Abonneer Log in

8. 'Versterk ten volle de eerste pijler'

10 IDEEËN VOOR EEN NIEUWE SOCIALE ZEKERHEID

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 27 tot 29

Nu de tweede pensioenpijler aanmoedigen op een moment dat er al te veel gespaard wordt, is niet de juiste beleidskeuze.

De verdere uitbreiding van de tweede en derde pijler lijkt twee huizen tegelijk te willen bouwen, terwijl er middelen moeten worden gevonden voor het eerste huis.

Kiezen doet verliezen. Toen ik in mijn emeritaatslezing van september 2017 stelde dat de focus voor de pensioenen zou moeten liggen op het herstel van de eerste pijler, achtte ik de afbouw van andere pijlers niet onmiddellijk voor mogelijk of wenselijk. Wel schreef ik: 'Wij stellen voor een 'stand still' (als die er al niet is) te organiseren in al deze formules van tweede en derde pijler en zich te focussen op het herstel van de eerste pijler. Door het verder verbeteren van de minima uiteraard, maar ook door voor de middengroepen het wettelijk pensioen in ere te herstellen door ook het plafond te verhogen.' Gaan wij vandaag, bijna drie jaar later en met een nieuwe minister van Pensioenen, in de goede richting?

De internationale literatuur over pensioenen blijft alleszins spreken over drie pensioenpijlers: het wettelijk verplicht pensioen; een tweede pijler van pensioenfondsen of groepsverzekeringen, georganiseerd op bedrijfs- of sectorniveau; en de derde pijler van individueel pensioensparen, onder de vorm van expliciete pensioenspaarproducten. Het toonaangevend 'Pension Adequacy Report 2018' van de Europese Commissie hanteert deze driedeling. En ook de Beleidsverklaring van de huidige minister van Pensioen, Karine Lalieux (PS), spreekt van drie pijlers.

Het 'Pension Adequacy Report 2018' geeft een interessant schema om de adequaatheid van het pensioenstelsel te beoordelen, met name op drie assen: het voorkomen van armoede via voldoende hoge minima; het realiseren van een voldoende hoge verhouding tussen het pensioen en het inkomen toen men nog actief was (de vervangingsratio); en het vrijwaren van een redelijke pensioentijd, wat te maken heeft met de wettelijke pensioenleeftijd.

Wat betreft het laatste, die wettelijke pensioenleeftijd, heeft de regering-Michel die verhoogd. In het kader van de welvaartsaanpassingen zijn de minima geleidelijk opgetrokken. Daardoor daalde het armoederisico bij gepensioneerden, maar het bleef hoog. De regering-De Croo zal dit verder opvangen door een door velen gevraagde ingrijpende verhoging van het minimumpensioen. Een verhoging in de komende jaren (2021-2024) tot 1.500 euro per maand. Dit is een belangrijke hervorming.

Wat blijft er van de derde dimensie, een voldoende hoge vervangingsratio tussen het pensioen en het inkomen dat men voordien had? In de Beleidsverklaring van minister Lalieux lezen wij de bekommernis om een voldoende spanning te bewaren tussen de pensioenen. Deze is nu al één van de laagste van Europa. Maar het belangrijkste zijn de verschillen in de nettovervangingsratio's na belastingen. Voor lage inkomens is deze ratio redelijk hoog. Voor midden en hoge inkomens dreigen ze te laag te worden, zelfs rekening houdend met de tweede pijler. We stelden reeds eerder vast dat men, ondanks de uitbreiding van de tweede pijler tot steeds meer groepen, er niet in slaagde voldoende hoge aanvullende pensioenrechten op te bouwen. Het probleem ligt echter bij het loonplafonds. Toen deze in de jaren 1980 veralgemeend werden, was het loonplafond een besparingsmaatregel, een aftopping van ongeveer 2,14 keer het bbp per capita. Nu veertig jaar later is de verhouding ongeveer 1,58 keer. En dan te bedenken dat een plafond al een beperking is. Deze is alleen maar sterker geworden. Om het loonplafond op hetzelfde niveau te brengen als in 1981 zou een toename nodig zijn van 35%.

In de Beleidsverklaring van minister Lalieux wordt het herstel van het verzekeringsprincipe voorzien. Dit heeft te maken met de aanpassing van het plafond voor de berekening van het pensioen. Er wordt voorgesteld dat het plafond zal stijgen met de stijging van de minima. Voor de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO) is dit bijvoorbeeld 11% over vier jaar. Nadien wordt een aanpassing aan de welvaartsevolutie voorzien. Maar dan is de achterstand met het vertrekpunt dat men voor ogen had nog niet teruggewonnen. Ook wordt voorzien dat de vervangingsratio zal worden verbeterd. Hier is een referentiepunt de vervangingsratio in de wettelijke pensioenen voor ambtenaren. Voor het werknemersstelsels is dat 60% van het geactualiseerde inkomen dat men in zijn loopbaan heeft verdiend. Voor ambtenarenpensioen – toch het prototype van een combinatie van een eerste en tweede pijler – was dat tot voor kort 75% van het inkomen dat men de laatste vijf jaar van zijn loopbaan verdiende (nu tien jaar). Deze hoge pensioenen zijn het referentiepunt voor een volwaardig pensioen dat voor deze groep wordt gerealiseerd door de eerste pijler. Het pensioenbeleid zou moeten worden afgerekend op deze opwaartse convergentie met het ambtenarenpensioen.

Maar het huidige beleid voorziet ook een belangrijke continuïteit met het vorige beleid. De regering-Michel nam nog diverse initiatieven om de mogelijkheden van de tweede pijler te verruimen. Enkel wanneer voor toekomstige generaties de verbetering van het wettelijk pensioen kan worden aangetoond, zou de derde pijler kunnen worden afgebouwd, waarmee we impliciet moeten toegeven dat het haar plaats gekregen heeft in het pensioenbeleid. Ook voor de tweede pijler is het moeilijk om op de verdere opbouw van de tweede pijler terug te komen, tenzij opnieuw kan worden aangetoond dat de eerste pijler zal worden verbeterd. Terugkomen op de tweede en derde pijler is niet alleen moeilijk omdat men zou terugkomen op verworven voordelen, maar ook omdat men zekerheid moet geven aan de burger omtrent zijn toekomstige pensioenrechten. Zolang het huis van de eerste pijler niet op punt staat, is het terugdringen van de voordelen van de tweede en de derde pijler een onzalige gedachte. Maar de verdere uitbreiding ervan lijkt twee huizen tegelijk te willen bouwen, terwijl er middelen moeten worden gevonden voor het eerste huis.

De verdere uitbreiding van de tweede en derde pijler lijkt twee huizen tegelijk te willen bouwen, terwijl er middelen moeten worden gevonden voor het eerste huis.

Het huidige beleid zet in op het verder versterken van de tweede pijler. In die zin zet minister Lalieux het beleid van de vorige regering(en) verder, en belooft zij dit zelfs te versterken. De sociale partners worden uitgenodigd om veralgemeend minimaal 3% bijdragen op de loonmassa te vrijwaren voor de tweede pijler. In het algemeen zal dit enkel voor die sectoren waar het gemiddeld lager is, een impact hebben. Voor de hoge pensioenen is de bijdrage nu al veel hoger. Voor de huidige gepensioneerden die nu niet hebben kunnen genieten van een tweede pijler, komt het te laat. Merk op dat het de enige plaats is waar extra ontvangsten worden voorzien voor de financiering van een beter pensioen, als de sociale partners ermee instemmen. Stel u voor wat mogelijk zou worden als extra sociale bijdragen zouden worden voorzien voor een beter wettelijk pensioen.

Men moet soms durven kiezen voor verandering. Economen hebben vandaag schrik dat in deze COVID-periode tijdelijke maatregelen permanent zouden worden. Maar kan het niet evengoed aangewezen zijn om permanente structuurveranderingen die men wenselijk acht juist nu in te voeren, zodat het een extra stimulans kan geven aan de economie? De versterking van het wettelijk pensioen voor de huidige (en toekomstige) gepensioneerden is daar een voorbeeld van. Nu de tweede pijler aanmoedigen op het moment dat er al te veel gespaard wordt, is niet de juiste beleidskeuze. Kiezen is zelfs niet verliezen. Het wettelijk pensioen nu verbeteren voor alle huidige gepensioneerden, en op korte termijn ook voor de nieuwe gepensioneerden, is de beste garantie voor de kwaliteit van het pensioen van de toekomstige generaties.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 27 tot 29

10 IDEEËN VOOR EEN NIEUWE SOCIALE ZEKERHEID

1. 'Herfinancier de sociale zekerheid'
Raf De Weerdt
2. 'Maak van kinderopvang een basisvoorziening'
Michel Vandenbroeck
3. 'Geef schoolverlaters meteen een uitkering of, nog beter, een job'
Astrid Thienpont
4. 'Financier eerstelijnszorg duurzaam en fair'
Tom Meeus en Veerle Vyncke
5. 'Maak de bijstand toegankelijker'
Sarah Marchal
6. 'Geef platformwerkers basisrechten'
Karolien Lenaerts
7. 'Ken volledige sociale rechten toe vanaf 4/5e VTE'
Franne Mullens
8. 'Versterk ten volle de eerste pijler'
Jozef Pacolet
9. 'Kies voor buurtgerichte ouderenzorg'
Mieke Vogels
10. 'Bouw een mondiaal fonds voor sociale zekerheid'
Gorik Ooms