Abonneer Log in

De impact van Covid-19 op de vakbeweging

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 2 (februari), pagina 56 tot 60

Tijdens de pandemie komen werknemers er het best vanaf in de landen waar de sociale dialoog heeft gewerkt en waar de vakbonden hebben kunnen onderhandelen over veiligere arbeidsomstandigheden en compensaties voor het inkomensverlies. Tegelijk legde Covid-19 een aantal uitdagingen bloot bij de vakbonden voor de periode na de coronacrisis.

De werknemers van Google een vakbond hebben opgericht om hun fundamenteel recht op collectief onderhandelen uit te oefenen.

Aangezien het om een wereldwijde crisis gaat, moeten de antwoorden op wereldniveau worden uitgedacht.

De gezondheidscrisis heeft op wereldschaal een ongeziene economische en sociale crisis teweeggebracht. De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) spreekt over een impact die overeenstemt met het verlies van 495 miljoen banen (voltijdse equivalenten). De gevolgen voor de inkomsten uit arbeid zijn al even dramatisch. De inkomsten uit arbeid zijn met ruim 10%, of met een bedrag van 3.500 miljard dollar, gedaald. Deze gegevens hebben betrekking op de situatie van eind juni 2020. We kunnen er redelijkerwijze van uitgaan dat de tweede golf van de pandemie, en voor sommige landen zelfs de derde golf, een nog verwoestender impact heeft op de tewerkstelling en neerwaartse druk blijft uitoefenen op de lonen.

Het is geen verrassing dat de IAO ook vaststelt dat de pandemie vooral een impact heeft op de kwetsbaarste sociale groepen op de arbeidsmarkt: vrouwen, jongeren en migranten. Wanneer het inkomensverlies niet wordt gecompenseerd door andere inkomstenbronnen – zoals sociale uitkeringen – komen veel personen en gezinnen onvermijdelijk in precaire situaties en armoede terecht. Volgens de VN zouden in 2020 alleen al 150 miljoen personen in extreme armoede – een inkomen van minder dan 1,9 dollar per dag – zijn beland.

Hoewel het vooral de werkneemsters, de jonge werknemers en de migranten zijn die het zwaarst onder de gevolgen van de pandemie lijden, mogen we niet concluderen dat de andere bevolkingsgroepen er goed vanaf komen. Bepaalde werknemers kunnen blijven werken op afstand via het telewerk. Weliswaar met enkele nefaste gevolgen, meer bepaald op het gebied van psychosociale risico's veroorzaakt door het sociale isolement.

Voor veel werknemers was het geen optie om op afstand te werken. In landen zoals België hebben systemen van deeltijdse werkloosheid deels het loonverlies kunnen compenseren. Op wereldschaal zijn er echter veel landen die geen dergelijke systemen hebben ingevoerd. Dat geldt voor de landen die geen of een beperkt systeem van sociale bescherming hebben of waar de arbeidsmarkt nog grotendeels informeel is. We wijzen erop dat de werknemers van de informele economie nog 60% van de totale tewerkstelling wereldwijd vertegenwoordigen, dat slechts 27% van de wereldbevolking een goede sociale dekking geniet en dat meer dan 50% geen enkele bescherming heeft. Voor deze personen is de afweging eenvoudig: ofwel thuis blijven en mogelijk verhongeren, ofwel buiten komen en proberen te overleven, met het risico dat ze het virus oplopen.

Naast de telewerkers en de deeltijds werklozen, zijn er ook werknemers die hun werk moesten blijven doen in extreem moeilijke omstandigheden. We denken uiteraard aan het zorgpersoneel en het personeel van woonzorgcentra, maar ook aan chauffeurs, werknemers in de sectoren van de handel in voedingsmiddelen, de schoonmaaksector en nog vele anderen. Deze – vaak vrouwelijke – werknemers stonden op de eerste lijn, zonder de gepaste individuele (maskers) en collectieve (afstand tussen werknemers, schoonmaken van lokalen,…) beschermingsmiddelen, vooral in het begin van de pandemie. De crisis heeft duidelijk aangetoond hoe essentieel deze beroepen zijn voor de goede werking van de gehele samenleving, terwijl ze vaak te maken hebben met precaire werkomstandigheden en te lage lonen. Dit klagen deze werknemers al jarenlang aan. Ze vragen een opwaardering omwille van hun grote maatschappelijke waarde.

Voor de economische, sociale en gezondheidscrisis heeft de hele werkwereld een zware prijs betaald en blijft dat doen. Het zijn echter de personen met de minste draagkracht die de zwaarste tol betalen. Het zijn de zwakste personen, met de slechtste arbeidsomstandigheden en de laagste lonen die de grootste impact hebben gevoeld.

Als er voor de werknemers één les te trekken valt uit deze crisis, is dat ze er het best – of ten minste minder slecht – vanaf komen in de landen waar de sociale dialoog heeft gewerkt en waar de vakbonden op nationaal, sectoraal en bedrijfsniveau hebben kunnen onderhandelen over veiligere arbeidsomstandigheden en over compensaties voor het inkomensverlies.


Via zijn Instituut voor internationale vakbondssamenwerking (ISVI) heeft het ABVV een solidariteitsprogramma opgezet met verschillende vakbonden in Afrika, Latijns-Amerika en Indonesië. Wegens de sterke verspreiding van het virus in het voorjaar van 2020, was het ISVI verplicht bij hoogdringendheid zijn samenwerkingsprojecten te herzien en de activiteiten te heroriënteren met onder meer een sensibiliseringscampagne rond hygiëne en veiligheid en de aankoop van basisbeschermingsmiddelen zoals in de DRC, Benin, Kenia en Rwanda, een specifieke focus op de arbeidsmigranten uit West- en Noord-Afrika, en de aankoop van informaticamateriaal om online vormingsprogramma's te ontwikkelen in Peru en in Colombia. De Indonesische partners zijn erin geslaagd om te onderhandelen over een akkoord waardoor de bijna stilgevallen productie van lingerie tijdelijk werd vervangen door de productie van chirurgische maskers.


 

DE PANDEMIE ALS VERGROOTGLAS

Toch zou het verkeerd zijn te stellen dat de pandemie alleen maar slachtoffers heeft gemaakt. In een studie gepubliceerd in september 2020, raamde Oxfam dat 32 multinationals, waaronder de GAFAM en farmaceutische ondernemingen, 109 miljard dollar extra winst in 2020 hadden geboekt in verhouding tot het gemiddelde van de vier voorafgaande jaren, die voor hen nochtans al zeer rendabel waren.

Wanneer we twee recente nieuwsfeiten in verband met Silicon Valley naast elkaar leggen, kunnen we de strijd voor een betere verdeling van de rijkdom misschien nog beter illustreren dan wanneer we lange analyses maken over de noodzaak om de explosieve toename van ongelijkheid aan te pakken. Jeff Bezos is ongetwijfeld de persoon die het best aantoont dat de accumulatie van rijkdom enkel ten goede komt aan de rijksten. In de studie van Oxfam wordt berekend dat de baas van Amazon in staat zou zijn om elk van zijn 876.000 werknemers een premie te betalen van 105.000 dollar en tegelijkertijd toch even rijk te blijven als bij het begin van de pandemie. Tegelijkertijd hebben we vernomen dat de werknemers van Google een vakbond hebben opgericht teneinde hun fundamenteel recht op collectief onderhandelen uit te oefenen en betere lonen en arbeidsvoorwaarden te proberen verkrijgen.

De werknemers van Google een vakbond hebben opgericht om hun fundamenteel recht op collectief onderhandelen uit te oefenen.

De pandemie – die momenteel nog helemaal niet achter ons ligt – zal als een vergrootglas, als een katalysator gewerkt hebben met betrekking tot de sterke tendensen die onze samenlevingen tekenen. Al 40 jaar is de zogenaamde neoliberale orthodoxie in opmars, in mindere of meerdere mate naargelang van het land, alsof het gaat om het logische, onafwendbare gevolg van de globalisering en de ontwikkeling van nieuwe technologieën. De ongelijkheid is enorm toegenomen. De kwaliteit van de openbare diensten is achteruitgegaan. De sociale bescherming vertoont barsten. De rechten van de werknemers werden aangevallen. De vrijheden werden beknot.

De crisis van 2008-2010 had ons nochtans al wakker geschud en had ons gewezen op de ontsporingen veroorzaakt door de financiële deregulering. Tien jaar later waren de hardst getroffen landen er nog niet in geslaagd opnieuw het tewerkstellingspeil te halen van vóór de crisis en nu worden ze opnieuw getroffen. Het is hier niet de bedoeling een vergelijking te maken tussen een crisis die verband houdt met de rampzalige gevolgen van de deregulering van de financiële markten en een viruspandemie, maar we kunnen ons wel afvragen of we dezelfde fouten zullen maken en zullen terugkeren naar de 'business as usual' van de laatste jaren?

UITDAGINGEN VOOR DE VAKBONDSWERELD POST-COVID

Vóór de gezondheidscrisis werden de vakbondswereld en andere maatschappelijke actoren reeds geconfronteerd met de nood aan antwoorden op de uitdagingen met betrekking tot de toekomst van werk. De pandemie bracht bepaalde ontwikkelingen aan het licht en wees op de noodzaak om ze zo snel mogelijk aan te pakken. Aangezien het om een wereldwijde crisis gaat, moeten de antwoorden op wereldniveau worden uitgedacht om vervolgens op lokaal niveau te worden toegepast.

Aangezien het om een wereldwijde crisis gaat, moeten de antwoorden op wereldniveau worden uitgedacht.

Voor de vakbeweging zullen de antwoorden die op internationaal niveau moeten worden aangereikt in lijn moeten zijn met het begrip 'sociale rechtvaardigheid', dat de bescherming van de werknemers beoogt en dat hun banen, lonen, en waardige arbeids- en levensomstandigheden garandeert. In het begin van de pandemie had de IAO er trouwens aan herinnerd dat het belangrijk is om in elk land het hele normatieve corpus op de veelvuldige gevolgen van de crisis toe te passen, zowel op het vlak van de sociale dialoog, het collectief onderhandelen en de syndicale vrijheid, als inzake de sociale bescherming, de veiligheid en gezondheid op het werk, de loonbescherming en de bestrijding van discriminatie, of als reactie op de specifieke situatie van bepaalde werknemerscategorieën, zoals het verplegend personeel of de arbeidsmigranten.

De pandemie heeft ook de focus gelegd op een aantal nieuwe overwegingen voor de periode na de crisis. Hier geven we er vijf.

Een. Jammer genoeg heeft deze pandemie de relevantie aangetoond van de campagne van de internationale vakbeweging om veiligheid en gezondheid op het werk te doen erkennen als een fundamenteel recht voor alle werknemers, op dezelfde manier als de naleving van de syndicale vrijheid en het recht op collectief onderhandelen. Na deze pandemie zal niemand er nog aan kunnen twijfelen dat alle werknemers het recht moeten hebben geïnformeerd en geraadpleegd te worden over de risico's die ze lopen en dat ze het recht moeten hebben om te onderhandelen en veilige werkomgevingen te verkrijgen.

Twee. De crisis heeft ook gewezen op de noodzaak om op internationaal niveau te pleiten voor een volledige en efficiënte sociale bescherming voor allen, met inbegrip van de oprichting van een Wereldfonds voor sociale bescherming. In België werd die laatste idee onlangs – na een campagne die onder meer door het ABVV werd gesteund – vertaald in een parlementair initiatief. Het idee is verschillende jaren geleden ontstaan nadat werd vastgesteld dat een pijler van sociale bescherming betaalbaar zou zijn, zelfs voor de armste landen, indien er naast inspanningen geleverd voor de financiering ervan via nationale middelen ook internationale hulp wordt verleend.

Drie. Er zijn waarschijnlijk nog nooit zoveel telewerkers en platformwerknemers geweest als tijdens de pandemie. Sommige ondernemingen hebben trouwens al aangekondigd dat de veralgemeende toepassing van telewerk bij hen de norm zou blijven, zelfs na afloop van de gezondheidscrisis. Telewerk biedt bepaalde voordelen, zoals tijdwinst op het vlak van woon-werkverkeer, maar de lockdown heeft ook de nadelen aan het licht gebracht, waartegen de werknemers moeten beschermd worden. Het gaat om psychosociale risico's die verband houden met het sociaal isolement en musculoskeletale aandoeningen wegens het werken in onaangepaste ruimtes en wegens een gebrek aan beweging. De pandemie heeft bovendien op de voorgrond geplaatst dat het nodig is de toenemende precarisering van platformwerknemers en de verwatering van de arbeidsovereenkomst die de werknemer verbindt met zijn werkgever te bestrijden.

Vier. Dankzij de crisis kunnen we de omvang inschatten van de te leveren inspanningen, indien we de klimaatverbintenissen willen nakomen. De crisis wijst erop dat de economische relance na Covid-19 dringend moet gebeuren op basis van een rechtvaardige transitie. Zelden heeft een crisis zo'n vertragend effect gehad op de wereldwijde economische activiteiten. Echter, volgens de laatste gegevens van de VN zou de wereldwijde uitstoot van koolstofdioxide in 2020 slechts zeer licht zijn afgenomen. De wereld blijft afstevenen op een temperatuurstijging van meer dan 3°C in de loop van deze eeuw.

Vijf. Tot slot heeft de pandemie ook – alsof het nog nodig was – gewezen op de steeds grotere impact van multinationals en bevoorradingsketens in de wereldeconomie. Enerzijds toonde de pandemie aan dat het nodig is de bevoorradingsketens beter te controleren. Zo herinneren we ons de duizenden werkneemsters in Azië die zonder werk en zonder inkomen vielen omdat de opdrachtgevers van de ene op de andere dag de contracten bij hun leveranciers hadden opgezegd. Anderzijds heeft de crisis ook aangetoond dat in veel landen het industrieel beleid moet worden herzien om hun afhankelijkheid van de bevoorradingsketens te verminderen wanneer het gaat om essentiële behoeften inzake de gezondheid van personen of voor het behoud van de economische activiteit.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 2 (februari), pagina 56 tot 60

VAKBONDEN ONDER DRUK

De zaak Bodson: toeval of trend?
Patrick Humblet
De impact van Covid-19 op de vakbeweging
Rafael Lamas
American Capitalism 2.0
Glenn Rayp