Log in

Die andere taalstrijd

Is het niet om gek van te worden? De ecologische en maatschappelijke noden zijn groter dan ooit. Toch slaagt 'links' er niet in om de bevolking te overtuigen dat de problemen niet opgelost maar verergerd worden door de Trumps en de De Wevers van deze tijd. Voor de terugval van Europese socialistische en sociaaldemocratische partijen zijn tal van oorzaken aan te wijzen: van corruptieschandalen langs de migratieproblemen tot het zich stuk regeren in coalities met liberalen. Maar is de terugval niet ook te wijten aan de zwakte van links op cultureel en mediavlak? Waar zijn de populaire linkse kunstenaars gebleven? Wat rest links aan eigen media? Aan eigen taal?

ZO WIN JE VANDAAG HET POLITIEKE GEVECHT

Waarom argumenten niet voldoende zijn
Ruben Mersch
Die andere taalstrijd
Jan-Pieter Everaerts
Het juiste bericht, bij de juiste persoon
Jurgen Masure en Candice Douret
Wat vraagt u voor uw stem?
Philippe De Vries

Zoek je op het web op 'taalstrijd', krijg je direct de 'Vlaams'/'Waalse' spanningen. Maar er woeden tal van andere taalstrijden: op politiek, sociaal, ecologisch, gender- en nog andere vlakken. Zoals ons denken nooit politiek neutraal kan zijn, zijn ook woorden nooit neutraal. Ze worden altijd gebruikt vanuit een bepaalde maatschappelijke positie.

Neem nu het praten over 'de economische crisis'. Wiens crisis? Want is het crisis voor de CEO's en 'banksters' in hun belastingparadijzen? En wie produceerde al hun rijkdom? In het taaltje van 'het patronaat' en de massamedia zijn dat de 'werk-nemers'. Maar 'neemt 'een werknemer' werk?', vroeg sociolinguïst Johan Blommaert zich terecht af in zijn boek Let op je woorden. Politiek, taal en strijd (epo, 2016). Nog aldus Blommaert: 'De relatie tussen 'werk geven' en 'werk nemen' is in wezen precies omgekeerd: het is de loontrekkende die 'werk geeft' (tegen een bepaalde prijs) aan de ondernemer die het 'werk neemt' en het omzet in kapitaal.'

WIE BEGRIJPT 'TINA'?

De taalproblematiek werd de jongste jaren nog ingewikkelder door de verengelsingsgolf waar ook dit maandblad niet altijd aan ontsnapt. Een korte bloemlezing uit de nummers van 2017.

Centraal in het artikel 'Waarom mensen in armoede hun rechten niet kunnen realiseren' (SamPol 2017/10) stond het begrip 'non-take-up'. 'Non-wat'? De auteurs Henk Van Hootegem en Françoise De Boe hadden duidelijk niet de mensen in armoede als doelgroep toen ze hun bijdrage schreven. Ook SamPol 2017/4 begon met een editoriaal-titel die eindigde in het Engels: 'Het probleem met fact check'. Een nummer eerder werd SamPol afgesloten met deze titel in de rubriek 'Uitgelezen': 'Material matters'. Een Engelse titel van een verder volledig Nederlandstalig boek; iets wat je steeds vaker aantreft. Toegegeven: SamPol 2017/5 eindigde met een (grotendeels) Franstalige titel: 'Il faut tuer TINA'. Maar ook hier moest je weer een woordje Engels kennen, want 'TINA' staat voor 'There is no alternative'. Geen alternatief voor het neoliberalisme.

Hoeft het te verwonderen dat er mensen zijn die - zoals een vriend van me die op een Limburgse gemeentelijke dienst werkt - avondcursussen Engels volgen om het vele 'Nengels' van de 'Vlaamse' (sic) overheden te kunnen begrijpen?

MANAGEMENT-ABRACADABRA

Met al het Nengels sloop ook een hoop management-abracadabra ons denken binnen. In hun Klein lexicon van het managementjargon (epo, 2016) werkten Rudi Laermans, Lieven De Cauter en Karel Vanhaesebrouck een visie uit op hoe dit jargon hét vehikel geworden is om de neoliberale ideologie - het gedachtengoed dat stelt dat alles vermarktbaar is - ingang te doen vinden.

Het managementjargon met zijn 'SWOT-analyses' ('Strengths, Weaknesses, Opportunities, Threats'), 'stakeholders' en 'sexy' 'mind mapping', bulkt van de eufemismen en omkeringen die de werkende mensen moeten verwarren en uitbuitbaar maken. Een voorbeeld uit het Klein lexicon: 'Een zinnetje als 'Meer flexibiliteit is economisch noodzakelijk' suggereert een heel andere werkelijkheid dan de uitspraak 'Flexibilisering zal de winsten verhogen'.'

BESPARINGEN? TRANSFERS!

Ook met zuiver Nederlandstalige termen zoals 'besparingen' en 'bezuinigingen' - op de overheidsuitgaven voor openbare diensten zoals NMBS en sociale zekerheid - worden we door politici en media continu een rad voor de ogen gedraaid. Want als de overheid 'bespaart', wie wordt daar beter van? Niet de burger, die minder sociale dienstverlening krijgt.

Maar geeft de overheid met haar besparingen dan niet de nodige 'zuurstof aan onze bedrijven'? Zuurstof? Onze bedrijven? Gaat het niet vooral om de multinationals minder belastingen te doen betalen? Het resultaat van de wereldwijde overheidsbezuinigingen mag ondertussen genoegzaam bekend zijn: de belastingparadijzen floreren. En de acht rijkste wereldburgers hebben samen nu al een vermogen dat groter is dan dat van heel de armste helft van de wereldbevolking. Moet links dan niet consequent de 'bezuinigingen' correct aanduiden als 'cadeaus' voor en 'transfers' naar een via zijn politieke stromannen zichzelf verrijkend 'establishment'?

GRAMSCI'S CULTURELE HEGEMONIE

Aan de Italiaanse marxist Antonio Gramsci (1891-1937) danken we het begrip 'culturele hegemonie'.

Gramsci stelde vast dat elke heersende klasse haar eigen wereldvisie en ideologie ontwikkelt, en dat ze die vervolgens - via continue herhalingen in haar media - voor 'normaal' doet doorgaan bij de hele bevolking. De Amerikaanse systeemcriticus Noam Chomsky vulde aan door op te merken dat de heersende klasse vooral een 'consensus' nastreeft over haar visie bij de voor haar interessante groepen zoals journalisten en onderwijzend personeel. Bij de andere groepen wordt vooral apathie nagestreefd: hen wordt 'geleerd' dat de dingen zijn zoals ze moeten zijn en zoals ze altijd al waren.

Die strijd om het culturele overwicht werd tot op heden door links veel te weinig gevoerd, begaan als veel socialisten waren met het materiële welzijn van hun kiezers - het 'biefstuksocialisme'.

SCHAAMT U ZICH VOOR HET SOCIALISME?

Iemand die Gramsci's raad wel opvolgde, was kruideniersdochter Margaret Thatcher. Van haar is de uitspraak dat haar belangrijkste overwinning er in bestond dat links het rechtse woordgebruik overnam. Wie aan Tony Blair en 'kameraad kapitalist' Gerhard Schröder denkt, figuren uit de moderne sociaaldemocratie, weet dat Thatcher geen ongelijk had.

Zelf het proletarisch voorrecht genietende uit een werkmansbroek geschud te zijn, kan ik u allen, lezers van dit tijdschrift dat zich 'sociaaldemocratisch' positioneert, van één zaak verzekeren: geen 'werkmens' heb ik ooit die termencombinatie in de mond weten nemen. Schaamt u zich voor het socialisme?

Met de claim 'sociaaldemocratisch' te zijn - welke partij claimt er nu niet om én sociaal én democratisch te zijn? - zullen we nooit de hoofden en harten van de werkende mensen terugwinnen. De teloorgang van het socialisme in 'Vlaanderen' spreekt voor zich. Meer dan de helft van de Nederlandstalige Belgen zoekt haar heil bij centrumrechtse tot extreemrechtse partijen die vaak nog de splitsing van het land beogen ook, daar waar de meerderheid (85%) van de 'Vlamingen' (én Brabanders, én Limburgers) dat duidelijk niet wil.

WOORDEN ALLEEN VOLSTAAN NIET

Voor me ligt Le manifeste socialiste, goedgekeurd op het PS-congres van 26 november 2017. Een manifest dat opent met het Charter van Quaregnon (1894): het begin van het socialisme in België.

Bij PS kennen ze hun geschiedenis nog. Een geschiedenis die begon als 'Belgische Arbeiderspartij'. Bij die arbeiders kwamen later bedienden en andere werkende mensen bij. En jammer genoeg, door tal van 'verruimingen', ook andere groepen wier belangen soms haaks staan op die van de werkende mensen. Zo werd met name sp.a vaak vooral een partij van de middenklasse. Niemand minder dan Bart De Wever heeft daar ooit in krantenartikel vlijmscherp op gewezen. Wellicht erop vertrouwende dat de sp.a-leiding al te veel vervreemd was van haar werkers-achterban om zijn woorden in acht te nemen. Waardoor De Wever de onvrede over de grote buitenlande instroom en al haar gevolgen - zoals piekende huurprijzen en sociale dumping op de arbeidsmarkt - kon incasseren.

Als de 'sociaaldemocratie', als sp.a de harten en de hoofden van de 'Vlaming' terug wil winnen, zal men meer moeten leren luisteren naar wat er leeft onder de bevolking én daartoe ook weer de taal van de bevolking leren spreken. Niet dat men de bevolking klakkeloos moet volgen. Neen, het moet een open dialoog worden. Op het terrein. Overal waar mensen werken en actie voeren.

En er zal vooral op alle vlakken waar men toch nog mee aan het bestuur deel neemt, een beter - socialer en ecologischer - beleid gevoerd moeten worden. Waarbij sp.a ook iets van al de schade die er door de jarenlange deelname aan het liberaal 'besparings'beleid - sorry het 'transfer'beleid - mee aangericht werd, zal moeten goedmaken. Woorden alleen zullen niet volstaan.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 1 (januari), pagina 19 tot 21