Abonneer Log in

Wij zijn corona, wij moeten veranderen

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 32 tot 36

Het coronavirus drukt ons met de neus op de kwetsbaarheid van de huidige maatschappelijke orde. Het is een ongepland en chaotisch experiment in wereldwijde maatschappelijke vernieuwing waarin de richting wordt bepaald die de wereld het komende decennium zal uitgaan. De globalisering zal deels teruggedraaid worden ten voordele van nieuw model, met minder nadruk op efficiëntie en meer op lokale en systemische veerkracht.

#BETERNACORONA

Wij zijn corona, wij moeten veranderen
Koen Schoors
Een meer weerbare economie? Het kan!
Nick Meynen
'Blijf in uw kot' is niet genoeg voor het klimaat
Mathias Bienstman
Een nieuw pact met Big Pharma
Bart Demyttenaere
Adem inhouden voor een nieuwe fiscaliteit
André Decoster
Contouren van een menselijke samenleving
Dirk Barrez
Gezocht! Een nieuwe mondiale gezondheids­architectuur
Sara Van Belle
Het virus genaamd solidariteit
Geertje Franssen
Wat kan ik weten, wat mag ik hopen, wat moet ik doen?
Paul Verhaeghe

FOUTE METAFOREN

Elke dag lezen en horen we boeiende metaforen over het coronavirus SARS-CoV-2. Laat ik het voor de eenvoud het coronavirus noemen. Sommigen hanteren de metafoor van de oorlog. We zijn in oorlog met een vijandig virus dat ons territorium is binnengevallen en we moeten het dus verzwakken, buitenwerken, overwinnen, uitroeien. Anderen noemen het een straf van de natuur. Wij hebben ons decennialang bezondigd aan grove schendingen van het territorium van de natuur en hebben ons vermenigvuldigd door te parasiteren op onze gastheer, de wereld, precies zoals een virus zou doen. Nu slaat de wereld in dezelfde stijl terug met het coronavirus: het neemt snel nieuw territorium in, is redelijk dodelijk en verstoort het precaire evenwicht van de menselijke socio-economische verhoudingen. Het lijkt nogal op ons in feite.

CORONA REIST DOOR MENSEN

Maar wij zijn niet in oorlog met de natuur, noch worden we door de natuur gestraft. De natuur heeft geen richting of bedoeling, ze evolueert gewoon. Het virus leeft in ons, reist door ons, we zijn de archipel waarover het zich verspreidt. Wij zijn allemaal deel van hetzelfde geheel van biomassa en evolueren samen. Niets kan ons daarvan ontheffen. Zonder virussen geen meervoudig cellulair leven, geen overrompeling van het Amerikaanse continent na de ontdekking van Columbus, en geen sociale revoluties in Europa na de Pest in de Middelleeuwen. Wij koesterden ons in de wensdroom dat wij ons van die evolutie losgemaakt hadden, dat we de nieuwe goden waren. Maar dat bleek simpele zelfbegoocheling. Corona drukt ons met de neus op onze kwetsbaarheid.

In onze arrogantie dachten wij dat de wetenschap ons tegen virussen zou beschermen en dat elk eilandje in de mensenarchipel daardoor individueel veiliger was. Maar onze keuzes hebben ook de verspreiding van het virus veel gemakkelijker gemaakt. Er liggen nu meer dan 7,8 miljard menseneilandjes te dicht bij elkaar in de mensenarchipel waardoor het virus zeilt. Bovendien bewegen die eilandjes zich frenetiek over heel grote afstanden, met auto, trein en vliegtuig. Daardoor ontstaan tijdelijk bruggen naar mensen die normaal gezien voor het virus onbereikbaar zouden zijn. Zo teleporteert corona zich door mensen, wat kan het virus zich meer wensen?

DE KOST VAN GLOBALISERING: ROBUUST, MAAR TOCH FRAGIEL

Het geglobaliseerde economische netwerk dat we de laatste dertig jaar hebben uitgebouwd, had altijd al voor- en nadelen. Het grote voordeel was een drastische toename van de wereldwijde economische efficiëntie en dus van de wereldwijde economische welvaart. De nadelen bestonden voornamelijk uit de ontwrichting van lokale gemeenschappen, de ongelijke verdeling van de toegenomen economische welvaart en de nadelige externe effecten, bijvoorbeeld op de visbestanden, de bosbestanden, de globale temperatuur en het psychisch welzijn. Daar komt nu het nadelige externe effect bij dat we voor virussen een toestand van optimale verspreiding hebben geschapen. De druk stijgt om de voor- en nadelen van de globalisering opnieuw in balans te brengen.

Een wereldwijd geconnecteerd economisch netwerk had daarnaast ook het voordeel van een grotere weerstand tegen kleine schokken. Overal in het netwerk zitten er immers buffers die optimaal worden aangesproken om kleine schokken tegen het netwerk op te vangen. We leren op de harde manier wat economische theorie al lang weet: als een netwerk getroffen wordt door een erg zware schok en/of een schok die van verschillende kanten komt, dan werkt grote wederzijdse afhankelijkheid niet als een schokdemper, maar als een brandversneller. Robuust, maar toch fragiel, zo heet die eigenschap. De enige oplossing is dan om deels los te koppelen van het globale netwerk en het lokale netwerk te versterken. Dit proces van herlokalisatie, waarover later meer, is nu in alle landen aan de gang. Grenzen gaan dicht, stromen van goederen en mensen vallen stil, en overheden redden lokale netwerken met rechtstreekse steun.

CREATIEVE DESTRUCTIE

Maatschappelijke orde bestaat uit sociale normen voor gedrag en procedures die de relaties tussen verschillende actoren en niveaus regelen. In normale omstandigheden verandert de maatschappelijke orde geleidelijk zodat de stabiliteit gewaarborgd blijft. Net hierdoor ontstaat er op termijn dikwijls een kloof tussen de maatschappelijke orde en de maatschappij waaraan ze structuur geeft. Die kloof zien we in onze benadering van onderwijs, de verdeling van welvaart, de balans tussen werken en leven, onze relatie met de natuur en onze relatie met de overheid. Maar de klap van de coronapandemie zet alle oude zekerheden op de helling. Het is een ongepland experiment in sociale vernieuwing op planetaire schaal, met het potentieel om de maatschappelijke orde definitief te veranderen en de kloven te dichten.

In de wereldwijde proeftuin voor maatschappelijk innovaties gaat de verandering ongestuurd alle richtingen uit, van verstilling, lokale gemeenschap en degrowth, over een nieuw evenwicht tussen leven en werken, een versnelde doorbraak van nieuwe technologieën en inperkingen op de privacy, tot het herdenken van wereldwijde kaders. Uit al dat driftig experimenteren zullen lessen getrokken worden. Zaken die we al decennia alleen maar doen omdat we ze altijd al deden, worden nu zonder omzien bij het stof van de geschiedenis geveegd. Als we later op deze periode terugkijken zullen we begrijpen hoe nu de maatschappelijke orde verandert. Maar voorlopig varen we zonder kompas door dichte mist.

RICHTING IN DE MIST

Welke kant het op zal gaan zal vooral afhangen van de keuzes die we nu maken. We hebben ons tot nog toe geconcentreerd op het behoud van bestaand socio-economisch weefsel, zonder de illusie dat dit volledig kan slagen. Het wereldwijde en lokale netwerk van productiekettingen is zwaar gehavend. De ontwikkelde wereld zit in een diepe recessie en vecht om niet in een depressie te sukkelen. Voor heel wat opkomende landen staat de economische barometer op zwaar onweer. Alles redden wat er was, zal sowieso niet lukken. Daarom wordt er nu al met panische energie nagedacht over de exitstrategie. Hoe krijgen we de economische machine weer aan de praat, zodat deze gezondheidscrisis geen wereldwijd armoedeprobleem wordt?

Sommigen willen de geglobaliseerde economische machine zo snel mogelijk weer op toerental jagen. Zij zijn de blinden die de eenogen leiden. Maar business as usual is niet alleen onmogelijk omdat de productiekettingen te zwaar gewond zijn, het is vooral ook ongewenst. Het is onze eerste echt diepe maatschappelijke crisis en onze voorkeuren verschuiven fundamenteel. Wij worden de coronageneratie. Doorgaan waar we altijd al mee bezig waren is deze keer geen optie. Het komende jaar vormt daarom een unieke kans, a once in a lifetime window of opportunity, om alles grondig te hertekenen. Met één oog en zonder kompas werpen we door dit venster een onzekere blik op vele mogelijke toekomsten.

DE TOEKOMST VAN WERK, ONDERWIJS EN MOBILITEIT

Ons voornaamste probleem bij de bestrijding van het virus is dat we te veel van hot naar her rennen. Ons hyperactieve mobiliteitsgedrag is bovendien slecht voor onze levenskwaliteit, onze gezondheid, de luchtkwaliteit en de opwarming van der aarde. Maar we ontdekken nu met fascinerend gemak de technologische mogelijkheden is om thuis te werken en thuis school te lopen. Hierbij gaat het ook over digitale opleidingen voor werknemers en voor (tijdelijk) werklozen. Hoewel we er al jaren lopen tegen aan te hikken, blijkt het nu in veel gevallen een verbetering te zijn. Sommige werknemers doen meer en houden meer vrije tijd over houden. Veel studenten leren evenveel en houden toch meer tijd over voor spel, sport en zelfontwikkeling.

Laten we dit behouden en verder stimuleren, vrijwillig, gecoördineerd en in de mate van het mogelijke, zodat iedereen beter uit is. Laten we de 4 miljard die we jaarlijks besteden aan salariswagens uitgeven aan investeringen in platformen, methodes en thuisinfrastructuur om telewerk, teleonderwijs en teleopleiding eenvoudiger en performanter te maken. Laten we investeren in een beter internet en goede wifi voor iedereen en een degelijke schootcomputer voor elk schoollopend kind. Laten we de belasting op inverkeerstelling (BIV) afschaffen en in plaats daarvan rekeningrijden invoeren op de spitsuren om de woonwerk mobiliteitsstromen verder af te raden. Laten we versneld investeren in veiliger weg- en fietsinfrastructuur en in de elektrificatie van onze resterende mobiliteit.

LOKALE INVENTIVITEIT

Nu het door corona glashelder is dat de globalisering te ver is doorgeslagen, is het zaak om de overtollige globalisering terug te draaien. Een deel van de oplossing bestaat in het heffen van een CO2-importbelasting: op importproducten heffen we een CO2-belasting die equivalent is aan de milieubelastingen die op dit product zouden verschuldigd zijn, ware het in Europa geproduceerd. Op die manier laat je de handelsstromen dalen, wordt een deel van de consumptie opnieuw lokaal geproduceerd, daalt de belasting op het milieu en blijven de efficiëntiewinsten van eerlijke handel toch mogelijk. Zo zoeken we een optimaler niveau van globalisering zonder het kind met het badwater weg te gooien.

Daarnaast moeten we producenten van producten die in Europa verkocht vragen om degelijke plannen van cruciale vervangingsonderdelen online eenvoudig beschikbaar te maken voor klanten. Hierrond kan een nieuwe en flexibele lokale maakindustrie ontstaan die op basis van 3D printing herstellingen efficiënt kan uitvoeren en zo veel producten duurzamer en goedkoper kan maken en terzelfdertijd de veerkracht van het lokaal economisch weefsel kan versterken. Lokale inventiviteit als reactie op de coronacrisis heeft al de mogelijkheden aangetoond. Hierdoor komt een groter deel van de toegevoegde waarde van globale handelsstromen het lokale niveau ten goede, met betere lokale werkomstandigheden en loonvoorwaarden tot gevolg.

STRATEGISCHE EN DUURZAME ZELFVOORZIENING

Voor strategische sectoren moeten we sowieso de lokale zelfvoorziening kunnen garanderen in de vorm van voldoende grote voorraden of steun voor lokale productiecapaciteit. Dit geldt zeker voor zorgproducten en noodzakelijke basisbestanddelen voor de maakindustrie. De grote afhankelijkheid van wereldwijde productiekettingen is een enorme zwakte gebleken bij de bestrijding van de verspreiding van het virus. Denk hierbij gewoon aan de tragische saga van de mondmaskers en andere beschermende materialen, aan het gebrek aan reagentia om de nodige tests uit te kunnen voeren of aan de tekorten aan onderdelen voor beademingstoestellen. Hier moeten we bijsturen om de lokale veerkracht te verhogen en de lokale economie te versterken.

Dit geldt zeker ook voor voedsel. Er wordt mede door de coronacrisis massaal geëxperimenteerd met lokale, gezondere vormen van voedselproductie, zoals korte keten landbouw, plukboerderijen, massale terugkeer naar moestuinen en volkstuintjes, stadslandbouw, biolandbouw. De meeste van die vormen zijn niet alleen lokaal en zelfvoorzienend, maar ze versterken ook lokale toegevoegde waarde en tewerkstelling en zijn duurzaam. Op deze sectoren moet nu sterk worden ingezet, zodat ze een substantieel deel gaan uitmaken van onze hele voedselketen. Hierbij kan ook worden ingezet op nieuwe digitale technologieën die deze lokale gemeenschappen verder versterken.

Dit geldt ook op het vlak van energie. Hernieuwbare energie op basis van wind, zon, getijden, water en grondwarmte is zelfvoorzienende energie op voorwaarde dat we investeren in flexibelere en slimme netwerken met netbatterijen en vraagsturing, virtuele private elektriciteitscentrales, en reservecapaciteit op basis van groene waterstof. Dit is haalbare groene groei die lokale werkgelegenheid en toegevoegde waarde creëert. In deze betere toekomst hangen we niet meer af van de wereldprijs van olie, want een vat olie kost nul euro omdat niemand die olie nog wil. En ook van het cynische monopolie van onze kerncentrales willen we de toekomst van de hernieuwbare energie niet langer laten afhangen. Sluiten die handel.

GELIJKHEID EN GROEI

Groei is in deze nieuwe wereld niet langer de ultieme doelstelling. We willen een nieuw evenwicht tussen efficiëntie en fragiliteit, met andere scholing, ander werk en pensioen, andere mobiliteit, andere energie en andere landbouw en andere zorg. Hiervoor zijn massale investeringen nodig die deels gefinancierd zullen worden door belastingen. Daarom moeten we nu echt korte metten maken met de infernale koterij van fiscale gunstregimes en paradijzen ten behoeve van multinationale bedrijven en grote kapitalen. Genoeg is genoeg. Als we er niet in slagen iedereen een faire bijdrage te laten betalen, dan ondergraven we de vernieuwing.

Maar aangezien deze investeringen onze maatschappelijke orde zullen verbeteren, is het verstandig om flink door te pakken en ook een belangrijk deel van de investeringen te financieren met bijkomende schuld. Als de rente laag genoeg blijft – dat is de komende tijd verzekerd – en de groei hoog genoeg, dan betalen deze investeringen zichzelf meer dan terug. Groei is dan wel geen doelstelling meer, maar het blijft dus wel een randvoorwaarde. We hebben namelijk duurzame, groene en zorgzame groei nodig om de transitie naar een duurzame, groene en zorgzame post-corona maatschappij te financieren. Ziedaar een mooie paradox om mijn pleidooi te besluiten.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 32 tot 36