Abonneer Log in

Politiek op speed

Politiek in tijden van corona

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 7 (september), pagina 50 tot 54

Nooit eerder werd zowat elke politieke beslissing in real time aan het publiek voorgesteld, met bijhorende adviezen, gelobby, commentaren en al dan niet meteen min of meer uitgevoerd. Ook wetenschappers zaten plots in een formule 1-race waar ze aan een enorm hoge snelheid moesten kiezen of we de volgende bocht rechts- of linksaf moesten draaien. Een terugblik op hoe corona de politiek op speed zette.

POLITIEK IN TIJDEN VAN CORONA

Hoe onze rechtsstaat in een coma belandde
Kati Verstrepen
Wie verdient de hulp van onze welvaarts­staat?
Tijs Laenen
Politiek op speed
Geert Mareels

POLITICOLOGISCH EEN GOUDMIJN

Corona is bijna het énige nieuws op tv of in de kranten. De actoren in de besluitvorming en hun woordvoerders zijn zeer divers. Het snel stijgende aantal besmettingen en doden vereiste snelle beslissingen, waardoor de traditionele lijnen en timing voor consultaties, gelobby en overleg onbruikbaar werden. De kortste weg om de besluitvorming te sturen, bestond er in alles via de media uit te vechten. Elk presenteerde z'n advies, commentaar op het advies van een ander, een plan, een alternatief plan en een verwerping van alle plannen. Voor wie kon lezen, werden dit de meest transparante tijden ooit. De media moesten nooit ver zoeken naar een dissidente stem.

De burgers werden dan weer niet wijzer wat ze wel of niet mochten doen, omdat zeker politici het vaak lieten voorkomen alsof hun voorstel ook meteen beslist beleid was. En omdat virologen al evenveel verschillende meningen hadden als politici. Wat eigen is aan wetenschap, maar je kon sommige dagen gewoon kiezen wiens advies je best beviel en wou opvolgen.

Het overheidsbeleid ging in een ongelooflijke fast forward. Op een maand of drie tijd werden er beslissingen genomen met letterlijk gevolgen voor wie leeft en wie sterft, wie welke financiële gevolgen draagt, en welke prioriteit gegeven werd aan de vele aspecten van onze samenleving. Maatregelen hadden impact op de mens als burger, familielid, vriend, werknemer, consument, lesgever of student. En van elke actor kon je snel afleiden of volgens hem een mens vooral moest kunnen leven, werken of betalen. Voor sommigen leken een paar doden niet veel meer dan collatoral damage om de economie gezond door de pandemie te loodsen.

Waar een 'normaal' politiek jaar wat voortkabbelt met grote veldslagen over een autosnelweg die er misschien over tien jaar komt, over een bos waar je nog nooit was, een grondwetswijziging waar enkel ambtenaren iets van merken, … had men nu de vergaderingen van de veiligheidsraad liefst live uitgezonden en becommentarieerd. Opeens ging politiek niet meer over grote symbolen maar over ons leven van de volgende dag.

De beslissingen gingen al meteen in werking, en niet de traditionele eerste dag van de maand volgend op de publicatie in het Staatsblad. Al waren de klassieke vertrouwde rechtsregels ook deze keer 'the first casualty of war'. Nood breekt alle wetten, maar dat we aan nauwelijks geïdentificeerde 'vrijwilligers' aan de telefoon of de voordeur zouden moeten vertellen waar we de voorbije weken waren en wie we ontmoet hebben, was een half jaar geleden ondenkbaar en zou ons toen sterk afgeraden worden door de politie.

REAL TIME VERSLAGGEVING

Er werd ook in real time gerapporteerd over het verloop van de crisis in ziekenhuizen, woonzorgcentra, de levering van mondmaskers, het organiseren van de contact tracing, enzovoort. Het voelde vaak aan als oorlogsverslaggeving.Normaliter is dat hooguit stof voor een dik en onleesbaar rapport dat een paar jaar na de feiten wordt opgesteld (met ook een bedrijfscultuur om over zo'n verslag intern tot 'consensus' te komen, zeg maar de scherpste kritiek af te zwakken.)

En wat waren de meningen politiek verdeeld over dit virus. De rechterzijde viel liever letterlijk dood dan de adviezen van een viroloog met PVDA-sympathieën te volgen, zelfs al vertelde die in wezen niet veel anders dan zijn collega's. Uit het beleid van diverse landen kon men ook de heersende politieke voorkeur aflezen. Alles doen om de bevolking te beschermen versus alles doen om de economie overeind te houden. Met een veldslag over het al dan niet openen van de scholen tussenin. Alleen leerden de internationale statistieken van besmettingen en overlijdens ons tot nu toe niet wat het meest geschikte beleid was.1 België staat na San Marino mijlenver boven elk ander land ter wereld qua relatief dodental. Maar geen enkel land telde op dezelfde manier de besmettingen en overlijdens. Die tellingen vergelijk ik graag met een Ronde van Frankrijk waarin elke renner z'n eigen parcours mag uitstippelen en de tijdsregistratie doen.

Het wordt boeiend om over een paar jaar in een post mortem een echt wetenschappelijke vergelijking te zien van de effecten van de verschillende lockdowns, en ook wel of massabijeenkomsten op betogingen, meetings of feesten nadien in meetbare besmettingen resulteerden. En of de besmettingen echt méér voorkwamen bij mensen die het niet te nauw namen met mondmaskers en afstand houden. Dat kan ook alleen maar helpen om een toekomstige exitstrategie meer van medische inzichten dan van economische belangen te laten afhangen. En van politieke… Het feit dat in de VS in de eerste maanden vooral de arme wijken zwaarder werden getroffen, zal misschien ook niet direct aangezet hebben om veel Democratische kiezers daar te gaan redden. Een studie stelt dat het strengere beleid daar pas begon toen ook de wijken van de middenklasse werden getroffen.2

POLITIEK VOOR DE SCHERMEN

Het unieke aan deze periode is dat de politieke besluitvorming zo goed als volledig verschoof van achter de schermen naar het voorplan. Elke burger volgde met buitengewone belangstelling wie welke beslissingen nam en kon meteen afwegen wiens belang gediend werd. Tegelijk werden doorgaans langzame processen zodanig versterkt dat men meteen kon zien wie er gediscrimineerd werd, voor wie het Mattheüseffect speelde, hoe de bevoegdheidsverdeling een daadkrachtige overheid belemmerde, wat de gevolgen van de oude besparingen in de zorg waren en wie er de sterkste lobby's aan het werk kon zetten.

De eerste weken van de lockdown verliepen vrij uniform. Alles ging dicht, enkel voeding en apothekers bleven open. Maar de exit werd een grote afweging tussen welke bedrijven en burgers het eerst uit hun kot mochten komen. En kon de belangenstrijd losbarsten, vaak minder een epidemiologische dan een ideologische discussie.

Een case die duidelijk maakt welke belangen veel politici het liefst dienen is zeker het vraagstuk van hoe en wie deze zomer al dan niet naar zee mocht. De burgemeesters van de kustgemeenten bereikten op 11 mei al een consensus (?) om stapsgewijs eerst de eigenaars van tweede verblijven en zij die op hotel gingen voorrang te geven. De dagjestoeristen konden pas als laatste. Later deze zomer werden die ook het eerst geweerd, al ging de horeca dan weer aan het klagen als die oproep om niet naar zee te gaan te goed werd gerespecteerd.

Bedrijven en de ganse culturele sector zaten weken- of zelfs maandenlang zonder inkomen. Wie wel zeker bleef van z'n inkomen waren de verhuurders en schuldeisers. 'Uw schulden zult gij betalen', moet het 11de gebod zijn. Elk een politiek debat waard maar dat leek niet prominent in parlement of pers.

Het Mattheüseffect is van alle tijden en altijd wat sluipend en druppelsgewijs aanwezig, maar ook hier legde corona bloot welke politicus voor wiens belangen opkwam. De fixatie op de 'middenklasse' zorgde voor een blinde vlek ten opzichte van wie er niet toe behoort. Het was ontluisterend hoeveel politici en journalisten nu pas ontdekten dat gezinnen niet voor elk kind een laptop hebben, niet elk kind ouders heeft die kunnen helpen bij schoolwerk, niet iedereen de lockdown kon uitzweten in de eigen tuin met zwembadje, of hoe er in veel woonzorgcentra het personeel al jaren geen tijd meer heeft om kwaliteitsvol om te gaan met de bewoners. Het is natuurlijk ontluisterend voor een politicus om op tv, in plaats van in statistiekjes, te moeten zien wat het concrete gevolg is van de beleidskeuzes van de laatste decennia van zowat élke partij die al ooit aan een regering deelnam.

Voor de partijen zijn het complexe momenten. Zolang in de kranten en het journaal er geen enkel ander nieuwsfeit meer is dan corona in al haar gedaanten, konden ze al zeker geen boodschap kwijt die niet over de crisis ging. Een aantal ministers genoot dan weer van de unieke kans om meerdere keren per week hun verhaal op tv te mogen brengen. Meestal dan wel om als gelijken met experten de maatregelen toe te lichten. Wat ook af en toe resulteerde in kregelige opmerkingen dat 'de experten hun plaats moeten kennen'. De liefde was wederzijds. Na verloop van tijd ergerden de experten zich openlijk aan de beslissingen van het politieke niveau. Ook dat is niet ongebruikelijk, maar verloopt dan letterlijk binnenskamers.

Bij aanvang koos het merendeel van de beleidsmakers voor de hardere lijn inzake beveiliging om toch zeker nooit verweten te kunnen worden niet streng, vooruitziend of voorzichtig genoeg geweest te zijn. Al is dat gemakkelijker bij het formuleren van vereisten aan een paar privépersonen dan voor de eigen verkeersinfrastructuur of de afstand tussen beddenspijlen in de kinderopvang. En al helemaal een uitdaging wanneer het over het toegelaten gedrag van iedereen vanaf morgen gaat.

Maar ook het volk heeft zich duidelijk laten kennen sinds de coronacrisis. In een artikeltje in Samenleving & Politiek in april schreef ik nog dat er eerst doden moeten vallen vooraleer er draagvlak zou zijn voor een sterk beleid rond de klimaatopwarming.3 Nu ben ik zelfs daar niet meer zo zeker van. Toen na de lockdown het imminent gevaar geweken leek, zag men overal lockdown party's, gemor over alle maatregelen, ontduikings- en ontwijkingsgedrag en kwam de gekende opsplitsing tussen believers en non-believers opduiken. En dit terwijl de besmettingen en overlijdens nog lang niet voorbij waren. Het laat vrezen dat we hetzelfde zullen meemaken tot ver na de point of no return van de klimaatopwarming. Zelfs dan zullen burgers en hun politici het liefst hun oude leventje houden. De last voor volgende generaties is blijkbaar enkel van tel als de politieke rechterzijde over staatsschuld klaagt.

ONDUIDELIJKHEDEN OVER BEVOEGDHEIDSVERDELINGEN

Er is een hevige discussie geweest over de bevoegdheidsverdelingen, met als symbool de 9 ministers bevoegd voor Volksgezondheid. In de klassieke indeling van het land zou je denken dat 1 federale minister en 3 voor de Gemeenschappen wel zou volstaan. Die laatste dan vooral voor preventie en welzijn. Blijkbaar is de band tussen Franstalige Brusselaars en Walen niet zo sterk dat ze het met één gemeenschapsminister kunnen doen. En is er dan nog één voor kinderen en een andere voor universitaire ziekenhuizen. En die vonden blijkbaar alle 9 dat ze mee moesten beslissen over het coronabeleid. (Dat is overigens geen grondwettelijke noodzaak; er worden genoeg besluiten en wetten mee ondertekend door ministers zonder er mee over te willen discussiëren). De kabinetards deden op een pavloviaanse manier wat ze altijd doen: hun domein afpissen als een hondje. Altijd al goed voor een paar dagen of weken overleg. Met onze zeer egalitaire staatsstructuur kan er zich ook niemand opwerpen als leider van een top-downbeslissingsboom. Ook dat is geen nieuw fenomeen, maar ook nu weer: meteen alle spotlights er op.

Het meest leerrijke is wel dat het publiek gaandeweg ontdekte dat sommige oude bevoegdheidsverdelingen in praktijk weinig effectief zijn. Het symbool van die versnippering werd de vaststelling dat een ziekenhuis dat een container wil kopen voor een triagecentrum bij de regio's terecht moet en om er een te huren bij de federale overheid. Natuurlijk heeft men nooit de bevoegdheid over triagecontainers in de bijzondere wet geregeld maar zal dit eerder een uitloper zijn van de opname van de huur van een ziekenhuis in de federale verpleegdagprijs, waar de investering om er een te bouwen (deels) door het Gewest wordt gefinancierd. En men zelfs in hoge nood voor een container niet om de regeltjes voor een nieuwbouw van een ziekenhuis kon of wou.

Onduidelijkheden over de bevoegdheidsverdelingen zijn dan ook van alle tijden. Ze worden vaak na lange palavers vrij pragmatisch opgelost. Maar die tijd was er deze keer niet. Zo kregen we het fenomeen dat iedere excellentie zich bevoegd achtte voor het goeie nieuws en een andere schuldig kon verklaren voor wat fout liep.

Corona was uiteraard niet enkel voor virologen en politicologen leerrijk. Sociologen kunnen wel wat aan met de mobiliteitsstromen van mensen in binnen- en buitenland. De eerste besmetting in Italië kwamen een Italiaan die uit Wuhan kwam. Het virus kwam België binnen uit de Italiaanse skigebieden en bleef de eerste dagen opmerkelijk hangen in de Vlaamse middenklasse, veel minder in Wallonië. In Nederland woedt het virus flink in het zuiden maar lijkt er niet veel over en weer gereisd te worden naar Groningen.

Binnen België kan je soortgelijke contacten vaststellen. De besmettingsgraad blijft in Gent flink lager dan in Limburg en Antwerpen. Qua staatshervorming lijkt er volgens die kaart meer nood aan een identiek coronabeleid voor Antwerpen en Brussel enerzijds, en voor de Vlaamse en Waalse Ardennen anderzijds.

ZIEKENZORG EN WOONZORGCENTRA

Corona legde ook een oud en zeer structureel probleem bloot in de sociale sector. Alle ogen waren gericht op de huidige minister van Welzijn, maar het belang van de bewoners is daar al decennia ondergeschikt aan de financiële belangen van de uitbaters. De onderbemanning in de woonzorgcentra zorgt al jaren dat het personeel er nauwelijks nog tijd heeft om een bewoner echt aandacht te geven. Slechts twee personeelsleden om op een zondag tien zwaar hulpbehoevende mensen te wekken, wassen, kleden en eten te geven is vaak de regel. En om kosten te besparen, werd er systematisch lager geschoold personeel aangetrokken zodat er inderdaad niemand overweg kon met de strenge veiligheidsvoorschriften qua hygiëne, laat staan een neusswab hanteren.

OP HET EINDE KOMT ALLES GOED

De pandemie is nog lang niet ten einde, maar tot vandaag is nog maar 0,01% van de wereldbevolking aan corona gestorven, al zit Vlaanderen met 4.898 doden wel al aan 0,07%. Daarmee zit corona half augustus zowat aan de helft van het aantal doden door kanker en van hartfalen. Maar toch meer dan 10 keer meer dan het aantal verkeersdoden in Vlaanderen. We kunnen maar hopen dat de zoektocht naar een vaccin en behandeling effectiever is dan deze naar een HIV-vaccin en kankerbehandeling. Omdat, meer nog dan bij aids, nu echt iedereen in je dichte of verre omgeving een bedreiging is. Blijkbaar verslapt de wil om zich voor mekaar te beschermen nu toch, maar wegdenken kan je dat risico nog lang niet. Welk beleid daar rond kan worden ontwikkeld, was voorwerp van de Zomerreeks #BeterNaCorona van Samenleving & Politiek. We kunnen maar hopen dat de overheid uw gezondheid toch wat belangrijker vindt dan de omzetcijfers van de strandbars. Die rapen uiteindelijk ook niet veel winst van zieke klanten.

Op het einde komt alles goed, en als het niet goedkomt is het nog niet het einde.

VOETNOTEN

  1. https://www.worldometers.info/Coronavirus/.
  2. https://www.frontiersin.org/articles/10.3389/fsoc.2020.00047/full.
  3. https://www.sampol.be/2020/04/eerst-moeten-er-doden-vallen

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 7 (september), pagina 50 tot 54