Abonneer Log in

Wanneer politici zichzelf tegenkomen

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 2 tot 4

Als er iets fout zit in de 'Vlaamse subsidiecultuur', dan zit het probleem niet bij het middenveld zelf.


© ID / Joris Herregods

Naarmate meer burgers met migratieachtergrond hoger geschoold zijn, herkennen ze zich minder in het model van de etnisch-culturele zelforganisatie.

Politici passeerden de eigen procedures en decretale kaders in een poging het middenveld naar hun hand te zetten.

'We moeten afrekenen met een Vlaamse ziekte, de subsidiecultuur', aldus Vlaams viceminister-president Ben Weyts. Hij deed deze uitspraak begin april in een tv-debat naar aanleiding van een stroom berichten over het financieel wanbeheer bij Let's Go Urban, een stedelijk dansproject voor kansarme jongeren. Een opmerkelijke uitspraak, want in deze zaak komen politici vooral zichzelf tegen. Het financieel wanbeheer werd mee mogelijk gemaakt doordat de bevoegde politici hun ideologische voorkeuren lieten voorgaan op (bestaande) transparante subsidieprocedures. De onverkwikkelijke affaire stelt scherp op het blijvende belang van een sterk autonoom middenveld, waarbij politici zich beter onthouden van al te directe ingrepen.

Om dit te begrijpen moeten we kijken naar de recente evoluties in het etnisch-culturele middenveld. Dat veld is volop in beweging. Dat heeft veel te maken met de aanhoudende migratiestromen en de groeiende superdiversiteit. De blijvende instroom van nieuwe migranten geeft steeds opnieuw zuurstof aan etnisch-culturele zelforganisaties. Dat nieuwkomers zich zo snel het recht op verenigen eigen maken is een blijk van integratie.

Etnisch-culturele zelforganisaties hebben een erg authentiek middenveldprofiel. Eigen onderzoek toont aan dat ze meer dan andere organisaties de drie belangrijke rollen van het middenveld combineren: gemeenschap vormen, aan dienstverlening doen en maatschappelijke verandering nastreven. Dat is niet onlogisch: nieuwkomers staan politiek en economisch niet sterk genoeg om individueel hun stem te laten horen of diensten op de markt aan te kopen.

Maar ondanks het feit dat zelforganisaties een must zijn voor de participatie van etnisch-culturele minderheden, zijn conservatieve, nationalistische en liberale politici ze liever kwijt dan rijk. Voor de enen leiden ze tot het terugplooien van gemeenschappen op zichzelf en het zich niet inpassen in de dominante cultuur. Voor anderen zet dit organisatiemodel te veel in op emancipatie als groep, waar zij emancipatie bij voorkeur zien als het maken van eigen keuzes en het loskomen van een groepsidentiteit. Ook meer strijdbare, antiracistische organisaties kunnen doorgaans op weinig sympathie uit die hoek rekenen.

De recente opkomst van het sociaal ondernemerschap bij (vooral) jongeren met migratie-achtergrond trok dan ook al snel de aandacht van politici (en ondernemers). Denk aan een A Seat At The Table van Youssef Kobo, Capital van Hassan Al Hilou en Let's Go Urban van Sihame El Kaouakibi. Het meer divers worden van het middenveldengagement van burgers met migratieachtergrond is een gevolg van de groeiende superdiversiteit. Naarmate meer burgers met migratieachtergrond hoger geschoold zijn, een hoger inkomen hebben of niet meer tot de eerste generatie behoren, herkennen ze zich minder in het model van de etnisch-culturele zelforganisatie.

Naarmate meer burgers met migratieachtergrond hoger geschoold zijn, herkennen ze zich minder in het model van de etnisch-culturele zelforganisatie.

Daardoor, en door de sterke groei van het aantal herkomstlanden, wordt het vormen van één 'etnisch-culturele stem' (nog) moeilijker dan voorheen. De moeizame vervelling van het Minderhedenforum van koepel van het etnisch-culturele middenveld tot netwerkorganisatie gaat ook daar over. De recente veranderingen in hun bestuursorganen en werking en de ophef rond de erkenning van een nieuwe participatieorganisatie reflecteren deze evoluties. De concurrentie kwam van een ex-directeur, die met het voor de gelegenheid gecreëerde Join.Vlaanderen sterker wil inzetten op sociaal ondernemerschap.

Het is hier dat de nefaste invloed van politici zich laat gelden. De diversifiëring van organisatievormen in het etnisch-culturele middenveld is in wezen een goede zaak. Het is een uiting van hoe organisaties zich aanpassen aan de sociologische veranderingen van hun achterban. Dit soort vernieuwing gaat zelden zonder slag of stoot. Machtsverhoudingen verschuiven, inhoudelijke conflicten verscherpen en de concurrentie voor middelen en aandacht flakkert op. Een overheid die burgerinitiatief genegen is gaat hier behoedzaam, met voldoende terreinkennis en in overleg met alle betrokkenen handelen. Ze brengt rust en creëert ruimte voor inhoudelijk debat, consolideert bestaande expertise en netwerken maar stimuleert ook vernieuwing en kritische bevraging.

In plaats van een dergelijke regierol op te nemen, in Vlaanderen en in Antwerpen, gebruikten politici subsidies om het etnisch-culturele middenveld in de door hen gewenste richting te sturen, weg van zelforganisatie en collectieve belangenbehartiging en in de richting van sociaal ondernemerschap. Een gevestigde organisatie met jarenlang opgebouwde expertise en netwerken als het Minderhedenforum moest het afleggen tegenover een net opgerichte organisatie als Join.Vlaanderen. De Raad van State schorste de beslissing. Let's Go Urban werd tot drie keer toe door de beoordelingscommissie afgewezen voor Vlaamse cultuursubsidies. Het hield een hele reeks ministers en stedelijke politici niet tegen om de geldbeugel open te trekken.

Politici passeerden de eigen procedures en decretale kaders in een poging het middenveld naar hun hand te zetten.

Als er iets fout zit in de 'Vlaamse subsidiecultuur', dan zit het probleem niet bij het middenveld zelf. Uit onderzoek blijkt dat de meeste organisaties aangeven dat hun werking, financiën en prestaties gecontroleerd worden door de Vlaamse overheid. Het probleem ligt bij de manier waarop politici – in dit geval van Vlaams-nationalistische en liberale signatuur – de eigen procedures en decretale kaders passeren in een poging het middenveld naar hun hand te zetten. De autonomie van het middenveld is er om te verzekeren dat organisaties zich organiseren op de noden en ambities van de burgers die ze verenigen. Verkozen politici zijn er om daarbij het publieke belang te bewaken. Althans in theorie.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 5 (mei), pagina 2 tot 4