Abonneer Log in

De comeback van voedselhulp als armoedebestrijdingsstrategie

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 6 (juni), pagina 9 tot 15

Tijdens de coronacrisis zagen we een buitensporige toename van mensen die een beroep doen op voedselhulp. We merken echter al langer een verschuiving van voedselhulp als fenomeen in de marginaliteit naar een institutionalisering van de liefdadigheidseconomie als armoedebestrijdingsstrategie.


© Karen Nachtergaele

SOLIDARITEIT IN TIJDEN VAN CORONA

Hoe de sociale zekerheid ons behoedde voor erger
Olivier Pintelon
De comeback van voedselhulp als armoedebestrijdingsstrategie
Caroline Vandekinderen
De verborgen impact van Covid-19
Kathleen Van Den Daele
Gunnersmentaliteit: voor elkaar - met elkaar
Patrick Loobuyck
Naar een vaccinatiestrategie die niemand achterlaat
David de Vaal en Henk Van Hootegem

Vandaag worden partnerschappen gesmeed tussen het professionele hulpverleningsnet en de liefdadigheidseconomie.

Honger als katalysator tot rechtendetectie. De kanarie in de kolenmijn.

'De Belgen zijn noodlijdend. De Slowaken melken het systeem uit (vrijwilliger)'. Letterlijk.

WELCOME TO THE PARTY

'Vandemoortele heeft de beste mayonaise!', glundert M. (bezoeker). Vandaag uitzonderlijk en in beperkte oplage voorradig. Met dank aan Foodsavers, een logistiek distributieplatform gelanceerd door het OCMW Gent in samenwerking met Stad Gent, waarbij voedseloverschotten uit de regio worden gerecupereerd en herverdeeld in organisaties die werken met mensen in armoede. Soms leveren ze yoghurt, Yakult of fruit, waarvan soms ook de houdbaarheidsdatum is verstreken, waaraan zelden zwaar wordt getild. Ecologisch bewustzijn of gewenning in het verwachtingspatroon, wie zal het zeggen. Vandaag echter niks van dat allooi om de ochtendlijke koffie te vergezellen. Niet getreurd: 'Wie wilt er een Pepsi Cola?' (medewerker). De liefdadigheidseconomie is kennelijk niet geënt op het principe van vraag en aanbod. Evenmin op een kwaliteitsoogmerk. Aardbeien, de blozende zomervruchten die doorgaans keurig gedrapeerd in aparte bakjes worden geëtaleerd in de rekken, liggen per drie kilo in een plastiekzak te zweten in eigen nat.

Op de toog prijkt een vaas vol kleurrijke, vers door O. (bezoeker) geplukte bloemen. Een huiselijk en vrolijk ogende afleiding in de donkere doos die tijdelijk coronaproof dakloze mensen herbergt. Het is ook aanleiding tot een klein dispuut onder de medewerkers. Een vaas is potentieel een samenraapsel aan scherven, en scherven fungeren potentieel als wapens. Een subtiel gebaar om als bezoeker zijn respect naar de medewerkers te betuigen, zo expliciteert hij zelf. Al is dat (gebrek aan) respect frequent onderwerp van discussie en reden om iemand tijdelijk te schorsen. De aanleidingen tot frictie zijn velerlei. Zoals: de minute soep met kippenextract is op. De andere varianten eigenlijk ook. Er verdwijnen vaak twee zakjes in één kom, bevorderlijk voor de smaak, naar het schijnt, evenals die extra draai van de pepermolen en een flinke geut olijfolie. Verse vis vraagt om een schijfje citroen. Tomaat smeekt om olijfolie en verse basilicum. Variabel te interpreteren als misplaatste kieskeurigheid of goede smaak. Zoals: er is geen brood. Eigenlijk is er wel brood. Maar dat wordt – zoals duidelijk geafficheerd – pas om zes uur 's avonds geserveerd als extraatje bij de verse soep. Want er is te weinig brood om het gul te bedelen. Hier althans. Want de containers van de Panos Rail puilen uit van de afgebakken baguettes en krentenbollen. Het vriendelijke voorstel tot ondersteuning bij hun afvalverwerking met de surplus van een solidaire geste werd resoluut afgewimpeld op basis van een uitgekiende prioritering: voedselveiligheid garanderen boven voedselonzekerheid reduceren. Zoals: de eigen in piepschuim box aangevoerde portie frietjes mogen niet worden opgewarmd in één van de vijf aanwezige microgolfovens. Ongezonde jaloersmakende lekkernijen (in de trant van pizza, pita en patat) die mogelijk andere watertandende bezoekers op hun honger laten zitten, worden verbannen. Zoals: er wordt plastieken bestek aangeleverd door een ongelukkige combinatie van gesloten kringwinkels en de chronische verdwijntruc van metalen couverts. Een bloemlezing van hoe de schoonheid van een maaltijd nuttigen – uitvoerig bezongen in tal van opgedirkte lifestyle magazines – ondergesneeuwd geraakt door een functionele logica die voedsel verengt tot energierijke vulling voor de hongerige maag wanneer het mensen in armoede betreft. Niettemin, elke ochtend opent O. feestelijk met de gevleugelde woorden: 'Welcome to the party'. Enige ironie is hem niet vreemd, zo blijkt bij nadere toelichting: 'The bullshit social paradise'.

GROEIENDE NOOD AAN VOEDSELHULP

Covid-19 beukt er hevig op in. Ondanks de snelle reactie van het beleid, enten de beleidsmaatregelen zich op bestaande ongelijkheden en worden de mensen in de meest kwetsbare situaties het zwaarst getroffen.1 In tijden van corona zien we een buitensporige toename van mensen die een beroep doen op voedselhulp. In 2000 schoven 92.000 Belgen maandelijks aan bij de voedselbank. In 2010 waren dat er 115.000. In 2020 verdeelden de voedselbanken via hulporganisaties voeding aan 195.000 mensen per maand. Er sneuvelen jaarlijks records qua bezoekersaantallen in voedselbanken, maar de crisis heeft geleid tot 15 à 20% meer vraag naar gratis voeding.2 Deze nood werd tevens gecapteerd door tal van vrijwilligersorganisaties en burgers die razendsnel actie ondernamen om maaltijden te bereiden en verspreiden onder burgers in kwetsbare situaties. Noodsituaties vergen uitzonderlijke interventies en deze warme solidariteit valt blijkbaar flexibeler en efficiënter te mobiliseren dan het logge publieke apparaat. Er is echter al langer een tendens aan de gang waarbij voedselhulp en materiële ondersteuning verder uitdeinen en het stoffige imago van 'rommelen in de marge' van zich af schudden.

De slagzin 'noodhulp onder protest' is nooit ver weg, al lijkt de echo steeds zachter te weergalmen. Het is dan ook een vraagstuk met vele angels. Ten eerste raakt het aan het historisch complexe samenspel tussen de overheid, de civiele samenleving (middenveld en burgers) en de markt, en de actuele bezorgdheid omtrent de erosie van de actieve rol van de welvaartsstaat als voorziener of op z'n minst waarborger van welzijn. Ten tweede gaat het over de verhouding tussen de duurzame verankering van sociale rechtvaardigheid aan de hand van structurele maatregelen enerzijds en de broodnodige remediërende interventies om ad hoc de effecten van armoede te verzachten anderzijds. Ten derde betreft het een evenwichtsoefening tussen instrumentele/conditionele logica's en democratische logica's in sociaalwerkpraktijken.

DE GENTSE CONTEXT ALS CASE STUDY

Hieronder een aanzet om een aantal draden te ontwarren, op basis van een rijke empirie die verzameld werd in de Gentse context als interessante case study.3 Gent heeft een stevig uitgebouwd netwerk van KRAS diensten, waarbij meer dan 550 vrijwilligers in 18 burgerinitiatieven ruim 14.000 mensen in armoede ondersteunen. Elke werking is autonoom, heeft haar eigen werkwijze, doelgroep en werkingsgebied. De meerderheid van deze initiatieven zijn historisch gegroeid vanuit een christelijke inspiratie. Dertien van deze organisaties voorzien in voedselhulp. Bij Poverello worden warme maaltijden bereid en opgediend door vrijwilligers voor 55-plussers aan een bijdrage van één euro. Er zijn acht erkende sociale restaurants die sociale tewerkstelling combineren met tarifering van de prijs naargelang iemands inkomen. Gent telt twee sociale kruideniers en tal van burgerinitiatieven die inzetten op het recupereren van voedsel, het bereiden van soep en maaltijden. Enchanté is een netwerk aan hartelijke handelaars en burgers die kleine diensten (bijvoorbeeld een uitgestelde koffie of maaltijd) aanbieden aan eenieder die er nood aan heeft. Ik ben in gesprek gegaan met diverse beleidsmedewerkers en heb een 25-tal Gentse voedselinitiatieven verkend via bezoeken, interviews en etnografisch onderzoek.

INSTITIONALISERING VAN REMEDIËRENDE NOODHULP

In het sociaal werk en het sociaal beleid refereert men vaak naar de overgang van filantropische en liefdadigheidsgebaseerde oriëntaties naar een rechtengeoriënteerd perspectief.

Historisch situeert de liefdadigheid zich in de armenzorg en de volksopvoedingdie ressorteerden onder een beschavingsoffensief en fungeerden als kiemen voor sociaal werk. Het betrof private ondernemingen waarbij niet zelden gegoede burgervrouwen vrijwillige engagementen opnamen vanuit een instrumentele logica.Men diende met name twee socio-politieke doelen die werden gedefinieerd buiten de persoon in armoede om: (1) kwalificatie en activering gericht op arbeidsmarkt en (2) het handhaven van de sociale orde en verzekeren van sociale stabiliteit. De interventies werden conditioneel ingezet, in die zin dat de bereidheid om zich te gedragen volgens een bepaalde norm diende als criterium om deserving en undeserving poor te onderscheiden.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de verzorgingsstaat opgericht, waarbij de overheid inzette op herverdeling en zich garant stelde voor bestaanszekerheid via bijstand, sociale zekerheid en collectieve voorzieningen. De OCMW-wet in 1976 vormde een belangrijk scharniermoment in het sociaal beleid, aangezien het rechtskarakter van de maatschappelijke dienstverlening werd geradicaliseerd en geïnstitutionaliseerd: de OCMW's als publieke en geprofessionaliseerde voorzieningen stonden in voor het realiseren van een menswaardig bestaan. De sociale sfeer functioneerde idealiter als een democratisch en tegensprekelijk forum waar de complexe relatie tussen individuele rechten/aspiraties/leefwerelden en collectieve belangen vorm kreeg.

Vandaag zien we echter in toenemende mate mensen door de mazen van het vaak lokaal ingebedde professionele, rechtengeoriënteerde hulpverleningsnet vallen, waar een welvaartsconditionaliteit (zoals werkbereidheid als voorwaarde tot ondersteuning) in sluipt. Deze worden opgevangen door de 'liefdadigheidseconomie', bezet door informele actoren die opereren in de schaduw van de publieke welvaartsarrangementen. Waar deze praktijken in het verleden met een zweem argwaan – de filantropische en remediërende insteek resoneerden niet met een structureel rechtenverhaal – werden gedoogd, worden vandaag partnerschappen gesmeed. De KRAS diensten ontvangen bijvoorbeeld een jaarlijkse subsidie en het OCMW wijst actief cliënten door naar hun werking.

Vandaag worden partnerschappen gesmeed tussen het professionele hulpverleningsnet en de liefdadigheidseconomie.

De verankering van hybride constructies tussen publieke/professionele en private/vrijwillige sociaalwerkarrangementen reflecteren een verschuiving van voedselhulp als fenomeen in de marginaliteit naar een institutionalisering van de liefdadigheidseconomie. Zo zette het OCMW Gent een traject 'materiële ondersteuning' op poten, waarbij men een duurzaam toekomstmodel voor materiële ondersteuning aan mensen in armoede beoogt. Het gevaar van het institutionaliseren van het recht op voeding in plaats van het recht op voldoende inkomen lonkt, aldus een deelneemster aan het traject. De metaforische parafrase van G. (bezoeker) spreekt boekdelen: 'Ze strooien wat granen in het rond: een gratis koffie hier, een dampende kom soep daar. Maar dat is niet wat we nodig hebben. Wel een huis. Werk.'

SPANNING TUSSEN DEMOCRATISCHE EN INSTRUMENTELE LOGICA'S

Tegelijk ontvouwen zich gradueel rechtengeoriënteerde praktijken binnen de liefdadigheidseconomie, die voedselhulp inzetten als instrument om toegang tot andere sociale grondrechten te realiseren. Een broodronde bij mensen met een precair statuut creëert opportuniteiten om vanuit een nabijheid noden te capteren die ingebed zijn in het alledaagse leven. Diverse KRAS praktijken organiseren hun eigen sociale dienst die driemaandelijks cliënten opvolgt en een aanspreekpunt probeert te zijn voor mensen in kwetsbare situaties. De waaier aan acties reikt van het inschrijven op de wachtlijst voor een sociale woning tot het opnemen van schoolrekeningen, het faciliteren van contact tussen ouder en school, het regelen van kampen en vakanties, het samenwerken met dokters en tandartsen voor screening, het organiseren van vrijetijdsactiviteiten en taalcursussen, het vertalen van formele correspondentie, het wegwijs maken in het netwerk van publieke diensten, enzovoort. Honger als katalysator tot rechtendetectie. De kanarie in de kolenmijn.

Honger als katalysator tot rechtendetectie. De kanarie in de kolenmijn.

Verder wordt voedselhulp terecht geportretteerd als verzet. Remediërende praktijken dichten een politiserende protestfunctie toe aan voedsel. Ze casten zichzelf als een noodzakelijk kwaad – eerder dan als lieve daad – dat de vinger op de wonde legt en naast behoeftigen ook het publieke debat voedt. Sommige diensten combineren voedselhulp met een vereniging waar armen het woord nemen. Anderen zetten een signalenbeleid uit naar de overheid gebaseerd op de schrijnende werkelijkheid (bijvoorbeeld de ontoegankelijke woningmarkt) waarmee ze dagelijks worden geconfronteerd. Men doet een expliciet appèl om de structurele poot van armoedebestrijding te verstevigen eerder dan die term verder uit te hollen: 'De overheid die op een bepaald moment inzet op de één euro maaltijden om structureel de armoede aan te pakken, dat is gewoon ondenkbaar.' (vrijwilliger).

Niettemin is het in voedselpraktijken een delicaat balanceren tussen democratische en instrumentele logica's. Terwijl de sociale diensten van de KRAS organisaties emancipatorische ambities nastreven, bevestigen ze potentieel een status quo geschoeid op de leest van sociale investering en werkbereidheid. Enerzijds organiseren ze een parallel circuit voor 'niet-recycleerbare' (lees: niet te activeren) burgers waarbij de allerscherpste kantjes van de armoede tweewekelijks worden afgevijld en de honger – een onacceptabel symptoom van armoede in de westerse beschaving - tijdelijk gestild. Anderzijds schrijven ze zich subtiel mee in in een activeringsdiscours waarbij het individu in toenemende mate verantwoordelijk wordt gesteld voor het realiseren van de toegang tot arbeid, integratie, enzovoort. Waar de instrumentele inzet van de driemaandelijkse uitwisseling rond ondernomen acties richting werk, opleiding of taalcursus mogelijks nog enigszins correleert met de alledaagse besognes van cliënten, wordt het absoluut problematisch wanneer het als voorwaarde wordt gehanteerd voor de toegang tot de voedselondersteuning. De ideologische kloof tussen emancipatie en exclusie wordt naadloos gedicht.

VOORWAARDELIJKHEID IN VELE VORMEN

De conditionaliteit tiert welig rond. Ondanks de aanhoudend zorgvuldige zoektocht onder vrijwilligers naar een billijk verdeelsysteem (punten, bollen, …) om het geringe aanbod rechtmatig en met respect voor de keuzevrijheid te verdelen onder de groeiende groep behoeftigen, installeren de ongeschreven gedragsvoorschriften van divers pluimage een willekeurig onderscheid tussen the _deserving_ en the_ undeserving. 'De Belgen zijn noodlijdend. De Slowaken melken het systeem uit_' (vrijwilliger). Letterlijk. De tamtam wordt blijkbaar geactiveerd van zodra de melk in de rekken prijkt. Elementaire beleefdheid en een portie dankbaarheid strekken tot de aanbeveling.

'De Belgen zijn noodlijdend. De Slowaken melken het systeem uit (vrijwilliger)'. Letterlijk.

Ecologisch bewustzijn in bepaalde praktijken ook, nu de populariteit van voedselondersteuning verder wordt aangezwengeld vanuit duurzame en gezondheidslogica's. Fietsers krijgen voorrang om het gerecupereerde voedsel in hun mand te stapelen. Een SUV is al helemaal uit den boze, dan moet het OCMW dringend worden ingelicht. Taart en andere ongezonde producten – zeer gegeerd door de 'sociale doelgroep' (misschien is het een welkome maar doorgaans moeilijk te veroorloven verwennerij?) – ressorteren niet onder het concept van vrije bijdrage, maar kennen een vaste prijs. De olieconsumptie wordt beperkt en suiker geschrapt uit het gamma. Gezonde keuzes worden aangemoedigd, productkennis bijgebracht en bepaalde groenten van de vergetelheid gered. Een absoluut goedbedoelde en nobele poging om de gezondheidskloof dicht te rijden. Dat hij geen gasfornuis heeft om die bataat te koken en de prei te stoven, was de vrijwilliger even ontgaan.

De verdere pedagogisering van het armoedeprobleem wordt gekenmerkt door een reeks disciplinerende praktijken gebaseerd op het discours van individuele keuze waarbij de materiële condities waarin iemand moet overleven buiten beeld blijven. 'Hier spreken we Nederlands.' (vrijwilliger). Een vrouw die zich moeizaam in het Frans probeert uit te drukken druipt af met lege handen, het gure weer tegemoet. Gelukkig getooid in een warme jas. Gekregen. Maximaal één per seizoen. Om praktijken van misbruik en doorverkoop in de kiem te smoren. Cliënten die winst genereren is niet het objectief. Wellicht was dat inzicht bij zij die in de rij aanschuiven bij de voedselhulp al ingedaald: 'Mensen mogen een papierke, een nummer trekken. Heb je geluk, dan ben je bij de eerste. Ben je op het einde, dan heb je minder, zoals nu is er niks meer in de winkel. Maar dat is zoals een tombola.'

VOETNOTEN

  1. Van Lancker, W. (2021). Sociaal beleid, armoede en corona. Over halfvolle en halflege glazen. Webinar SAM, 14 januari 2021.
  2. Sillis, M. (2020). Dat meer mensen beroep doen op voedselhulp, is het beste bewijs van een falend armoedebeleid. Sociaal.Net, 25 mei 2020.
  3. Deze sociale cartografie is onderdeel van een ruimer praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek, waarbij het onderzoeksteam – naast de auteur van dit stuk – bestaat uit Annick Verstraete, Geertrui Van Vlem, Ann Brabandt en Didier Reynaert.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 6 (juni), pagina 9 tot 15