Log in

Magere middenklasse, magere democratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 1 (januari), pagina 29 tot 33

Gezinnen uit de lagere en midden inkomensklassen voelen zich angstig, achtergelaten en hebben grote vragen bij de globalisering. De reden hiervoor is een gebroken sociaal contract: inkomens zijn steeds minder een garantie op een waardig leven, de sociale ladder is kapot en de mazen in het net van de sociale zekerheid worden groter. De sociale en politieke onzekerheid en onrust zijn geen toeval, en de staat van de middenklasse is cruciaal om ze te begrijpen.

WAAR GAAT GIJ HEEN, MIDDENKLASSE?

Wie is de middenklasse en wat denkt ze?
Koen Abts, Bart Meuleman en Marc Swyngedouw
De valse stabiliteit van de middenklasse in België
Matthias Somers
Magere middenklasse, magere democratie
Lars Vande Keybus
Migrantenondernemers in België: een succesverhaal?
Kevin Van Hove
De precarisering van de creatieve middenklasse
Pascal Gielen
De middenklasse, een vormeloze verzamelterm
Maarten Hermans
Het populisme van een middenklassenrevolutionair
Jean-Marie De Baene
De electorale strijd om de middenklasse
Marc Hooghe
Zonder geëngageerde middenklasse geen ecologische transitie
Dirk Holemans

De middenklasse kan op verschillende manieren gedefinieerd worden, maar in dit artikel wordt ze afgebakend op basis van het gezinsinkomen. De OESO – ook wel de denktank van de rijke landen genoemd – hanteert de maatstaf dat een middenklassengezin een inkomen heeft dat tussen drie vierde en het dubbele van het mediaaninkomen ligt. Wanneer in dit artikel over 'de middenklasse' wordt gesproken, bedoelen we dus de klasse van de middeninkomens.

Uit een nog te verschijnen rapport van de OESO1, The struggling middle class: an overview, blijkt dat 61% van de gezinnen in de OESO-landen ingedeeld kan worden bij 'de middenklasse'. In België is de middenklasse iets groter: 65% van alle gezinnen mag zich bij de middenklasse rekenen. De Scandinavische landen kennen een nog bredere middenklasse. Landen die bekendstaan om hun extreme ongelijkheid zoals Zuid-Afrika (33%), Brazilië (40%) of de VS (51%) kennen logischerwijze een smalle middenklasse. Het feit dat die landen meer dan anderen lijden onder populisme, instabiliteit en geweld is geen toeval.

Tal van internationale studies hebben in de afgelopen jaren het belang van een grote middenklasse aangetoond. Die heeft altijd een stevige economische en sociale vooruitgang gegarandeerd: de economische groei ligt hoger in landen met een grote middenklasse, net als de onderwijskansen (en -resultaten), productiviteit, innovatiekracht en het vertrouwen van de bevolking in de overheid.

DE MIDDENKLASSE BINDT IN

Niet mis met de credits die de middenklasse krijgt. Maar de middenklasse is bedreigd. Ze loopt leegt langs beide zijden van het inkomensspectrum. Er zijn vandaag een pak minder gezinnen die zich tot het midden van de inkomensverdeling mogen rekenen. In dezelfde mate stijgt het aantal gezinnen dat ingedeeld kan worden in de extreem lage en de extreem hoge inkomensklassen. In België daalde, volgens de OESO, het aantal middenklassengezinnen de afgelopen dertig jaar met 5%. Dat is uitzonderlijk veel vergeleken met de gemiddelde daling van 2% in alle andere OESO-landen. Opvallend voor België is de versnelde inkrimping van de middenklasse vanaf het jaar 2000. Op enkele uitzonderingen na smelt de middenklasse overal in de westerse wereld traag maar gestaag weg.

Maar daar blijft het niet bij. Niet enkel vallen er veel gezinnen weg uit de middenklasse. De middenklasse in haar geheel ziet haar inkomen minder snel stijgen. Sinds de financiële crisis groeien de middeninkomens minder snel dan in het verleden. De OESO becijferde dat het reële mediaaninkomen – dus na aftrek van de inflatie – over alle OESO-landen heen tussen 1995 en 2005 jaarlijks met 1,5% steeg. Tussen 2005 en 2015 viel de jaarlijkse stijging van het mediaaninkomen terug met de helft. Voor België is die trend identiek. Sinds 2007 ligt de jaarlijkse stijging van het reële mediaan gezinsinkomen op slechts 0,7%.2 Dit stemt overeen met bevindingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) die recent aantoonde dat de reële lonen in hun totaliteit sinds 2007 stagneren.3

De OESO komt in deze studie bovendien tot de vaststelling dat de middenklasse aan economische invloed inboet. Midden jaren 1980 was het totale inkomen van de middenklasse vier keer dat van de hogere inkomensklasse. Gezien het verschil in aantal 'leden' tussen de middenklasse en de hoge inkomensklasse is dat logisch. Momenteel bedraagt die ratio nog slechts drie keer. Dat is tekenend voor de erosie van de economische slagkracht van de middenklasse. België ontsnapt niet aan deze tendens. In de afgelopen drie decennia daalde in België het aandeel van de middenklasse in het totale inkomen van 78 naar 72%. De uitholling en inkrimping van de middenklasse in België is dus ontegensprekelijk een feit.

DE GEBROKEN BELOFTES VAN HET SOCIALE CONTRACT

De populistische keuzes die vele burgers de afgelopen jaren overal ter wereld hebben gemaakt, van Jair Bolsonaro in Brazilië, Donald Trump in de VS, Brexit in het VK of Theo Francken in België. Overal zijn ze grotendeels gemaakt door lage en midden inkomensklassen die leven in onzekerheid en angst. Onzekerheid over hoe sociaaleconomische veranderingen hun gemeenschappen aantasten. Angst om het sociaal weefsel dat altijd een veilige cocon is geweest, uiteen te zien rafelen.

Die angst is gerechtvaardigd. Zekerheden die in het verleden een plek in de middenklasse garandeerden, zijn fundamenteel aangetast. Die zekerheden zijn het fundament van het 'sociaal contract'. Op basis van dat ongeschreven contract tussen burgers en staat werden na de Tweede Wereldoorlog overal sociale welvaartsstaten opgebouwd. De kern van dat contract, de zekerheden die het bestaan van een stevige middenklasse garanderen, zijn de volgende:

  1. Werken zal lonen. Wie werkt, hoeft zich geen zorgen te maken over bestaanszekerheid.
  2. Hoge lonen moeten sporen met hoge verdiensten.
  3. Een sociale ladder zorgt voor opwaartse mobiliteit.
  4. Sociale zekerheid en publieke diensten zorgen voor het dekken van een minimale inkomens- en bestaanszekerheid.

Eerste vaststelling. Lonen garanderen voor een groeiend aantal mensen niet langer een waardig leven. Het aantal werkende armen stijgt in heel Europa fors. Eén op tien werkenden in de Europese Unie leeft in armoede.4 Eén op tien! Een stijging met 16% sinds 2007. België is bij de betere leerlingen van de klas, maar toch kwamen er in de afgelopen tien jaar ook hier 40.000 werkende armen bij.

De uitholling van de lonen heeft volgens sommigen te maken met globalisering en technologische verandering. De factor die echter cruciaal is in dit verhaal, wordt maar al te vaak vergeten: de machtsverhouding tussen arbeid en kapitaal. Het beknotten (en vaak bestrijden) van vakbondswerk, de neerwaartse druk op minimumlonen, de verschuiving van investeringen van de 'echte' economie naar de obscure financiële wereld: ze duwen globaal het loonaandeel in de economieën naar beneden. Concreet zorgt een dalende vakbondsinvloed onder meer voor een flexibilisering van de economie. Mensen worden onder mom van 'nieuwe technologie' terug in oude werkvormen gedwongen: jobs zonder bescherming, zonder externe controle, zonder zelfbeschikking, zonder collectieve vertegenwoordiging.

Tegelijkertijd stijgen de toplonen bijna exponentieel. Zonder dat er verdiensten tegenover staan. De rijkste 1% van de wereldbevolking haalde vorig jaar 82% van de gecreëerde rijkdom binnen.5 De armste 50% van de wereldbevolking niets. Tussen 1980 en nu steeg het inkomen van de top 1% drie keer sneller dan dat van de rest van de bevolking.6 Affaires als de Panama Papers of LuxLeaks tonen een elite die zich onttrekt aan iedere solidariteit in de samenleving.

De derde gebroken belofte is die van een werkende sociale ladder. Langs de sociale ladder klim je op: door onderwijs, door persoonlijke vorming, door hard te werken kan je je maatschappelijke positie en je inkomen verbeteren. Dit is niet langer zo.7 In vele gevallen is het zelfs onmogelijk om de laagste trede te bereiken, of brengt de sociale ladder je naar beneden in plaats van naar boven. Onderwijs zou een emanciperende factor moeten zijn, maar momenteel versterkt onderwijs – ook in België – de ongelijkheid bij haar leerlingen in plaats van haar op te lossen.8

Los van basisonderwijs garanderen de vaardigheden die je opbouwt door onderwijs, vorming of ervaring steeds minder een plek in de middenklasse. België is daarin een sprekend voorbeeld. De middenklasse bestond midden jaren 1990 in België hoofdzakelijk uit werknemers met een 'gemiddelde' (40% van de middenklasse) of 'lage' vorming (20%).9 Lage, of gemiddelde vaardigheden garanderen echter niet langer een plek in die middenklasse. Dat is een privilege geworden voor zij die over 'hoge' vaardigheden beschikken. Het aandeel van werknemers met een laag of gemiddeld vaardighedenpatroon in de middenklasse daalde met meer dan 20% op tien jaar tijd. Voor wie laag of middengevormd is, is de kans op een laag loon steeds groter.

Last but not least houdt het sociaal contract in dat we collectief zorgen voor een sociale zekerheid en voor openbare voorzieningen die iedereen, arm of rijk, vooruithelpen in het leven. Je hoeft geen groot cijferaar zijn om te zien dat overal in de westerse wereld dit steeds minder het geval is. Zowel links als rechts hebben onder het mom van 'efficiëntie' of 'competitiviteit' de slagkracht van de sociale zekerheid afgebouwd. In het VK is de kinderarmoede nu hoger dan onder de überliberale regering van Margaret Thatcher. Nooit eerder gingen vorig jaar in België zoveel mensen naar de voedselbanken. Nooit eerder moesten zoveel mensen aankloppen bij het OCMW voor een leefloon.

HET GEBROKEN VAASJE

De Nederlandse premier Mark Rutte nam onlangs een 'vaasje' als een nogal tuttige metafoor voor de 'breekbare' Nederlandse samenleving. Met die vergelijking raakt hij misschien correct de kwetsbaarheid aan van een samenleving die openligt voor demagogisch populisme. Wat hij als doodgraver van het sociaaldemocratische poldermodel natuurlijk vergeet, is de fundamentele reden achter die kwetsbaarheid: de aantasting van de principes die het bestaan van een gezonde middenklasse garanderen.

Een gezonde middenklasse voorkomt extreme politieke polarisatie. Het zoeken naar compromissen wordt in een samenleving met een stevige middenklasse vergemakkelijkt. En dat is net waar onze democratieën overal ter wereld onder lijden: politici die zich het liefst electoraal profileren op basis van frustraties, onzekerheden en angsten bij de middenklasse of burgers die uit de middenklasse zijn gevallen. Xenofobie, protectionisme, nationalisme, anti-internationalisme: ze zijn de garantie voor snel electoraal gewin, maar monden uit in maatschappelijke en economische catastrofes.

Kunnen we het ze kwalijk nemen dat een groot deel van de bevolking geen vertrouwen meer heeft in de democratie of in een populistische val trapt? Neen, als je mensen met antimigratiestandpunt vraagt naar hun motieven kom je gegarandeerd uit op frustraties over werk, lonen of pensioen. Als die elementen door de heersende politieke klasse genegeerd blijven worden, dan is het niet ondenkbaar dat burgers zich niet langer vertegenwoordigd voelen en zich in het stemhokje laten vangen door de eerste de beste demagoog. Al is het maar om gewoon 'fuck off' te zeggen.

Het is nu aan de politieke klasse om te tonen of ze het vertrouwen van de middenklasse kan herstellen of dat ze haar discours blijft enten op dat van populisten. Zeker de sociaaldemocratie moet duidelijk het debat over de verdeling van welvaart opnieuw centraal durven stellen. Enkele voorzetten die een herstel van de middenklasse in gang kunnen zetten: de rol van lonen in de economie en minimumlonen in het bijzonder benadrukken; de werking van vakbonden beter faciliteren; transparante en eerlijke fiscaliteit op poten zetten; de verbreding van kinderopvang en ouderschapsverlof; massale investeringen in onderwijs en vorming (in het bijzonder de toegankelijkheid en betaalbaarheid); betaalbaar wonen en een toegankelijke, brede sociale zekerheid.

Dat zijn geen eisen uit de 19e eeuw. Ze zijn de kern en de oplossing van een probleem in de 21e eeuw.

Voetnoten

  1. OECD (te verschijnen in het voorjaar 2019). 'The struggling middle class: an overview'.
  2. http://www.oecd.org/social/income-distribution-database.htm.
  3. https://www.ilo.org/global/publications/books/WCMS_650553/lang--en/index.htm.
  4. EU SILC, 'In work at risk op poverty'. Raadplegen via Eurostat.
  5. https://www.oxfam.org/en/research/reward-work-not-wealth.
  6. https://blogs.imf.org/2017/04/19/five-keys-to-a-smart-fiscal-policy/.
  7. http://www.oecd.org/social/broken-elevator-how-to-promote-social-mobility-9789264301085-en.htm.
  8. https://www.unicef-irc.org/publications/pdf/an-unfair-start-inequality-children-education_37049-RC15-EN-WEB.pdf.
  9. OECD (te verschijnen in het voorjaar 2019). 'The struggling middle class: an overview'.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 1 (januari), pagina 29 tot 33