Abonneer Log in

In café Bonten Os

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 22 tot 26

Een ongemakkelijk pleidooi voor verbinding en participatie. Wie kan daar iets op tegen hebben?


(De befaamde trappen voor café Bonten Os - © Joris Herregods)

In de eenzaamheid van de sociale flat was het feest ver te zoeken.

Links koos voor een hoogopgeleide urban creative class: Woestijnvis, en laat de 'VTM'ers' maar over aan VTM.

Er werd altijd om 'hun' participatie gevraagd, maar de vraag is hoe wij in hun wereld participeren.

Een televisieploeg gaat café Bonten Os binnen voor een gesprek met buurtbewoners. Dat gesprek blijkt alleen over de vreemdelingen te gaan. De meningen zijn onversneden racistisch, seksueel gefrustreerd en bang. Hitler mag zeker terugkomen, het enige probleem is dan dat hij nog gaas te kort zal komen.

De man met de pint zegt dat hij het toch allemaal niet mag zeggen, en dat het er toch uitgeknipt zal worden. Maar zijn woorden worden er nooit uitgeknipt en het fragment in de Bonten Os zal de rest van de reportage van Panorama over de Seefhoek doen vergeten. De beelden van het gesprek zijn maar één onderdeel van een langere en genuanceerde reportage die Paul Muys in 1988 maakte voor de toenmalige BRT over de Antwerpse Seefhoek. 'Zwaanst na nie hé' zou een van die eerste televisie uitspraken uit de jaren 1990 worden, die langer bleven hangen dan het volledige programma. Ik ga het zeggen Walter, wast witter dan wit, woestijnvis.

EEN DUBBEL STIGMA

Paul Muys vertelde me aan de telefoon: 'Het waren vroegere stamboeksocialisten die nu voor het Vlaams Blok waren.' En ook: 'Daarvoor spraken we ook wel met de gewone man, maar dan als ploegbaas'. Voormannen van een te onderscheiden klasse werden ingeruild voor de man in de straat. Dezelfde avond zond de BRT ook een reportage uit over Marokkaanse verpleegsters, gemaakt door Muys zijn collega bij de openbare omroep, ene Paul Jambers. Die reportage werd niet onthouden. Niet veel later zou Jambers overstappen naar VTM, en niets zou nog hetzelfde zijn, aldus Jambers in zijn autobiografie. Het fragment 'Racisme in de Seefhoek' leefde verder op YouTube en zou als symbool dienen voor de onderbuik van de verpauperde binnenstad. De Vlaamse afkeer van die binnenstad zou een dubbel stigma verbergen: enerzijds een afkeer voor de 'vreemden', alsook een afkeer van de eigen, al te witte onderbuik - de stedelijke onderklasse.

Het toenmalige Vlaams Blok mocht toen nog een stel grofgebekte straatvechters zijn zonder veel maatschappelijke oplossingen, zwaaiend met kinderlijk eenvoudige bokshandschoenen. En hun resultaten waren niet eens zo indrukwekkend voor hedendaagse normen. Maar meer was niet nodig. Ze leken de enige partij die nog in de wijken kwam, de enige die daar nog de straat op ging. Wie had intelligentere Vlaams Blokkers nodig met zulke socialisten?

Het is al uitvoerig beschreven, hoe de paniek over de eerste Zwarte Zondagen het Sociaal impulsfonds en het sociaal werk in gang zette. Traag maar zeker werd de binnenstad herwonnen, of de middenklasse eigende zich althans de meest aantrekkelijke stukken toe. Hoe goedbedoeld ook, veel van het antiracismediscours en de cultuur zou zich in de jaren nadien richten op de aanvaarding van de migrant - L'étranger c'est mon ami. Die aanvaarding was voor velen een terecht multicultureel feest. Maar misschien staarden zowel links als rechts zich blind op het stigma van de migrant. Een preoccupatie die overigens weinig veranderde aan het structurele onrecht waar Belgen met een migratie achtergrond mee te maken kregen. We ensceneerden een multicultureel feest, zonder dat de structurele voorwaarden in de wijken veranderden. We gingen de Vlaamse marginaal opvoeren in een serie typetjes, zonder dat de structurele voorwaarden in de wijken veranderden.

ONZE EIGEN SCHADUW

Het mag altijd de andere zijn waarbij we de moeilijke geschiedenis vermoeden. In Brussel maakte ik enkele jaren geleden een voorstelling met een grote groep spelers, waarvan de helft vluchtelingen waren – die in verschillende fasen van hun procedure waren, veelal Afrikaans of Syrisch. De andere helft van de groep waren fikse Brusselse en Vlaamse ouderen. De voorstelling ging over oorlog en het missen van je familie en je thuis. Dat leek heel logisch, gezien de situatie van de vluchtelingen. Ik merkte dat het publiek het onderwerp ook vooral bekeek door de ogen van de vluchtelingen in de groep. Dat bleek toch anders te liggen tijdens de repetities. Het waren de Brusselse en Vlaamse ouderen die hun familie amper zagen, en die begonnen te vertellen over een onverwerkt 'zwart' oorlogsverleden. Les noirs, de zwarten, stond er in de ondertiteling van een video. En dat ging niet over de vluchtelingen.

Het maatschappelijk ongenoegen van de onderbuik werd een uniek rechtse fout van de witte onderklasse. Het was een onvergeeflijke zonde, en niet ons probleem. De handige hoogopgeleide middenklasse zou het verdwijnen van de verzuiling wel even opvangen met slimme politieke marketing, publiek private middelen en gewoon goed bestuur.

In de eenzaamheid van de sociale flat was het feest ver te zoeken.

In de eenzaamheid van de sociale flat was het feest ver te zoeken. Mensen bleven 'rood als bloed', maar er was geen cultuur meer om het nog op te merken. Een mevrouw uit het Rabot hoorde dat ik als theatermaker resident was in de Vooruit. 'Dan zijn we eigenlijk collega's', zei ze blij, 'Doe je de groeten aan Gilbert van de drukkerij?'. Ik wist niet wat ik moest antwoorden.

In 2013 bezocht ik met sociale huurders uit het Rabot het gebouw van de Vooruit. We kregen een van de laatste rondleidingen in het gebouw ter ere van het honderdjarig bestaan van de Vooruit. De man die ons rondleidde was een medewerker van het eerste uur, toen het vervallen arbeiderspaleis in 1983 langzaam vervelde tot een kunstencentrum.

We ontdekten met dat bezoek dat mensen die hun hele leven in Gent gewoond hadden, de ontwikkelingen in Vooruit sinds 1983 hadden gemist: een aantal bewoners verwonderden zich erover dat de sossen niet langer in de Vooruit zaten.

Een bijzonder mooi moment was het, toen een Rabotbewoner in de Domzaal van Kunstencentrum Vooruit stond, en vertelde hoe hij daar als jongen begin jaren 1980 ging turnen. Dat had niet veel met socialisme of lichamelijke opvoeding te maken – maar wel met het feit dat dit de enige gemengde turnkring was. Het was hem om de meisjes te doen. Maar die bewoner vertelde ook dat hij uit een echt socialistisch nest kwam. Zijn vader ging immers naar Vooruit om er in de toneelkring te spelen. In diezelfde Domzaal zouden we enkele maanden later de theatervoorstelling tonen over Rabot waar die bewoner ook aan meegewerkt had. In dat ene moment kwam de hele geschiedenis van de Vooruit samen. Iedereen blij.

Maar op de weg terug vertelde de oude turner het hele verhaal. Zijn grootvader had ook voor Vooruit gewerkt, zelfs voor de grote man Anseele zelf. Zijn grootvader ging knokken voor Anseele. Als de grote voorman in een café was gaan spreken, en niet helemaal goed ontvangen was geweest en er twijfels bleken te bestaan over de glorieuze toekomst van de arbeidersklasse, dan ging zijn grootvader het café kort en klein slaan. Dat had de turner niet durven vertellen tijdens het bezoek. Sommige mensen staan altijd aan de schaduwzijde van de geschiedenis.

PARTICIPATIE IS DOOD

Samen met de verzuiling lieten we een flink deel van onze eigen culturele onderbuik los. Rechts koos voor een Vlaams nationalistische identiteitsmythe: Witter dan wit, wat wals is vals is. Links koos voor een hoogopgeleide urban creative class: Woestijnvis, en laat de VTM'ers maar over aan VTM. Hoogopgeleide cultuurwerkers in het professionele cultuurveld zouden dat dubbele stigma nog meer versterken. Wie niet mee kan met een mondiale cultuur is marginaal. Aan een racist mag je een ondubbelzinnige hekel hebben, zonder dat wij als witte middenklasse ons ooit moeten afvragen hoe het zo ver gekomen is. Ging het niet vaak over onze grootouders, vroegere klasgenoten en de zatte nonkel op het communiefeest?

Links koos voor een hoogopgeleide urban creative class: Woestijnvis, en laat de 'VTM'ers' maar over aan VTM.

De partijen die links en rechts triomfeerden in mei 2019 verkondigden geen extreme verhalen. Zelfs Vlaams Belang klonk socialer dan ooit. Het centrum stond erbij en keek er naar. Ik woonde in die periode in Antwerpen Noord in de buurt van de vroegere Bonten Os. Als ik geen krant las zou ik gedacht hebben dat enkel PVDA opkwam met de verkiezingen. Voor de deur van wat ooit café Bonten Os was, aan de trappen van de Noordlaan, ligt nu Park Spoor Noord. Maar weet iemand wat Patrick Janssens tegenwoordig doet?

Cultuur, duurzaamheid en stadsvernieuwing… als die thema's enkel binnen een witte middenklasse spelen kunnen we er ons nog lang over verbazen dat 'ze' het niet snappen, en liever luisteren naar identitair getweet. Sociale rechtvaardigheid en respect zullen altijd als voorwaarde blijven liggen onder elk van deze thema's.

Verrechtsing en onbehagen is een weeffout in het gedeelde cultureel materiaal en de cultuurproductie. Het is niet de schuld van de gestigmatiseerde groepen, of hun verantwoordelijkheid om het op te lossen. Het valt me op hoe we het noodzakelijke activisme en de ongemakkelijke gesprekken bijvoorbeeld vaak overlaten aan de stemmen van kleur. We zijn op de hoogte van het probleem, maar laat hen maar het risico nemen om woke te zijn, en daarvoor wind te vangen. Veel succes, lieve activisten van kleur en buitenlandse origine, jullie mogen voor ons het ijzer uit het vuur halen. Al onze sympathie heb je.

En een gelijkaardige beweging is gebeurd in de hele participatie- en inspraakgedachte. In de hoop om te verbinden wat verbonden moet worden, wilden we gaan luisteren naar de mensen die nooit gehoord worden. Wie kan daar iets op tegen hebben?

Mensen waar ik mee werk staan niet weigerachtig ten opzichte van participatie op zich. Maar veel mensen die aan de onderkant moeten overleven, hebben de vraag om hun participatie en inspraak tegelijk te weinig en te vaak gehoord. Er werd hen te vaak gevraagd om te participeren zonder dat dat een gevolg had. We vergeten dat zij een geschiedenis en een geheugen hebben opgebouwd van binnenuit. Je kan niet met hen praten zonder die te ontkennen. Loïc Wacquant schreef over de gedaante van de centaur. En dat klopt: te veel mensen hebben in hun leefwereld te lang enkel de vier poten gezien en zijn door die poten gevormd.

LANG LEVE PARTICIPATIE

Wie kan er iets hebben tegen een beweging die wil luisteren? Tegen inspraak en de goedbedoelde participatiecultuur? De participatiegedachte lijkt echter een grens te hebben bereikt. We kunnen met de beste wil ter wereld werken aan een participatieve cultuur, stemmen laten klinken en signaleren vanuit sociale bewegingen - de geleefde realiteit van bewoners en wijken haalt dat ideaal uiteindelijk toch in. En dan klinken de stemmen nooit mooi of beleefd.

Er werd altijd om 'hun' participatie gevraagd, maar de vraag is hoe wij in hun wereld participeren.

Er werd altijd om hun participatie gevraagd, maar de vraag is hoe wij in hun wereld participeren.

Structurele veranderingen moeten vooralsnog door de politiek in gang gezet worden, en kunnen alleen door de politiek bekrachtigd worden. Daar helpt geen participatieromantiek aan. Of het nu over het klimaat gaat, of over huisvesting en armoede … van een onmachtige politieke klasse hoort men alleen over individuele schuld en verantwoordelijkheid.

Sociale bewegingen hebben van oudsher problematieken aan de politieke partijen gesignaleerd. Het zelf promoten van een sociale beweging door een politieke partij kan daarom snel lijken op het verdoezelen van een politieke onmacht. Hadden we nog een extra beweging nodig? Had iemand tot nog toe de signalen van onderuit gemist?

Ik ben gevormd als theatermaker, en ben verbonden aan kunstencentrum Vooruit. Een kunstencentrum dat bij het verschijnen van dit stuk een nu nog onbekende naam zal dragen. Laat ons niet nostalgisch of pessimistisch zijn – eigenlijk geloof ik dat het enige antwoord nog meer participatie en verbinding is. Maar dan die van instellingen en de structuren. Het grootste sociaal-artistieke project ooit. Vertel eens, beste gezondheidszorg, huisvestingsmaatschappij, overheid en politieke partij … hoe gaat het ermee? Want we zijn bezorgd, en vinden dat u meer zou moeten participeren. U mag niet wantrouwig zijn, of dit neerbuigend vinden of bemoederend. Daar heeft elke participant in het begin wat last van.

Bea Cantillon spreekt van de allianties die noodzakelijk zijn om de welvaartsstaat te laten functioneren. Die allianties vragen om een cultuur die ervan kan vertellen en die dat verhaal kan ontwikkelen in alle nuance en complexiteit. Participatief werken is bij uitstek gaan luisteren naar de complexe dingen die je misschien niet wil horen, en ontdekken dat de breuk niet enkel bij de zogezegd moeilijke andere ligt.

Ongemakkelijk stappen we café Bonten Os binnen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 4 (april), pagina 22 tot 26

DE EXTREEMRECHTSE DREIGING

De diepe angst van een bedreigde soort
Jan Antonissen
In café Bonten Os
Simon Allemeersch
Eigen werknemer niet eerst
Bruno Verlaeckt en Vincent Scheltiens