Abonneer Log in

PVDA: Black Box Revelation

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 6 (juni), pagina 51 tot 57

Naast Vlaams Belang, was PVDA de enige andere duidelijke winnaar op 26 mei: weinig media-aandacht, maar toch doorgebroken in de meeste Vlaamse provincies. Wat verklaart haar succes? En voor welke uitdagingen staat de partij nu?

LINKS IN HET SLOP

Reportage uit de buik van de sp.a-campagne
Jan De Meulemeester
De electorale paradoxen van sp.a
Chris Gaasendam
PVDA: Black Box Revelation
Jelle Versieren
Quo Vadis, Europees Links?
Thomas Jacobs

Partij van de Arbeid (PVDA) was bij de verkiezingen een politiek fenomeen onder de radar: weinig aan bod gekomen op televisie, krampachtig genegeerd door VRT, en slechts af en toe een interview in de geschreven pers. Bepaalde media labelen de partij nog steeds als 'extreem'. PVDA kreeg dus weinig hulp om haar speerpunten in de verf te zetten. Toch overtrof de partij haar eigen stoutste verwachtingen door vier zetels voor het Vlaams Parlement binnen te halen. Oost-Vlaanderen en Limburg bleken ook voltreffers te zijn, terwijl de partijtop deze provincies als onverhoopte bonus aanzag. In Wallonië en Brussel konden de resultaten niet overtroffen worden. En PVDA zendt voor de eerste maal ook een vertegenwoordiger naar het Europees Parlement.

NAAMSBEKENDHEID

Het succes van een politieke partij staat of valt met naamsbekendheid. Voor de zes gevestigde partijen is dit het probleem niet, voor PVDA lange tijd wel. Tot 2014 kon maar een relatief kleine minderheid van mensen de partij omschrijven en duiden: zij die kwaliteitspers lezen en actief begaan zijn met politiek. PVDA was voor het grootste deel van de bevolking geen optie, wegens subjectief onbestaand. Het eerste moment van naamsbekendheid in 2012 was zeer plaatselijk. In Antwerpen behaalde de partij van Peter Mertens vier gemeenteraadszetels. In 2014 bleek PVDA alleen in Antwerpen, Gent en enkele Limburgse centrumsteden zich te verankeren met een aanzienlijke militantenbasis. Het aantal Vlaamse leden steeg vervolgens exponentieel tussen 2015 en 2019. Vandaag kan de partij rekenen op 17.000 betalende leden in België, terwijl dit in 2014 maar de helft bedroeg. Naar alle waarschijnlijk zal het aantal Vlaamse leden, gezien de mobilisatiekracht in Antwerpen en Gent, rond de 7.000 liggen. Ledenwerving gebeurt dus zeer geconcentreerd in die steden waar PVDA reeds succes heeft.

Tussen 2015 en 2019 verwierf PVDA Vlaamse naamsbekendheid. In de eerste plaats was dit te danken aan haar tegenstrevers. There is no such thing as bad publicity. Verenigd rechts haalde PVDA frequent aan als een imminent en immanent gevaar voor de Vlaamse democratie. Politieke kleppers zoals Bart De Wever en Gwendolyn Rutten gebruikten hyperbolische terminologie uit de Koude Oorlog om de partij te omschrijven als de absolute tegenpool van het conservatief-liberale project Vlaanderen. Ook opiniemakers zoals Maarten Boudry of Alicja Gescinska begonnen regelmatig te verwijzen naar PVDA als een populistisch gevaar dat geen rekenschap wilde afleggen voor haar tiermondalistisch studentenmaoïsme. Dit maakte dat PVDA ook stilaan meer aan bod kwam bij Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws, nog steeds de meest gelezen dagbladen. Dit zal dus een sneeuwbaleffect tot gevolg gehad hebben, waarna gevestigde partijen frequent PVDA aanhaalden in veelal pejoratieve bewoordingen. Ook mag de factor Raoul Hedebouw in Vlaanderen niet onderschat worden; zijn charisma en flair wordt ook in het Nederlandstalig landsgedeelte gesmaakt.

KIEZERSPUBLIEK

Het kiezerspubliek is de afgelopen paar jaar gediversifieerd geworden. Tussen 2014 en 2017 was het PVDA-kiezerspubliek overwegend mannelijk. Op 26 mei vond een duidelijke evolutie plaats, zo blijkt uit een IVox-peiling. PVDA staat nu geboekt als een partij die opvallend veel vrouwelijke kiezers kan aantrekken, zoals sp.a. Qua demografie kan de partij alle leeftijden aanspreken, behalve deze boven 65 jaar. PVDA heeft, in tegenstelling tot sp.a, geen probleem om aansluiting te vinden bij de jongeren onder 34 jaar: deze leeftijdscategorie maakt één derde van haar totaal electoraat uit. Qua opleidingsgraad trekt PVDA een zeer divers publiek aan – laaggeschoolden, geschoolde arbeiders, hoger onderwijs van het korte type als mensen met een universitaire achtergrond, terwijl sp.a een meer specifiek publiek bedient van geschoolde arbeiders en gediplomeerden van het korte type. Ook weet PVDA beter kiezers uit de laagste en dus precaire inkomenscategorieën aan te spreken, net als kiezers met een migratieachtergrond. Kortom, PVDA bezit een meer divers en jonger socio-demografisch kiespubliek dan sp.a.

Het is vooralsnog koffiedik kijken welke partijpolitieke en ideologische profielen PVDA op 26 mei wist aan te trekken om te komen tot de kleine verdubbeling van haar stemmenaantal. 'Links' in toto – de drie partijen – wist in Vlaanderen haar kiezerspubliek niet noemenswaardig te vergroten. Toch zijn er weinig indicaties – kijkend naar regionale clusters of grootstedelijke evoluties – dat links communicerende vaten zijn. Een licht vermoeden zal worden bevestigd dat de ecologisten een kleine groep CD&V-, Open VLD- en sp.a-kiezers wist te overtuigen om een kleine stap voorwaarts te maken, waarvan sp.a de grootste groep zal zijn. Het verlies van die partij kan op zijn beurt niet de winst van PVDA verklaren; daarvoor vonden te veel variërende regionale tendensen plaats. In de eerste plaats verloor sp.a duidelijk haar grootste deel van kiezers aan Vlaams Belang, Groen of 'blanco'. In de provincie Antwerpen wist PVDA, in de nasleep van de gemeenteraadsverkiezingen, wellicht wél veel spa-kiezers te charmeren. Dit geldt ook voor Gent. Een ruwe schatting, gebaseerd op het statistisch materiaal van de socioloog Jan Hertogen op npdata.be, is dat een derde van het aantal nieuwe PVDA-kiezers voorheen op sp.a had gestemd. Ook kon PVDA – inzoomend op Antwerpen, Gent, Ronse, Dendermonde en Genk – als enige partij stemmen terugwinnen van Vlaams Belang of 'blanco'. Met andere woorden, PVDA is de enige democratische partij die verhoudingsgewijs de 'anti-stem' weet te vinden.

Hierbij komt het feit dat PVDA, samen met Groen, kan rekenen op het meest trouwe kiespubliek. Een nieuwe PVDA-kiezer moet meer mentale drempels overwinnen dan een kiezer voor een klassieke partij. Ten eerste is er het aloude argument van de strategische stem: zal de partij de kiesdrempel halen? Ten tweede gebeurt de stem in een niet-mediavriendelijk klimaat voor de partij – 'populistisch', 'extreem', enzovoort. Ten derde bestaat er onmiskenbaar de micro-sociologische (familiale banden, verenigingsleven, professionele relaties) druk/onbegrip over de stem voor een partij die zich afzet van de gegeven (neoliberale) consensus op de economische as. Ten vierde, in hoeverre acht de weifelende kiezer de common sense gedachte over PVDA als zijnde 'onrealistisch' nog steeds als een valabel argument? De PVDA-kiezer stemt dus niet uit een reflex van gewoonte of een wil tot conformisme. Het is een bewuste stem voor wezenlijke maatschappelijke verandering. De gemiddelde PVDA-stem kent een langere geschiedenis van bewust wikken en wegen tot daadwerkelijk overgaan tot zijn of haar keuze. Eenmaal gekozen, zal de PVDA-kiezer veelal blijven stemmen voor deze partij als een instemming voor een alternatieve maatschappelijke visie.

HET SUCCES VERKLAARD

PVDA zet financieel zwaar in op haar studiewerk. Tom De Meesters energiedossier is het meest gekende voorbeeld. Maar ook Kim De Witte kreeg met zijn pensioendossier veel gehoor bij de syndicale achterban. Een ander voorbeeld is Marco Van Hees met zijn onderbouwde tussenkomsten over fiscale ontwijking bij het grootkapitaal – een cruciaal thema dat erg leefde in Wallonië maar weinig werd opgepikt in Vlaanderen. De bestsellers Hoe durven ze? en Graailand bewijzen dat een gedegen studiedienst essentieel is voor het uitdragen van een ideologische visie. Ook is PVDA de enige partij, samen met de syndicale studiediensten, die de cijfers van bepaalde onderzoeksgroepen en belangengroepen inzake economische parameters opnieuw doorlicht – zoals de beweringen over koopkracht en loonpeil onder Michel I. De partij heeft medewerkers aangeworven die technisch voldoende onderlegd zijn om moeilijke macro-economische dossiers te doorploegen en deze onder de aandacht te brengen in de media.

De partij is deels een 'familiebedrijf'. Jonge talenten zoals Jos D'Haese en Line De Witte zijn kinderen van de oude partijgarde. Dit is niet anders dan andere familiale partijbastions. Maar deze tweede generatie is wel gepokt en gemazeld door een lange politieke praktijkvorming via haar actieve jongerenbeweging. Ze zijn bovendien gekneed door intensief intern vormingswerk. Het zijn dus jonge talenten met een geoefende retorische tong en een zekere kennisbagage. De partij heeft de laatste paar jaar ook ingezet op het meritocratische principe van het scouten van intellectueel potentieel binnen de rangen van de eigen basismilitanten. Nieuwe medewerkers zijn aangeworven op basis van zowel deskundigheid, kennisbagage als politieke visie. De partij investeert dus intensief in het creëren van een kader rondom de partijtop. Ze acht het ook van belang om regelmatig medewerkers te sturen naar linkse succesverhalen in het buitenland; buitenlandse recepten worden gretig toegepast op de Vlaamse casus.

PVDA draait primair rond één zaak: het werven van actieve militanten. Zij leveren een wezenlijke bijdrage aan de dagdagelijkse werking van de organisatie, met hoge lidgelden en extra bijdragen tijdens de verkiezingen. Talrijke partijactiviteiten zorgen voor een innige band tussen kader en achterban. De grootste reden van het succes is dan ook eenvoudig: er bestaan weinig papieren leden. Het zijn militanten die op een georganiseerde wijze de eigen lokale wijken intrekken tijdens de verkiezingen. Maar zij werven ook voortdurend nieuwe leden buiten het electorale seizoen. Afdelingen zijn op deze manier 24/24 actief en zijn gericht op expansie. PVDA bestendigt een eigen cultuur, waarbij identificatie van het lid met de partij de rode lijn vormt. De partij is, net zoals vroeger, voor veel leden een surrogaatfamilie. De partij kent daarom weinig 'overheadkosten' in vergelijking met andere partijen. Zowel top, kader als technische-administratieve ondersteuning krijgen een loon van 1.800 euro. Kleinere afdelingen draaien uitsluitend op vrijwilligers. Financiële inkomsten dienen voor permanente aanwezigheid in de civiele sfeer.

Sinds 2014 hamert het kader op het principe dat politieke macht komt uit de civiele sfeer. Het is daar dat mensen overtuigd worden van het socialistisch gedachtegoed. Electoraal succes kan pas komen wanneer de ideologische strijd in de straat wordt gewonnen. Dit maakt de partij fundamenteel verschillend van de concurrenten: de voortdurende investering in het creëren van een ideologische boodschap. PVDA zoekt de actieve ideologische instemming van de potentiële kiezer. Dit gebeurt ook via het voortdurend mobiliseren van de militanten voor concrete acties. Vakbondsbetogingen, klimaatbetogingen, lokale acties voor een concreet thema, enzovoort. PVDA is steeds massaal aanwezig, en is vaak zelf de organiserende spil. Dit gebeurt onder de mediaradar. Voor de partij is het dus van levensbelang dat haar werking zo organisch mogelijk verweven is met de lokale civiele sfeer.

Het is dus een misconceptie om te denken dat de partij draait rond de 'proteststem'. PVDA wil mensen 'ideologiseren', de potentiële kiezer een alternatieve maatschappijvisie aanbieden. 'Graaiers', 99% vs 1%, het volk versus de elite, enzovoort. Het draait niet alleen rond de ontevredenheid met de huidige politieke constellatie, PVDA biedt ook een positief, coherent en alomvattend wereldbeeld aan. Dit is een cruciaal verschil met de rechtse antistem. De huidige politieke tendens, aangewakkerd door zowel klassieke media als digitale platforms, bestaat uit het aanspreken en manipuleren van de affecten en de emoties van de kiezer. Dit is historisch een rechts werkterrein. De 'affectenpolitiek' brengt enkel kortstondige electorale winst met zich mee. PVDA wil op langere termijn de ideologische hegemonie – de neoliberale constellatie – doorbreken. Het collectieve politieke onderbewuste is daarom het gekozen slagveld.

De ideologische wisselwerking tussen kader en achterban kent haar weerslag op de lijstsamenstellingen. De nadruk ligt op het vertegenwoordigen van een achterban, wat ingaat tegen het heersende idee dat politiek moet bestaan uit geselecteerde professionals met een expertise in bestuursvaardigheden. PVDA-mandatarissen zijn evengoed arbeider als universitaire geesteswerkers. De partij zet zich ook in om minderheden een politieke stem te geven, met de dubbele optiek dat zij veelal behoren tot precaire inkomensgroepen als dat zij te maken hebben met structureel racisme.

PVDA zet sterk in op het uitbouwen van satellietorganisaties, het smeden van allianties met ad-hocprotestgroepen en een aanwezigheidspolitiek binnen het bredere middenveld. De centrale doelstelling: dienen als spil voor de politisering van de civiele ruimte via een cluster van netwerken. Vanuit de partij zijn verschillende satellietprojecten te ontwaren. De eerste vorm van communicatie met de leden gebeurt via het laagdrempelig magazine Solidair. PVDA heeft vervolgens ook een zeer sterke jongerenwerking aan de universiteiten via Comac. Die is de laatste paar jaar uitgegroeid tot veruit de grootste linkse studentenorganisatie. Voor veel kaderleden is ze tevens de eerste praktijkschool op organisatorisch-mobiliserend vlak. Zowel de partij als Comac organiseren eigen vormingsweekends om analytische tools aan te reiken voor zowel kaderleden als militanten. Het is daarbij de bedoeling om verder een socialistische cultuur te promoten.

Experten in de private sectoren zijn het eens: Vlaanderen hinkt vijf à zeven jaar achterop betreffende digitale innovaties. Dit is voor politieke toepassingen niet anders. Het zal nog enkele jaren duren vooraleer partijen volop weten gebruik te maken van digitale massacommunicatie, met Vlaams Belang als grote uitzondering. PVDA experimenteert reeds een paar jaar met podcasts, sociale acties via digitale weg, enzovoort. Binnen de linkerzijde is de partij ook op dat vlak een vernieuwer, hoewel de return on investment voorlopig nog redelijk laag is.

Tot slot veranderde de partij qua externe communicatie het geweer van schouder. De partij hangt een dynamisch beeld aan inzake politieke veranderingen. Links in toto wordt niet meer bekeken als communicerende vaten met een afgebakend en gelimiteerd doelsegment – het statisch beeld. De partij acht het veel belangrijker om stemmen terug te winnen van Vlaams Belang of N-VA. Bij de gemeenteraadsverkiezingen besloot de partijtop uit te gaan van haar eigen verhaal; communicatieve pogingen van sp.a of Groen om de groei te beknotten werden niet beantwoord. Een identiek verhaal bij de verkiezingen van 26 mei: Groen poogde tijdens de laatste paar weken om mogelijke PVDA-stemmers te overtuigen, maar PVDA speelde dat retorische steekspel niet mee. De recente slagzin 'locomotief op links' is een bewijs van deze veranderende mindset. Ideologisch leiderschap is belangrijker dan een contraproductieve concurrentiestrijd.

UITDAGINGEN

Een. Kan PVDA ook jongeren met een TSO- of BSO-achtergrond, het nieuwe Vlaams Belang-kiespubliek, bereiken? Per slot van rekening zijn jongeren met een hoger diploma nog steeds een minderheid in Vlaanderen. Dit zal sowieso een uitdaging zijn voor alle linkse partijen. PVDA en sp.a bezitten op dit vlak de beste wapens, vermits zij beiden kunnen rekenen op een grotere arbeidersachterban. Voor PVDA loert het gevaar van vervreemding tussen kader en basis niet om de hoek, terwijl dit voor sp.a wel een probleem is. Groen is op dit punt redelijk kansloos, vermits zij nog steeds beperkt is door haar strategie om voornamelijk het stedelijk hoogopgeleid publiek aan te spreken. Alleen ASO-jongeren zullen oververtegenwoordigd zijn.

Twee. Zullen alle nieuwe mandatarissen de partijlijn volgen? En dit meer specifiek wanneer het gaat om mensen met een migratieachtergrond. Zowat alle partijen hebben te maken met fenomenen zoals de Grijze Wolven binnen de lokale gelederen. Dit gevaar is nu niet aan de orde bij PVDA. Eerder zal de partij te maken hebben met 'identitaire' spanningen zoals in Antwerpen, waarbij twee verkozenen vertrokken omwille van een non-issue van het onverdoofd slachten. Deze identitaire spanningen zullen toenemen naarmate de media verder het identitaire 'blanke' discours van de rechterzijde verspreiden. Actie en reactie. Algemeen zijn er steeds groeipijnen bij partijen in stijgende lijn. PVDA zal wel minder te maken hebben met carrièristen en avonturiers om de eenvoudige reden dat met een mandaat bij de partij nog steeds weinig te rapen valt.

Drie. Slaagt PVDA erin om meer toegang te verkrijgen tot de klassieke media? Het is een publiek geheim dat de grote roergangers binnen de nieuwsredacties de partij niet genegen zijn. Negeren is echter formeel geen optie meer, vermits PVDA zich electoraal heeft bewezen. Het verder uitbouwen van de eigen communicatiekanalen is voor de partij van cruciaal belang.

Vier. Heeft PVDA haar huiswerk gemaakt om voldoende knowhow te accumuleren? Met andere woorden: zal de uitbreiding van het aantal medewerkers een succes zijn? Het is zoeken naar witte konijnen die een algemene wereldbeschouwelijke bagage kunnen koppelen aan technische expertise. PVDA heeft, in tegenstelling tot haar ideologische collega's in de buurlanden, nooit uitgeblonken in theorieontwikkeling. De partij zal dus deels afhankelijk zijn van de input van mensen die niet jarenlang hebben meegedraaid in de partijgelederen. De partij maakt er wel een punt van om regelmatig haar oor te luisteren te leggen bij academici en middenveldwerkers.

Vijf. Wat doet de partij met haar afschuwelijke esthetiek? Het valt niet te ontkennen dat de scherpe maatpakken van Vlaams Belang een impact hebben op de publieke opinie. Het werkt aantrekkelijk. De arbeidersklasse is historisch conservatief op vlak van culturele codes. In Vlaanderen bestaat echter nog steeds het idee dat wanneer iemand 'zich gaat presenteren' bij een werkgever men zich in het beste pak moet aanmeten. Deze regel geldt evenzeer voor het publieke ambt van volksvertegenwoordiger. Bij PVDA merkt men een hoog gehalte aan subcultuur onder de kandidaten. De vraag is in hoeverre de jongere verkozenen bereid zijn de ongesneden coupe, slobbertrui, neusring en andere excentrieke accessoires in te ruilen voor een meer 'volwassen' casual chique dresscode.

Zes. Wat met een mogelijke progressieve frontvorming? Een vraag die de laatste jaren op tijd en stond opborrelt. Indien de top de 'locomotief op links'-strategie aanhoudt, dan valt te vermoeden dat de partij zal uitgaan van haar eigen kracht zonder terug te keren naar een dodelijke concurrentiestrijd binnen links. Het water tussen de drie partijculturen blijft nog steeds diep. Veel sp.a-militanten beschouwen PVDA als onrealistisch binnen de rechts-liberale constellatie, terwijl de gemiddelde PVDA-militant weinig affiniteit voelt met het huidige partijpolitieke kader van sp.a en meer dan ooit snakt naar de offensieve strategie van haar eigen partij. De vraag is interessanter buiten het strikt partijpolitieke veld. Syndicale afgevaardigden en mensen uit de socio-culturele sector kiezen stilaan ook voor PVDA. Opnieuw is het meer van belang wat hier onder de radar gebeurt dan een eventuele tactische herpositionering tussen de kaders. Ook is de vraag wie, of wat, als bruggenbouwer kan fungeren om de wederzijdse clichématige aversies te overstijgen. Tot slot zal de enige mogelijkheid tot frontvorming a priori uitgesloten zijn indien sp.a besluit de lijn-Elchardus te volgen op vlak van migratie, vermits die diametraal botst met de antifascistische essentie van PVDA.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 6 (juni), pagina 51 tot 57