Log in

F-35: toys for boys

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 9 (november), pagina 15 tot 18

Steven Vandeput haalt zijn slag thuis. Nog voor hij burgemeester van Hasselt wordt, kan hij de aankoop van de F-35-gevechtsvliegtuigen op zijn conto schrijven. De F-35 mag dan al zijn grote droom zijn, voor de belastingbetaler wordt het ongetwijfeld een nachtmerrie. De minister heeft zich laten 'inpakken' door een handvol generaals en onvoldoende politiek leiderschap getoond. Samen met de regering werd hij in de fuik van het nieuwe jachtvliegtuig gelokt.

DOSSIERS REGERING-MICHEL

F-35: toys for boys
Melissa Depraetere
Waarom we Belfius best in eigen handen houden
Marjon Meijer en Frank Vanaerschot
Het Investeringspact kan anders
Dries Goedertier

EEN LES UIT HET VERLEDEN NIET GELEERD

Flashback naar 1975. België moet de knoop doorhakken voor de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen. Vier producenten strijden om wat al snel het 'contract van de eeuw' wordt genoemd: General Dynamics, Northrop, Dassault en Saab. In zijn memoires beschrijft premier Leo Tindemans de sfeer: 'De concurrentie was hard en deed een koortsachtige handelsdiplomatie ontstaan die het niet altijd zo nauw nam met de verantwoordelijkheidszin.'

Niet veel later beschuldigt Knack minister van Landsverdediging, Paul Vanden Boeynants, ervan een document van het leger, bestemd voor de kabinetsraad, te hebben 'vervalst'. VDB kan zijn voorkeur voor de Franse Mirage (Dassault) nauwelijks verbergen. Dat andere NAVO-lidstaten intussen kiezen voor de F-16, terwijl alleen Frankrijk met de Mirage zou vliegen, maakt weinig indruk. Gelobby en achterkamerpolitiek vormen de kern van de onderhandelingen. De crisis is compleet, tot premier Tindemans er net op tijd in slaagt zijn ministers tot de orde te roepen. Tot ongenoegen van VDB kiest de regering uiteindelijk voor de F-16-vliegtuigen.

Vandaag, 43 jaar later, heeft deze regering weinig lessen uit het verleden getrokken. Verschillende documenten en intern mailverkeer tonen aan dat de keuze al jaren vastlag: het moest en zou de F-35 worden. Een handvol topmilitairen hield van bij het begin de regie strak in handen om dat doel te bereiken. Niet alleen gaven ze foute - en onvolledige - informatie, maar ook manipuleerden ze de prijzen voor de operationele en technische verlenging van de levensduur van de F-16. En dat deden ze tot in het parlement.

De interkabinettenwerkgroep-nota van 9 november 2015 - die uiteindelijk tot het politieke besluit voor een nieuw vliegtuig heeft geleid - staat vol onwaarheden. Op een slinkse manier werd zo de hele aankoop jarenlang voorbereid. En alles verliep perfect volgens plan. Het track record van minister van Defensie, Steven Vandeput, in heel dit verhaal oogt niet fraai: hij handelde onzorgvuldig en vaak zelfs slordig, was goedgelovig in zowat alles wat hem door de legertop werd voorgeschoteld en last but not least liet hij zich als een neofiet voor de lobbykar van de luchtmacht spannen.

WAT HEEFT DE LUCHTMACHTTOP TOCH MET DIE F-35?

Dat de legertop alleen het nieuwste wil, hoeft niet te verbazen. Welke werknemer zou dat voor zichzelf niet willen als hij mag kiezen? De keuze voor de F-35, een Amerikaans toestel, levert een 'ticket' op voor deelname aan buitenlandse missies en maakt dat onze luchtmacht deel uitmaakt van het 'Amerikaans clubje'. Het prestige dat daarbij komt kijken speelt ook mee. Piloten beschouwen de F-35 als 'de Ferrari der vliegtuigen', toys for boys dus. Het zou het 'beste' toestel zijn, een straaljager die ook verschillende soorten missies kan uitvoeren.

Alleen beslist een werknemer niet op zijn eentje wat hij met het geld van de baas doet. En de baas hier, dat is de democratie en het parlement. Het is aan politici om andere aspecten mee in rekening te brengen. Enkele cruciale vragen zijn er wel te stellen. Willen we echt, in tegenstelling tot wat we nu doen, als eerste een zwaar verdedigd vijandelijk luchtruim kunnen binnenvliegen? Willen we niet liever een Europese defensie stimuleren, in plaats van Amerikaanse banden - met een onvoorspelbare Trump - te verstevigen? Willen we echt vliegtuigen die de komende decennia nog kernwapens kunnen vervoeren? Willen we miljarden uitgeven aan een project dat vandaag al financieel onvoorspelbaar is en de pan uit swingt?

VIER REDENEN WAAROM DE F-35 GEEN GOEDE KEUZE IS

1.Een financiële krater

Door de aanhoudende technische problemen slaagt constructeur Lockheed Martin er niet in het kostenplaatje te doen dalen. Verschillende voorbeelden uit het buitenland tonen dat aan.

Zo besloot Nederland jaren terug om 37 F-35-toestellen aan te kopen voor 4,5 miljard euro. In 2017 al gaf de Nederlandse regering toe dat dit financieel onhaalbaar zou zijn. Onder meer door de hogere dollarkoers was er 'plots maar budget voor 34 toestellen', tot de Nederlanders dan maar beslisten om het budgettaire hek rond die 4,5 miljard weg te halen. België voorziet voor diezelfde 34 toestellen 3,6 miljard aankoopbudget, of bijna 1 miljard minder. Nu al staat dus vast dat de kosten nog fel zullen oplopen.

Nederland is helaas niet het enige voorbeeld. Ook in het Verenigd Koninkrijk zorgde de F-35 voor stevige discussies in het parlement, zeker toen bleek dat niemand wist hoe hoog de kostprijs zou oplopen. Om dezelfde reden dreigden zelfs de Amerikanen ermee om een derde van hun bestelling te annuleren, terwijl in Denemarken de Rekenkamer becijferde dat heel wat kosten onderschat werden.

Maar het waanzinnigste verhaal komt ongetwijfeld uit Canada. In 2006 concludeerde de Canadese luchtmacht dat de F-35 het 'meest kostenefficiënte toestel' was. Bewijs om dat te staven, was er niet, maar de Canadese luchtmacht had - net zoals bij ons - een duidelijke voorkeur. In 2010 kondigde minister van Defensie, Peter MacKay, aan dat Canada de F-35 zou aankopen, om 90 minuten later te beweren dat hij zich versproken had en dat er een open competitie zou volgen. Zes weken later werd de F-35 toch gewoon gekocht. Defensie raamde de kost toen op 14,7 miljard Canadese dollar, maar volgens de Rekenkamer zou het kostenplaatje al snel tot 30 miljard oplopen. In 2012 stond vast dat de regering valse cijfers had voorgeschoteld, om de aankoop erdoor te drukken. Ze gebruikte daarbij zelfs twee types documenten: één intern met een hoger kostenplaatje en één extern met een lager kostenplaatje. Na jarenlange commotie werd duidelijk dat het aankoopbedrag tot 71 miljard Canadese dollar zou oplopen. Ondanks alles hield de lobby stand en bleef de toenmalige regering de aankoop verdedigen. Het duurde tot de regering-Trudeau aan zet kwam voor de bestelling werd geannuleerd. Het lijkt een onwaarschijnlijk verhaal, maar het toont aan hoe sterk de F-35-lobby is.

2. Technologisch is de glans er van af

De F-35 zou het 'beste toestel' zijn, een straaljager die allerlei soorten missies kan uitvoeren. Helaas bestaat deze alleskunner enkel op de tekentafel. De F-35 wordt al jarenlang geplaagd door heel wat technische problemen. Zo wees de Amerikaanse Rekenkamer in haar rapport van juni 2018 op bijna duizend mankementen en tekortkomingen, waarvan één op de vijf ernstig. Midden oktober liet het Pentagon nog weten dat alle F-35's aan de grond moesten blijven, nadat ééntje was gecrasht door problemen met de brandstofleiding. Stel dat alle 'kinderziekten' op termijn zullen verdwijnen, dan blijft nog de vaststelling dat de F-35 een stuk minder wendbaar is dan de F-16. Hij is bovendien gevoelig langzamer dan bijvoorbeeld de Eurofighter en de Rafale, maar ook dan de modernste Russische en Chinese jachtvliegtuigen.

3. Een Amerikaans verhaal, boven een Europese toekomst

Met de aankoop van de F-35 ruilt ons land een rol van medearchitect van de Europese defensie in voor die van onderaannemer van de Amerikanen. Onze gevoelige en geheime informatie geven we prijs aan de Verenigde Staten op een moment dat die hun eigen agenda hebben. Een agenda van Trump die niet noodzakelijk spoort met de Europese. De tijd waarin de Verenigde Staten de oom was die ons altijd zou beschermen tegen pesterijen van de buurjongens, lijkt een beetje achterhaald.

4. Een slag in het gezicht voor onze democratie

Vier jaar lang werd het Belgische parlement - en dus de bevolking - niet op de hoogte gebracht van de kernpunten van dit dossier. Wat zal het toestel op termijn écht kosten? Gaan we in de toekomst dan écht kernwapens vervoeren? Zeggen we een Europese Defensie dan vaarwel? Wat met de toekomst van de andere componenten binnen Defensie? Allemaal vragen waar nooit een parlementair debat over is gevoerd.

In 2013 ondertekende toenmalig minister van Defensie, Pieter De Crem, zonder medeweten van zijn regering de NAVO-targets voor ons land. Eén van de doelstellingen waar hij mee akkoord ging, was de vervanging van de vloot waarbij de full stealthcapaciteit (zoals interne opslag van munitie) een voorwaarde was. In 2017 bevestigde huidig minister, Steven Vandeput, die doelstelling. Nochtans is dat geen verplichting. Zo werden andere doelstellingen verworpen. Maar u raadt het al: de F-35 is het enige toestel dat over die full stealth beschikt. Ook in het lastenboekverwijst men naar deze NAVO-targets, waardoor nog maar eens blijkt dat de F-35 al jarenlang de enige kandidaat is. De hele vervangingsprocedure was voor de galerij.

LANGER MET DE F-16, VISIE EN SAMENWERKING: HET KAN WEL

De legertop wou de discussie rond de levensduurverlenging van het huidige vliegtuig, de F-16, zo snel mogelijk van tafel. Waarom is de vraag?

De F-16 staat bekend als het werkpaard van de NAVO. Dat de Verenigde Staten in de toekomst nog jarenlang met dit type vliegtuig willen werken, zegt genoeg. Heel wat F-16's worden in levensduur verlengd, maar ook een nieuw type - de F-16V - kwam onlangs op de markt. And guess what? De F-16V kan hetzelfde soort missies aan als de F-35, is qua wendbaarheid beter en kost pakken minder, zowel in aankoop als in gebruik. Enkel de stealth capaciteit ontbreekt, maar hebben we die nodig? Lockheed Martin, de producent van de F-35, ontwikkelt nu zelf anti-stealth. Ook de Russen en Chinezen zijn daarmee bezig. De productie van anti-stealth is bovendien veel goedkoper dan de productie van stealth. Met andere woorden: hoe lang zal stealth dan nog nuttig zijn? Veel defensiespecialisten beschouwen stealth nu al als een modegril.

België bezit vandaag 54 F-16's. Waarom vergroten we onze schaal niet en werken we niet samen met Nederland? Onze noorderburen kochten de F-35 al aan. Als wij inzetten op modernere F-16's kunnen we toch een prima gemengde vloot opmaken? Onze marines werken al volledig samen en heel wat luchtmissies voeren we samen uit. Ook andere opties zoals ernstig meewerken aan de uitbouw van een Europees toestel, investeren in lichtere gevechtsvliegtuigen en drones zijn nu gehypothekeerd. Bovendien dreigt de aankoop van de F-35 het Defensiebudget helemaal op te slorpen, ten koste van de andere broodnodige componenten voor onze nationale veiligheid: onze landmacht, intelligence, cyberdefensie en marine. De drukst bevaren waterwegen en de strategisch belangrijkste havens liggen immers aan onze grenzen. Willen we dat nu allemaal zo graag aan anderen overlaten om toch maar met de 'Ferrari der vliegtuigen' boven ons land te cirkelen?

EXIT STEVEN VANDEPUT, ENTER SANDER LOONES

Wanneer een regering zo'n belangrijke beslissing in de feiten overlaat aan militairen, dan bekent ze dat ze zelf eigenlijk niet weet wat het beste is. Alleen, in een democratie betekent politiek meer dan alleen op de winkel passen. Bij zo'n grote financiële uitgave moet een regering en de bevoegde minister grondig en geduldig te werk gaan, de juiste vragen stellen en met voldoende kritische geest blijven handelen. Dat allemaal heeft Steven Vandeput nagelaten. Hij heeft zich laten 'inpakken' door generaals en geen politiek leiderschap getoond.

Steven Vandeput verlaat straks de regering en wordt in januari burgemeester van Hasselt. Ook al is deze aankoop de miskoop van de eeuw, zijn vertrek biedt nieuwe kansen. Nieuwe kansen voor een nieuwe visie. Met – wie weet – een nieuwe minister van Defensie die zich niet laat inpakken door de legertop en de belastingbetaler nodeloos op kosten jaagt? Die wél zelfstandig nadenkt over de toekomst van ons veiligheidsbeleid en de rol die ons land kan opnemen in een geopolitieke militaire context? Of is dat nu écht te veel gevraagd?

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 9 (november), pagina 15 tot 18