Abonneer Log in

De escalatie van de Saoedisch-Iraanse strijd

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 38 tot 43

De executie van journalist Jamal Khashoggi in het Saoedische consulaat in Istanboel, en niet de brutale oorlog in Jemen, zorgde er voor dat het tot spanningen kwam in de relaties tussen het Westen en het Saoedische koningshuis. Op de achtergrond speelt de rivaliteit met Iran. In Jemen en Syrië voeren beide landen een proxy-oorlog. Het koningshuis mengt zich ook in de binnenlandse politiek van landen als Bahrein en Libanon om de Iraanse 'dreiging' af te wenden.

DE WERELD

Hoe Latijns-Amerika deel werd van de wereld
David Verstockt
De Chinese veroveringstocht
Bruno Merlevede
De escalatie van de Saoedisch-Iraanse strijd
Ludo De Brabander

Drieënhalf jaar na het begin van een door Saoedi-Arabië geleide militaire interventie in Jemen is er voor het eerst sprake van sancties. Duitsland, Denemarken, Finland en Nederland kondigden een wapenembargo af tegen Saoedi-Arabië. Ook in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, de twee belangrijkste wapenleveranciers, groeit de druk maar het valt te betwijfelen of het zo hard zal worden gespeeld. Daarvoor zijn de militaire en economische belangen veel te groot. Saoedi-Arabië is de belangrijkste olieproducent in het Midden-Oosten en speelt een belangrijke rol in het stabiel houden van de wereldwijde energiemarkt. Washington ziet in het wahabistische regime bovendien een belangrijke bondgenoot, om Iran te isoleren en onder de knoet te houden - een belangrijke prioriteit voor het Witte Huis. Omgekeerd vloeien de petrodollars terug naar het Westen, waarvan een belangrijk deel gaat naar wapenaankopen die Riyad nodig heeft in het geopolitieke militaire machtsspel waarin het in de regio verwikkeld zit.

OORLOG IN JEMEN

Het Saoedische leger wordt er van beschuldigd zich in Jemen te buiten te gaan aan zware oorlogsmisdaden, zoals het bombarderen van ziekenhuizen, scholen, begrafenissen en trouwfeesten. Volgens de Verenigde Naties speelt zich in Jemen de ergste humanitaire crisis in de wereld af met driekwart van de bevolking die afhankelijk is van humanitaire hulp en bescherming. Drie miljoen kinderen bevinden zich in acute hongersnood. Dat is niet alleen een gevolg van de vijandelijkheden, maar ook van de maritieme blokkade die Saoedi-Arabië rond het land heeft aangelegd.

Jemen is een van de armste landen ter wereld en kent een woelige, gewelddadige geschiedenis. De unificatie van Noord- en Zuid-Jemen in 1990 verliep van meet af aan erg moeilijk. Niet alleen de lange opdeling van het land maar ook sociaaleconomische, culturele en religieuze verschillen, zorgden voor een lange cyclus van geweld. In het noordwesten van het land leven de Zaidieten, een religieuze aan het sjiisme verwante minderheid van 30%, die vanaf de jaren 1990 op gespannen voet kwam te staan met het centraal gezag. De toenemende discriminatie van religieuze minderheden en de parallelle opkomst van salafistische (soenni) bewegingen – de meerderheid van de bevolking – zorgden er voor dat de Zaidieten zich organiseerden in eerst een culturele, dan een politiek-militaire beweging, die in 2004 onder leiding van Hussein Badreddin al-Houthi in opstand komt. De Houthi's verzetten zich tegen de groeiende invloed van de salafisten en de sociaaleconomische, culturele en religieuze marginalisering. Op internationaal niveau ontwikkelde de Houthi-beweging een anti-imperialistische, anti-Amerikaanse en antizionistische (en zelfs antisemitische) politiek als gevolg van de politieke en militaire banden van toenmalig president Saleh met Washington en de Brits-Amerikaanse oorlog tegen Irak in 2003. De val van het regime-Saleh, als gevolg van een volksopstand in 2011, bracht niet de verhoopte veranderingen. De nationale verzoening bleef uit omdat de beloofde hervormingen vooral cosmetisch van aard zijn en niet tegemoet komen aan de eisen van Houthi's. Wanneer blijkt dat de oude corrupte elite zich blijft vastklampen aan de macht en de politieke transitie als een mislukking wordt ervaren, barst het geweld opnieuw los. Midden 2014 rukken de Houthi-rebellen op en veroveren grote delen van het grondgebied op de troepen van het centraal gezag van president Hadi. Saoedi-Arabië, die de Houthi ziet als een lokale sjiitische proxy van aartsrivaal Iran, grijpt in maart 2015 militair in met een coalitie van een tiental landen. Het zorgde voor de grote desastreuze escalatie van het conflict.

RIVALITEIT MET IRAN

Op de achtergrond speelt de regionale rivaliteit met Iran die lang niet alleen tot Jemen beperkt is en al decennia aansleept, vooral vanaf de Iraanse revolutie van 1979. Het recente aanscherpen van die rivaliteit is vooral een gevolg van de komst van Mohammed bin Salman in het centrum van de politieke macht van het Saoedische koningshuis. Twee maanden na zijn aanstelling als minister van Defensie in januari 2015 ontpopt hij zich als architect van een militaire interventie in Jemen door een overdreven rol toe te dichten aan Iran als proxy van de Houthi-rebellen. Het is eerder zo dat net de Saoedische interventie de Iraanse inmenging in het conflict heeft doen toenemen, zij het nog altijd beperkt en vooral als wapenleverancier. Maar bin Salman grijpt de Iraanse 'existentiële dreiging' dankbaar aan om zijn macht te consolideren. Zijn aanstelling als kroonprins midden 2017 ging gepaard met een golf van politieke zuiveringen waarbij tientallen prinsen/rivalen op beschuldiging van corruptie werden gearresteerd of uit hun functies werden ontslagen. Bin Salman stelt het graag voor dat Iran in alles de hand heeft. Ook in de organisatie van de binnenlandse oppositie, zowel van de sjiitische minderheid in het oosten van het land als van de erfgenamen van de Arabische opstanden van 2011. Het Iraanse 'gevaar' is ook een voorwaarde voor de ideologische verandering van het Saoedische koningshuis in de richting van een gemilitariseerd nationalisme, met Iran als belangrijkste doelwit. De oorlog in Jemen wordt als noodzakelijk voorgesteld om de algehele groeiende Iraanse dreiging af te wenden.

De rivaliteit tussen Teheran en Riyad straalt af op de hele regio. Na de val van Saddam Hoessein in 2003 en als gevolg van de Amerikaanse verdeel- en heerspolitiek in een poging om het bezettingsregime te kunnen handhaven, kwam Irak in een gewelddadig sektarisch gedreven conflict terecht. De Amerikaans-Britse invasie zorgde er voor dat de machtsbasis naar de sjiitische meerderheid in het zuiden van het land verschoof met partijen die traditioneel goede banden onderhouden met Iran, tot groot ongenoegen van Saoedi-Arabië. De Jordaanse koning Abdullah II introduceerde het concept van de 'Sjiitische halve maan', symbool voor het schrikbeeld van groeiende Iraanse invloed in de landen met een Sjiitische bevolking van Libanon in het noordwesten tot Bahrein en verder naar Jemen in het zuidwesten van de regio. Bin Salman zal later in 2016 beweren dat de Arabische wereld zich geconfronteerd ziet met een sjiitische 'volle' maan als gevolg van de groeiende invloed van sjiitische milities en bewegingen in Libanon, Irak, Syrië, Bahrein en Jemen.1

Saoedi-Arabië en Iran zijn van bij het begin beide diep verwikkeld in de Syrische oorlog. Saoedi-Arabië levert militaire en financiële steun aan gewapende milities van salafistische strekking. Iran ziet de steun aan het Syrische regime van president Bashar al-Assad als cruciaal voor zijn eigen overleven. Meer nog dan Saoedi-Arabië toont Teheran zich militair actief met de aanwezigheid van duizenden troepen van het Korps van de Iraanse Revolutionaire Wacht. Bovendien levert het steun aan de in Syrië opererende Libanese Hezbollah en Iraakse, Pakistaanse en Afghaanse sjiitische milities.

Bahrein wordt gezien als een van de epicentra van de Saoedisch-Iraanse strijd voor invloed in de regio. Zowel de geografische positie van Bahrein in de Perzische Golf als de demografische samenstelling van de bevolking die voor goed 70% sjiitisch is, spelen daarin een rol. De regerende soennitische Al Khalifa-familie onderhoudt nauwe banden met Saoedi-Arabië. Het regime is gekenmerkt door een geïnstitutionaliseerd systeem van discriminatie tegenover de sjiitische meerderheid die uitgesloten wordt van hoge regeringsposities.2 De opstand in Bahrein in februari 2011, die aanvankelijk geen sektarisch protest was maar gestoeld op de eis naar democratische hervormingen en de vraag naar meer macht voor het parlement, leidde tot een Saoedische militaire interventie die er de hand van Iran in zag.

Ook Libanon is een gevechtsarena voor beide regionale grootmachten. De Iraanse steun aan de Hezbollah droeg ertoe bij dat deze sjiitische militie zich in de loop der jaren ontwikkelde tot een machtige politieke en militaire kracht. Saoedi-Arabië levert dan weer al jaren politieke en financiële steun aan de clan rond premier Saad Hariri van de soennitische toekomstbeweging in een poging om de groeiende macht van Hezbollah tegen te gaan. Maar de gepercipieerde inschikkelijkheid van Hariri ten aanzien van Hezbollah en Iran is een doorn geworden in het oog van Bin Salman. Tijdens zijn bezoek aan Saoedi-Arabië kondigde Hariri voor de televisie zijn ontslag aan als premier met de boodschap dat de invloed van Hezbollah en Iran te groot is geworden en omdat er een aanslag tegen hem was gepland.3 Maar al gauw regende het geruchten en aanwijzingen dat Hariri door de Saoedische machthebbers tot aftreden werd gedwongen en hij in werkelijkheid een gijzelaar was van het koningshuis. Het Libanese leger ontkende dat er sprake van een moordcomplot tegen Hariri en over de Libanese partijgrenzen heen werd Riyad ervan beschuldigd de Libanese politiek te willen beïnvloeden op enkele maanden van nieuwe nationale verkiezingen.

ALLIANTIE MET DE VERENIGDE STATEN

De rivaliteit tussen beide landen is ook een gevolg van de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten. De diplomatieke toenaderingen tot Iran onder president Barack Obama zorgden voor heel wat consternatie in het Saoedisch koningshuis, zeker nadat het tot een nucleaire deal kwam. De Iraanse regering hoopte zo op broodnodige economische investeringen en een stopzetting van de sancties. Dat president Donald Trump zich inmiddels uit het akkoord heeft teruggetrokken en opnieuw zware sancties oplegde, werd in het Koningshuis dan ook op gejuich onthaald. Trump lijkt er op uit om het Iraanse buitenlandse beleid op de knieën te dwingen, wat naadloos aansluit bij de Saoedische ambities. De twaalf eisen die de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Mike Pompeo, in mei 2018 voorlegde gaan dan ook veel ruimer dan de discussie over beschuldigingen dat Iran een kernwapenprogramma zou hebben.4 Iran wordt er ook van beticht om terroristische bewegingen te steunen, waaronder Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad. Andere eisen gaan over de Iraanse rol in Syrië, Libanon, Afghanistan en Jemen. De houding van Trump past binnen de Saoedische politieke visie dat de veiligheidsbelangen in de Golfregio bepaald worden door een voortdurende alliantie met de Verenigde Staten. In de woorden van de voormalige Koning Abdullah, om de Iraanse 'kop van de slang' af te snijden.

Deze regionale machtsstrijd heeft ook een belangrijke economische component. De regionale suprematie van Saoedi-Arabië is afhankelijk van zijn aandeel in de wereldwijde oliemarkt en zijn positie als bestemmingsland voor economische investeringen. Het opheffen van sancties tegen een land als Iran met een groot potentieel als olieproducent is in dat opzicht geen leuk perspectief. Riyad heeft er alle belang bij dat sancties de Iraanse economie in moeilijkheden houden of zelfs in elkaar doen stuiken.5

WAPENS

Het is opvallend dat het Witte Huis hard van leer trekt tegen Teheran, net op het ogenblik dat Saoedi-Arabië, internationaal zwaar onder vuur ligt. Niet alleen in de affaire-Khashoggi en de oorlog in Jemen, maar ook voor zijn steun aan gewapende extremistische islamisten of de binnenlandse repressie en zijn slechte mensenrechtenreputatie. Die kwalijke reputatie hindert niet dat Washington en andere hoofdsteden graag de andere kant opkijken. Daar zijn twee redenen voor: olie en wapens. Het ziet er naar uit dat de Verenigde Staten ook na de moord op Khashoggi Saoedi-Arabië graag willen blijven ontzien als het in ruil zorgt voor de compensatie van het verlies van Iraanse olie op de wereldmarkt. De machtige Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman zei daarover in een interview met Bloomberg dat zijn land daar al werk van maakte om stijgende olieprijzen tegen te gaan, nadat de Verenigde Staten in augustus al een eerste reeks van sancties tegen Iran invoerden.6 Saoedi-Arabië heeft niet alleen de sleutel van de energieprijzen in handen, maar is na India de belangrijkste importeur van wapens.

De impact op de wapenexport naar Saoedi-Arabië is vooralsnog minimaal. De afgelopen vijf jaren is die zelfs met 225% gestegen ten opzicht van de periode daarvoor. Het land is na India de belangrijkste importeur van wapens. Zo'n 61 procent daarvan is afkomstig van de Verenigde Staten en nog eens een klein kwart van Groot-Brittannië. Niets wordt geweigerd: gevechtsvliegtuigen, helikopters, clustermunitie, raketten, tanks, gepantserde voertuigen, enzovoort. Ook andere Europese landen zoals Frankrijk en (tot voor kort) Duitsland bevoorraadden het Saoedische regime met wapens. België is traditioneel één van de belangrijkste leveranciers van munitie en lichte wapens.

Wapenverkoop is big business. Zeker voor de Verenigde Staten die dominant zijn op de militaire wereldmarkt. In mei vorig jaar pochte de Amerikaanse president Trump tijdens zijn bezoek aan Saoedi-Arabië nog met de 110 miljard dollar aan beloofde wapencontracten die 'veel jobs zullen opleveren in de Verenigde Staten'. In een reactie op de moord op Khashoggi heeft Trump al laten verstaan dat hij daar niet aan wil tornen en de Saoedische wapenmarkt niet in handen wil geven van Rusland of China. Daarmee blijft de Verenigde Staten zich heel duidelijk achter Saoedi-Arabië scharen omdat de geopolitieke belangen van beide landen parallel lopen.

Voetnoten

  1. Dyria (2016), 'Young prince in a hurry'. In: The Economist, 9 januari.
  2. Mabon, S. (2012), 'The Battle for Bahrain: Iranian-Saudi Rivalry'. In: Middle East Policy, Volume XIX, nummer 2.
  3. Fisk, R. (2017), 'Saad Hariri's resignation as Prime Minister of Lebanon is not all it seems'. In: The Independent, 9 november.
  4. Pompeo, M. (2018), 'After the Deal: A New Iran Strategy'. US Department of State, 21 mei (https://www.state.gov/secretary/remarks/2018/05/282301.htm).
  5. Al-Rasheed, M. (2018), 'The view from Riyadh'. The Foreign Policy Centre, 12 november (https://fpc.org.uk/the-view-from-riyadh/).
  6. https://www.bloomberg.com/news/articles/2018-10-05/saudi-crown-prince-to-trump-we-ve-replaced-all-iran-s-lost-oil.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 10 (december), pagina 38 tot 43