Abonneer Log in

Waarom ik toch niet twijfel aan het nut van factchecken

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 52 tot 56

Na vier jaar doorgedreven factchecken door de Amerikaanse media, haalde Donald Trump in 2020 méér stemmen dan in 2016. Het legt nog maar eens de vinger op de wonde: helpt factchecken eigenlijk wel? Nee en ja. Het hangt er maar van af welk doelpubliek je voor ogen houdt.

HET ONLINE POLITIEKE GEVECHT

Het funnelmodel van partijen op Facebook
Jan Steurs
Waarom ik toch niet twijfel aan het nut van factchecken
Vincent Merckx
Hoe wenselijk zijn anticiperende sociale media?
Catherine Van de Heyning
Links en Big Tech: vriend of vijand?
Geeraard Peeters

Het is mijn vaste overtuiging dat je geen goeie factchecker kan zijn zonder aan jezelf te twijfelen.

De kleine restgroep van overtuigde complotdenkers laat zich niet overtuigen door een factcheck.

Factchecks helpen wél bij het inperken van de verspreiding van desinformatie.

'Alvast bescheidenheid over wat je weet en wat je niet weet zou al helpen. Het pedante genre van de factcheck draagt daar niet positief aan bij'.Die reactie kreeg ik onlangs op Twitter, een sneer aan het adres van factcheckers die zouden denken dat ze alles weten. Een beroepsgroep waar ik sinds een jaar deel van uitmaak, als Check-redacteur voor VRT NWS. Er zijn er vast die fijnere feedback krijgen, bakkers op zondagochtend bijvoorbeeld, of bezorgers van boeketten. Maar dan bedenk ik dat ik ook deurwaarder had kunnen zijn, of voetbaltrainer.

Maar we dwalen af. Ik had op Twitter de huidige opstoot van desinformatie, fake news en complottheorieën een vertrouwenscrisis genoemd. Gemakshalve wordt desinformatie immers vaak geframet als een informatiecrisis: alsof de mensen niet meer goed zouden weten waar ze correcte informatie kunnen vinden. Volgens mij is dat maar een deel van de verklaring. Praat je met een verspreider van desinformatie – in een zeldzaam geval eens een evil genius, maar meestal gewone mensen zoals u en ik die een 'interessant' bericht delen 'dat goede vragen stelt' – dan bots je vroeg of laat op de kern van de zaak. En die is dat nogal wat medemensen niet meer lijken te geloven dat wetenschappers, overheid, rechters of de (massa)media – zeg maar de Marc Van Ransten en de VRT's van deze wereld – naar beste vermogen proberen te handelen in het algemeen goed.

Maar zo meteen meer daarover. De auteur van de sneer waarmee ik dit stuk opende, vond dat factcheckers die vertrouwenscrisis minstens deels aan zichzelf te danken hebben. Dat bleef hangen, want het is mijn vaste overtuiging dat je geen goeie factchecker kan zijn zonder aan jezelf te twijfelen.

Het is mijn vaste overtuiging dat je geen goeie factchecker kan zijn zonder aan jezelf te twijfelen.

Meer zelfs, twijfel zit ingebouwd in de selectie van de onderwerpen en in de spelregels die we onszelf opleggen. Regel één: je moet de mogelijkheid in acht nemen dat zelfs de meest onwaarschijnlijke claim waar zou kunnen zijn, anders heeft het geen zin om eraan te beginnen. Regel twee: je bouwt een factcheck logisch op, waarbij elke stap voortvloeit uit de vorige. Regel drie: je verwijst zo veel mogelijk door naar vrij raadpleegbaar wetenschappelijk onderzoek, databases en online tools. Regel vier: je vermijdt waardeoordelen of andere sturende opmerkingen, hoe moeilijk dat ook soms is. En, ten slotte, regel vijf: je beperkt de kans dat je de leugen verder helpt verspreiden tot het minimum, bijvoorbeeld door niet rechtstreeks door te linken naar een video die je factcheckt.

DE FLAUWGEVALLEN VERPLEEGSTER

Zo steunt een factcheck aan auteurskant bijna op structurele twijfel, net om die bij de kant van de lezer zo veel mogelijk te minimaliseren. Maar dan nog heeft elke factcheck haar beperkingen, en blijkt zelfs een perfect uitgevoerde factcheck niet immuun voor twijfelende lezers.

Neem nu de video die op de sociale media circuleerde bij het begin van de vaccinatiecampagne in de VS, van een jonge verpleegster die 'overleed' kort na het ontvangen van haar coronavaccin. We hadden de choquerende beelden gezien van Tiffany Dover die onwel werd en van haar stoel gleed. Maar we hadden in onze VRT NWS-check ook de beelden getoond van het interview dat Dover kort nadien gaf, en waarin ze uitlegde dat ze door een medische aandoening wel vaker het bewustzijn verloor. Niets aan de hand dus, de onzinvideo werd ontkracht met onweerlegbare argumenten, we toonden beeldmateriaal van de duidelijk springlevende verpleegster. Case closed, toch?

Nou, niet meteen.

Natuurlijk was VRT NWS niet de enige nieuwsredactie die de video van de flauwvallende verpleegster had opgemerkt. Overal ter wereld maakten collega's gelijkaardige factchecks over de levende dode verpleegster. Maar toch verdween het onzinverhaal niet.

Dat merkte ik toen ik op zoek ging naar de sociale media-accounts van het CHI Memorial-ziekenhuis in Tennessee, waar Dover werkt. Daarop was daags voordien nog een officiële verklaring gepost dat alles goed ging met de verpleegster, mét een groepsfoto van het hele verpleegkundige team om dat nog eens klaar en duidelijk te illustreren. Maar wat bleek: de echte diehard complotdenkers lieten zich niet overtuigen, noch door het video-interview waarin de verpleegster zelf aan het woord kwam, noch door de groepsfoto. De Facebookpagina van het ziekenhuis werd overspoeld met reacties van complotdenkers die het schandalig noemden dat de 'dood' van de verpleegster werd 'toegedekt'.

MET EEN BOWLINGBAL NAAR EEN WATERPOLOWEDSTRIJD TREKKEN

Een factchecker zou van minder gaan twijfelen aan het nut van zijn werk. Het legde nog maar eens de vinger op de wonde: de kleine restgroep van overtuigde complotdenkers laat zich niet overtuigen door een factcheck. En al zeker niet door een factcheck van de mainstreammedia.

De kleine restgroep van overtuigde complotdenkers laat zich niet overtuigen door een factcheck.

Voor die diehard complotdenkers, die er bijvoorbeeld van overtuigd zijn dat corona geïnstrumentaliseerd wordt door de overheid om een nieuwe orde door te voeren, zijn factcheckers net de vijand. Op de Facebookpagina van een populaire Vlaamse 'kritische tegenstem' reageert een volger: 'Ik blokkeer systematisch de factcheckers, ik heb er al honderden geblokkeerd'. Of, over het Duitse persagentschap DPA dat ook in ons taalgebied factchecks maakt: 'Als DPA het de moeite vindt om jou te factchecken is dat zonder meer een kwaliteitslabel'. Een Nederlandse Twitteraar vroeg zich dan weer af hoeveel ik toegestopt kreeg van de farma-industrie, na een factcheck van een dubieuze YouTubevideo over vermoede risico's van de coronavaccins.

Opnieuw die vertrouwenskwestie, die speelt bij zowel twijfelaars (in mindere mate) als de kleine harde kern van complotdenkers (zeer sterk) en het spectrum ertussenin. Deze mensen wegzetten als idioten is al te gemakkelijk. Kijk naar de VS. Het magazine The Atlantic ontdekte dat er onder 193 opgepakte bestormers van het Capitool dokters waren, IT-specialisten, advocaten en CEO's. Onderzoekers van de Universiteit van Miami besloten dan weer dat er 'misschien wel het meest opvallend, geen correlatie is tussen opleidingsniveau en het geloof in complottheorieën'. Psychologische factoren en politieke overtuigingen bleken veel duidelijkere triggers. Wetenschappers van de universiteiten van Minnesota en Colorado ontdekten in 2015 zelfs dat mensen die een conservatief wereldbeeld koesteren, meer geneigd zijn om zich achter samenzweringstheorieën te scharen naarmate hun kennis toeneemt.

Dus ja, op dat vlak sluit ik me aan bij de kritiek dat factchecks hun doel soms dreigen voorbij te schieten. Hoe verleidelijk het ook is, we moeten erkennen dat deze emotionele kwestie bekampen met rationele tegenargumenten bij sommigen geen enkele zin meer heeft. Je kan evengoed met een bowlingbal naar een waterpolowedstrijd trekken: het zijn twee volstrekt verschillende arena's. Emotioneel ingesleten denkpatronen bijstellen, dat kunnen enkel vertrouwde vrienden, partners, familieleden. Niet de gewantrouwde media.

DE ZEVEN SUPERCOMPUTERS VAN DE FBI

Soms kunnen de extreemste complotdenkers enkel nog overtuigd worden door de laatste persoon die ze nog vertrouwen: zichzelf. Op Reddit getuigde zo iemand anoniem hoe hij, na ongeveer acht jaar de 'diepste complottheorieën' te hebben geloofd, inzag dat de QAnon-complottheorie vol gaten zit. Q, zeg maar de anonieme goeroe van die beweging, had opgeschept dat hij zeven supercomputers van de FBI offline had gehaald. 'De hondstrouwe fans geloofden het helemaal en zeiden dat hun internetverbinding een beetje sneller was geworden', vertelde hij. 'Maar komaan, zo werkt het niet. En ik besefte dat de meeste mensen Q-aanhangers die ik kende, geen flauw idee hebben van hoe technologie of computers werken.' Het eerste draadje was los komen te zitten, waarna zijn hele wereldbeeld stap voor stap verder ontrafelde.

Zou een factcheck van, pakweg, CNN die in de grond hetzelfde punt maakt, dezelfde impact gehad kunnen hebben? Ik durf het te betwijfelen. Twee academische studies bij achthonderd testpersonen die de denktank Brookings Institution publiceerde, toonden aan dat een journalistiek stuk labelen als factcheck, twee directe gevolgen heeft: de lezers onthouden de feiten die in het stuk aan bod komen beter, maar zijn tegelijk sterker geneigd om het artikel bevooroordeeld te noemen.

WAAROM DAN NOG FACTCHECKEN?

Waarom we die factchecks dan blijven maken? Simpel: omdat we ons niet richten tot de hardcore complotdenkers. Ons doelpubliek zijn de twijfelaars die zich vragen stellen bij iets dat ze gezien hebben in een lange documentaire op YouTube, of een merkwaardig artikel over gestolen verkiezingen in de VS dat een tante heeft doorgestuurd. Voor deze twijfelaars is VRT NWS vaak wel nog een betrouwbare bron. En ze zijn met veel meer dan de hardcore complotdenkers die de boel aanvuren met hun webstudio's en livestreams. Meer zelfs, we zijn allemaal wel eens zo'n twijfelaar.

Het publiek verwacht ook dat VRT NWS klaarheid schept. Uit onderzoek van de studiedienst van VRT blijkt dat 48% van de Vlamingen vaak twijfelt aan de echtheid van de informatie die ze krijgen. En 58% vindt dat het de taak is van de VRT om meer inspanningen te doen om valse nieuwsverhalen te ontmaskeren. We zien dat bevestigd in de steevast hoge leescijfers van de Check-artikels.

Factchecks helpen wél bij het inperken van de verspreiding van desinformatie.

Factchecks mogen dus overtuigde sceptici dan niet overtuigen, ze helpen wel bij het inperken van de verspreiding van desinformatie. Eén voorbeeld: het sociale mediaplatform Tiktok voegt sinds kort een waarschuwingslabel toe aan video's waarvan de echtheid niet bevestigd kan worden. Volgens Tiktok zelf bleek uit tests dat zulke gelabelde video's 7% minder geliket werden, en dat het aantal kijkers daalde met 24%.Op die manier wordt de vruchtbare bodem voor onzinverhalen enigszins ingeperkt.

BRANDWEER OF BRANDWERENDE DEUREN?

Dus ja, het 'pedante genre van de factcheck' (om even terug te grijpen naar de tweet waarmee ik dit stuk begon) heeft zijn tekortkomingen. Het is géén wondermiddel tegen de desinformatiecrisis. Maar het is wel één van de oplossingen.

Laat het me even vergelijken met een probleem waar onze samenleving al veel meer ervaring mee heeft, en waar veel minder scepsis rond bestaat: brandbestrijding. Soms kunnen brandweerlui een huis redden dat in lichterlaaie staat, maar evengoed moeten ze soms lijdzaam toekijken hoe een stuk Australisch bos tot de grond afbrandt. Dan bestaat hun job taak erin om te voorkomen dat het vuur overslaat op andere delen van het woud. Damage control. Die brandweermannen grijpen in wanneer zich een acuut probleem voordoet, maar het is duidelijk dat je ook op alle manieren moet proberen vermijden dat een huis überhaupt in brand vliegt. Door structurele oplossingen zoals (ik zeg maar iets) brandwerende materialen en brandvertragende deuren.

Ik ben ervan overtuigd dat zulke oplossingen ook bestaan voor de huidige desinformatiecrisis. Net zoals brandweerlui doen factcheckers aan damage control. Ze vermijden naar beste vermogen dat desinformatie ongecontroleerd begint te woekeren, doordat een twijfelaar minder snel zal doordelen. In het beste geval bereikt een factcheck een vertrouwenspersoon van iemand die de mainstreammedia allang niet meer gelooft.

Maar factcheckers zullen het niet op hun eentje redden. Er zijn ook meer structurele langetermijnoplossingen nodig. Doorgedreven transparantie is er zo eentje. Vanuit de media, zeker, maar ook door andere instellingen die onder vuur liggen, zoals politiek en de academische wereld. Uitleggen hoe en waarom je iets doet, fouten durven toegeven, geen aanpassingen doen aan online artikels zonder duidelijke toelichting.

Representatie kan nog zo'n oplossing zijn: wie zichzelf herkent in de beelden die de media voorschotelen, zal die ook sneller vertrouwen. Die media moeten zich ook bereikbaarder opstellen. Journalisten moeten het gesprek aangaan met het publiek, via sociale media, hoe vijandig die conversatie soms ook verloopt. Voor u in mij een Nostradamus vermoedt: dat zijn geen briljante ingevingen die me op een mooie dag van mijn fiets hebben gebliksemd. Mediahuizen zoals de VRT zetten al veel langer stappen in die richting. Maar de resultaten van die inspanningen zullen pas op de langere termijn zichtbaar worden.

Desinformatie helemaal de wereld uit helpen, zal sowieso nooit lukken. Daarvoor is het een te oud fenomeen, één dat zo oud is als menselijke communicatie zelf, en vaart het te wel bij onze hypergeconnecteerde wereld die communicatie gemakkelijker en gemakkelijker blijft maken. De factchecker die denkt dat hij dat even op eigen houtje even zal oplossen, stevent loodrecht af op een burn-out. Maar een factcheck kan wel een deel zijn van een oplossing. Daar twijfel ik, in alle onbescheidenheid, niet aan.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 3 (maart), pagina 52 tot 56