Samenleving & Politiek

Na adoptiestop is het tijd voor herstelbeleid

Vlaams minister van Welzijn, Caroline Gennez © Bart Dewaele

Laat de adoptiestop van minister Gennez geen eindpunt zijn, maar de start van een daadkrachtig herstelbeleid voor geadopteerden, geboorteouders en adoptieouders.

Adoptie werd lange tijd omgeven door een discours van welwillendheid en dankbaarheid. Humanitaire rampen en gewapende conflicten gaven aanleiding tot nieuwe adoptiegolven en vormden de bron van het alomtegenwoordige dankbaarheidsdiscours in adoptie. Door de genocide in Rwanda of de val van het Ceausescuregime in Roemenië werden kinderen op gewelddadige manier wees. Het interlandelijk adoptiesysteem gaf deze wezen een nieuwe thuis. Aan deze kinderen kleefde het idee dat ze dankbaar moesten zijn omdat ze gered waren uit deze uitzichtloze situaties. Het beeld van dankbaarheid werd nadien geprojecteerd op elke geadopteerde. Ook op diegene die onrechtmatig gescheiden werden van hun ouders en diegene die uit samenlevingen kwamen waar perfect voor hen gezorgd kon worden.

Het adoptiekind werd geacht zich maximaal te assimileren in zijn nieuwe gezin, zijn nieuwe taal, zijn nieuwe cultuur. Het systeem van interlandelijke adoptie achtte het ondenkbaar dat deze kinderen 'gered' uit miserabele omstandigheden ooit een verlangen zouden koesteren voor een verbondenheid met hun families en land van herkomst. Dat had alles te maken met wiens perspectief domineerde. Het denken over adoptie werd decennialang bepaald door wensouders en adoptieouders. Hun verlangen naar een kind, hun ervaring van het adoptieproces en hun blik op wat goed was voor het kind. De stem van geadopteerden en hun geboorteouders zelf bleef grotendeels buiten beeld.

Herstelperspectief

Daar komt langzaam verandering in. Geadopteerden en geboorteouders eisen steeds meer een plaats op in het debat en brengen een ander verhaal mee. In Vlaanderen verschenen de voorbije jaren podcasts zoals Onomkeerbaar apart en Round and About Adoption waarin de perspectieven van geboorteouders en geadopteerden centraal staan. Zij brengen niet het verhaal van de redding, maar van wat de redding heeft gekost. Goede intenties, zo maken zij duidelijk, sluiten reële schade niet uit. Een systeem dat gedreven werd door oprechte wil om kinderen een betere toekomst te geven, heeft tegelijkertijd families verscheurd, identiteiten uitgewist en mensen levenslang op zoek gezet naar wie ze zijn.

Voor wensouders stopt interlandelijke adoptie nu, voor geadopteerden stopt de impact ervan nooit

Een herstelperspectief op interlandelijke adoptie breekt resoluut met het beeld van interlandelijke adoptie als een sprookje en schept ruimte om de impact van adoptie op geadopteerden en hun families in kaart te brengen. Voor wensouders mag interlandelijke adoptie dan wel stoppen, voor geadopteerden stopt de impact ervan nooit. Geadopteerden uit herkomstlanden waarmee de samenwerkingen één voor één worden opgeschort, kunnen niet gewoon verder gaan met hun leven alsof er niks gebeurd is. Zij krijgen te horen dat de context waarin hun adoptie gebeurde in het huidige tijdsgewricht onwenselijk is geworden. Met de kennis van nu zouden we niet meer samenwerken met deze adoptiediensten en hun partners. Alleen zijn veel geadopteerden levenslang getekend door de kennis van toen.

Voor een buitenstaander lijken sommige adoptieverhalen op elkaar. Ouders die hun kind bewust achterlieten, of ouders die hulp zochten bij iemand die ze vertrouwden en zo hun kind zagen verdwijnen. Twee situaties die van buitenaf op hetzelfde kunnen lijken. Maar voor de geadopteerde en zijn familie is dat het verschil tussen verlaten zijn en ontvoerd zijn. Tussen een keuze en een misdrijf. In deze gevallen van onrecht zijn adoptieouders, net zoals geadopteerden, slachtoffer van de wanpraktijken in interlandelijke adoptie. Adoptieouders zijn dan ook natuurlijke bondgenoten van geadopteerden in hun strijd voor herstel na adoptie. Geen enkele liefdevolle ouder wenst een vervalste familiegeschiedenis voor hun kind. Elke betrokken ouder strijdt mee met hun geadopteerde kind voor het recht op de waarheid.

Moedige stappen gezet

De voorbije tien jaar hebben een reeks gebeurtenissen het adoptielandschap voorgoed hertekend.

De start van de huidige adoptiestop situeert zich in 2019, toen enkele geadopteerden naar de media trokken met hun verhaal waarin ze de adoptiedienst Ray of Hope beschuldigden van medeplichtigheid aan wanpraktijken en documentvervalsing. Geboorteouders werden aangegeven als overleden en vermist in de adoptiedossiers, terwijl ze in werkelijkheid nog leefden. Er volgde een hoorzitting in het Vlaams Parlement en een onderzoeksrapport van een extern panel van experten. Ze stelden een adoptiepauze voor. Na een screening in 2023 verlengde de Vlaamse Regering geen enkele vergunning van de bestaande adoptiediensten, waardoor de voorgestelde pauze er effectief kwam. Heel wat samenwerkingen met zendende landen werden stopgezet. De kandidaat-adoptanten die reeds een procedure startten, werden wel nog begeleid door het Vlaams Centrum voor Adoptie.

Het interlandelijk adoptiesysteem voldeed niet aan de kwaliteitscriteria

Tot eergisteren, 27 april, toen minister van Welzijn, Caroline Gennez (Vooruit), besliste dat interlandelijke adoptie definitief stopt. Enkel de kandidaat-adoptanten die al een match met een kind hebben, kunnen de procedure nog afwerken. Voor diegene die geschikt werden bevonden maar nog geen match met een kind hebben, stopt interlandelijke adoptie. De samenleving ziet in dat het interlandelijk adoptiesysteem niet voldeed aan de kwaliteitscriteria die het Haags verdrag al sinds 1993 uitstippelt. Dat is geen onschuldig inzicht, maar een vertrouwensbreuk met eenieder die vertrouwen had in het interlandelijke adoptiesysteem als een beschermer van kinderrechten.

Een deel van het geld van de adoptiediensten werd geherinvesteerd in een Afstammingscentrum. Daar kunnen niet enkel interlandelijk geadopteerden maar ook binnenlands geadopteerden, metissen van de Belgische kolonisatie en personen voortgekomen uit donorconceptie terecht voor begeleiding bij zoektochten en afstammingsvragen. Ook gaf minister Hilde Crevits (cd&v) in de vorige legislatuur het Vlaams Centrum voor Adoptie de opdracht om klachten van geadopteerden over hun dossiers te gaan onderzoeken in de herkomstlanden.

Nu tijd voor herstelbeleid

We hebben in Vlaanderen dus heel wat moedige stappen gezet, maar van een daadkrachtig herstelbeleid is nog geen sprake.

Het Afstammingscentrum in Vlaanderen kampt met een tekort aan middelen

Zo kampt het Afstammingscentrum met een tekort aan middelen. Zij kunnen de stroom aan aanvragen niet volgen. Mensen met kritieke vragen over hun afstamming, het fundament van iemands leven, worden geacht hun leven verder te leiden zonder die antwoorden. Het niet kennen van je afkomst lijkt voor buitenstaanders zo simpel als een vraag niet weten op een examen. In die logica kan je nog steeds slagen voor het examen van het leven zonder dat éne antwoord. Eenieder die dichtbij een adoptie-ervaring staat, weet dat het niet kennen van je afstamming levenslang een impact heeft op de arbeidsprestaties, het gezinsleven en niet in het minste op het mentaal welzijn. Wanneer die afstammingsinformatie ontbreekt omdat het systeem van interlandelijke adoptie systematisch gefaald heeft, dan kunnen wij als samenleving niet wegkijken. Dan hebben wij de morele plicht om extra te investeren in herstelmaatregelen.

Onderzoekscommissies in het buitenland

In Vlaanderen hebben een reeks individuele dossiers veranderingsprocessen geactiveerd. In landen zoals Zuid-Korea en Canada zijn er waarheids- en verzoeningscommissies aangesteld om de massale mensenrechtenschendingen binnen het landelijk en interlandelijk adoptiesysteem te onderzoeken. De kracht van dit soort processen is dat ze van de wanpraktijken binnen het adoptiesysteem een samenlevingsvraagstuk maken.

In Zuid-Korea bracht de Waarheids- en Verzoeningscommissie na meer dan twee jaar onderzoek naar 367 dossiers een vernietigend oordeel. De commissie concludeerde dat de Zuid-Koreaanse overheid de rechten heeft geschonden van talloze kinderen door hen naar het buitenland te sturen zonder de juiste wetgevende kaders, toezicht of administratieve procedures. Doordat vergoedingen niet door de overheid werden geregeld, kon er een grote adoptie-industrie ontstaan die gericht was op het maken van winst. Aanbevelingen van de commissie zijn onder andere officiële excuses van de staat, compensaties, steunmaatregelen voor herenigingen tussen geadopteerden en hun geboortefamilies, en de wettelijke erkenning van het Zuid-Koreaanse staatsburgerschap voor geadopteerden.

De Canadese commissie documenteerde de rol van het kinderwelzijnssysteem als een instrument van kolonisatie

In Canada liep een gelijkaardig proces rond adoptie van inheemse kinderen. Zij werden decennialang onrechtmatig gescheiden van hun ouders en opgevoed in katholieke staatsscholen waar hun taal, cultuur en zelfbeeld werd uitgewist. De Canadese waarheids- en verzoeningscommissie documenteerde de rol van het kinderwelzijnssysteem als een instrument van kolonisatie. Een deel van deze kinderen belandde in het interlandelijk adoptiesysteem en werd zo ontheemd naar Europa en Australië. De commissie concludeerde dat het wegnemen van kinderen uit hun eigen cultuur, met de bedoeling hen te assimileren in de dominante Canadese of westerse cultuur, neerkwam op culturele genocide. De herstelmaatregelen die de commissie voorstelde zijn onder andere formele excuses, individuele en collectieve reparaties, en aantoonbare maatschappelijke verandering als bewijs van oprecht herstel. Concreet raadt de commissie kosteloze naamswijzigingen aan voor wie door het systeem een andere naam kreeg opgelegd en erkenning van inheemse namen in officiële registers.

In ons buurland Nederland werd er een soortgelijke commissie aangesteld die de rol van de diensten en de Nederlandse overheid onder de loep nam. Het rapport van de commissie-Joustra was vernietigend. In alle onderzochte landen, met name Bangladesh, Brazilië, Colombia, Indonesië en Sri Lanka, stelde de commissie structurele en stelselmatige misstanden vast zoals kinderhandel, kinderdiefstal, kidnapping, babyfarms, vervalsing van documenten en verduistering van staat. Geen incidenten, maar een patroon van schendingen van het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Het Nederlandse rapport spreekt onomwonden van een internationale adoptiemarkt, gedreven door financiële prikkels en de commodificering van kinderen

De motor van het systeem lag aan de vraagzijde. Het rapport spreekt onomwonden van een internationale adoptiemarkt, gedreven door financiële prikkels en de commodificering van kinderen. Adoptieouders konden hun wensen opgeven inzake leeftijd, geslacht en huidskleur, terwijl bemiddelaars elkaar beconcurreerden op snelheid en wachttijden. Strengere controle loste niets op. Bij toenemend toezicht verschoven adoptiekanalen naar landen zonder regulering.

Bemiddelaars waren vanaf het begin op de hoogte van de misstanden en vormden er zelf een instandhoudingsfactor van. Een kritische houding zou het aantal adopties doen dalen, wat indruiste tegen hun institutionele en financiële belangen. De overheid faalde op haar beurt als toezichthouder: zij was tegelijk uitvoerder en controleur, handhaafde nauwelijks en trad enkel op wanneer de belangen van adoptieouders in het geding waren. In een aantal gevallen handelden overheidsvertegenwoordigers zelf in strijd met de geldende regelgeving. De conclusies van het rapport waren zo zwaarwichtig dat de Nederlandse overheid besloot om per direct een adoptiestop in te voeren met een afbouwplan van zes jaar voor lopende adoptieprocedures. Belangengroepen in Nederland hebben kritiek op het afbouwplan en eisen een volledige stop, ook van de reeds opgestarte dossiers.

Welke lessen voor ons?

Uit de inzichten van de commissies in Canada, Nederland en Zuid-Korea kunnen we aantal wijze lessen trekken:

  • Ze beschouwen de impact van wanpraktijken binnen het interlandelijk adoptiesysteem niet als een reeks individuele problemen maar als een maatschappelijk falen.

  • Ze werpen geen 'positieve' individuele verhalen op om de systemische mistoestanden te minimaliseren.

  • Ze beschouwen de impact van de wanpraktijken op de levens van geadopteerden en hun families als een maatschappelijk onrecht waarvoor de overheid een verantwoordelijkheid draagt.

De aanbevelingen van dit soort commissies wegen zwaarder door omdat ze de uitkomst zijn van een collectieve reflectie

De aanbevelingen van dit soort commissies wegen zwaarder door omdat ze de uitkomst zijn van een collectieve reflectie, een hoofdstuk in de geschiedenis van een gemeenschap. Ook in Vlaanderen kan een waarheids- en verzoeningscommissie worden overwogen. Het opdoeken van adoptiediensten gebeurde zonder een verzoeningspolitiek. De samenleving heeft recht om te weten wat de wanpraktijken, gefaciliteerd door deze diensten, hebben aangericht in de levens van geadopteerden en hun families. Je kan als samenleving interlandelijke adoptie niet stoppen omdat er bewijs is van kinderhandel én daar geen verzoeningspolitiek met herstelbeleid aan koppelen.

Nederlandse herstelbeleid als inspiratie

In Nederland werd er, in de nasleep van het rapport, beslist om INEA, een expertisecentrum interlandelijke adoptie, op te richten. INEA heeft als taak om beleid en herstelmaatregelen te ontwikkelen op maat van de noden van geadopteerden. Een aantal proefprojecten van het Nederlandse INEA verdienen de aandacht voor een toekomstig herstelbeleid in Vlaanderen:

  • Geadopteerden die op zoek gaan naar hun geboorteouders kunnen in Nederland rekenen op betaald verlof voor een rootsreis. Het principe achter het betaald rootsreisverlof in Nederland is eenvoudig. Een zoektocht naar je herkomst is geen hobby die je in vakantiedagen opknapt, maar een legitieme levensbehoefte.

  • Bovendien worden gratis DNA-testen aangeboden aan geadopteerden van wie de papieren ontbreken of mogelijk vervalst zijn. DNA-testen zijn een cruciaal instrument in gevallen waarbij de officiële documenten niet te vertrouwen of vervalst zijn door adoptiediensten en hun partnerorganisaties.

  • Daarnaast kunnen geadopteerden in Nederland ook rekenen op ondersteuning bij naamswijziging en dossierinzage, wat de drempel aanzienlijk verlaagt voor wie zijn of haar identiteit wil heronderzoeken.

Deze maatregelen erkennen dat de staat mee heeft bijgedragen aan een systeem dat identiteiten heeft doorgesneden, en dat de staat ook mee verantwoordelijk is om die te herstellen. Maar ook het herstelbeleid in Nederland krijgt kritiek. INEA ligt onder vuur bij belangengroepen van geadopteerden omdat het instituut de expertise recupereert die deze groepen al jarenlang vrijwillig hebben opgebouwd en ontwikkeld. Een herstelbeleid, zo leren we van de Nederlandse situatie, kan enkel slagen mét de belangengroepen.

Ook in Vlaanderen is het nu tijd voor een herstelperspectief na interlandelijke adoptie.

 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
Meest gekozen 

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*