeft bij gratie van maatschappelijke organisaties die mensen samenbrengen, onrecht benoemen en alternatieven verbeelden. Een volwassen democratie bouwt tegenspraak en pluralisme als deel van de checks and balances. In een tijd waarin autoritaire tendensen wereldwijd aan kracht winnen, is het des te belangrijker dat ook in Vlaanderen de democratische spelregels met zorg worden bewaakt en dat progressieve en linkse politici, maar eigenlijk alle politici die de democratie uitdragen, daarin de beste bondgenoten zijn.
Deze tekst werd ondertekend door:
- Pascal Debruyne, docent en onderzoeker gezinswetenschappen & sociaal werk- Odisee hogeschool
- Pieter-Paul Verhaeghe, hoogleraar sociologie - Vrije Universiteit Brussel
- Gillian Mathys, hoofddocent geschiedenis van Afrika - UGent
- Karel Arnaut, hoogleraar antropologie - KU Leuven
- Dirk Geldof, hoogleraar sociologie UAntwerpen & Kenniscentrum Gezinswetenschappen Odisee
- Bart Van Bouchaute, coördinator Academische Werkplaats 'Politisering van/in het Sociaal werk' Associatie UGent
- Nel de Mûelenaere, hoofddocent hedendaagse geschiedenis - Vrije Universiteit Brussel
- Bas van Heur, hoogleraar urban studies - Vrije Universiteit Brussel
- Ilke Adam, hoogleraar politieke wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel
- Hans Grymonprez, docent sociaal werk en social welfare studies, Universiteit Gent
- Iman Lechkar, docent politieke wetenschappen, Vrije universiteit Brussel
- Kevin Smets, hoofddocent media en cultuur, Vrije Universiteit Brussel
- Nele Aernouts, docent stedenbouw, Vrije Universiteit Brussel
- Eva Swyngedouw, docent sociologie, Vrije Universiteit Brussel
- Koen Bogaert, hoofddocent vakgroep conflict en ontwikkelingsstudies, UGent (en bestuurslid bij LABO vzw)
- Arvi Sepp, hoofddocent Centre for Literary and Intermedial Crossings, Vrije Universiteit Brussel
- Eva Van Belle, docent economie, Vrije Universiteit Brussel
- Stef Craps, hoogleraar Engelse letterkunde - Universiteit Gent
- Erik Paredis, hoofddocent politieke wetenschappen - Universiteit Gent
- Gita Deneckere, hoogleraar Geschiedenis - Universiteit Gent en voorzitter Amsab-ISG
- Gert Van Hecken, hoofddocent instituut voor ontwikkelingsbeleid (IOB), UAntwerpen
- Jan Naert, gastdocent orthopedagogiek Universiteit Gent - Psycho-pedagogisch coördinator MFC Levenslust
- Eva Brems, gewoon hoogleraar Rechten van de Mens, UGent
- Ellen Desmet, hoofddocent migratierecht, UGent
- Luce Beeckmans, docent architectuur en stedenbouw, KU Leuven
- Patrick Deboosere, Em. Prof. Vrije Universiteit Brussel
- Maret Dakaeva, coördinator Uit de Marge vzw
- Niko Vandebos, doctoraatsstudente Politieke Wetenschappen - Universiteit Gent
- Mieke Schrooten, docente en onderzoekster sociaal werk, Odisee hogeschool & Universiteit Antwerpen
- Marlies Casier, postdoctoraal onderzoeker vakgroep Sociaal Werk, Universiteit Gent
- Didier Boost, postdoctoraal onderzoeker en gastdocent sociaal werk, Universiteit Antwerpen