Abonneer Log in

Klimaatgetreuzel

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 9 (november), pagina 68 tot 72

Het Vlaams regeerakkoord is nogal tegenstrijdig vanuit milieu-oogpunt. Aan de ene kant zien we lovenswaardige engagementen voor meer natuur, vergroening van de landbouw en kernversterking. Aan de andere kant wordt de grootste bedreiging voor de biodiversiteit – de klimaatverandering – onvoldoende aangepakt. De trendbreuk die nodig is om de uitstoot van broeikasgassen binnen dit en een paar decennia naar nul te herleiden, blijft uit.

HET VLAANDEREN VAN JAMBON I

Waar zijn de armoede­doelstellingen?
Wim Van Lancker
Gedurfd woonbeleid, goede implementatie?
Sien Winters
Iedereen aan de bak?
Caroline Copers
Excelleren door te segregeren
Marino Van Moortel
Motie van wantrouwen
Ann Vermeulen
Gelijke of gemiste kansen?
Els Keytsman en Maarten Huvenne
Hoe men tweederangsburgers creëert
Herwig Verschueren
Gezondheid als individuele Vlaamse plicht
Evelyne Hens
Minister van Propaganda
Robrecht Vanderbeeken
Klimaatgetreuzel
Sara Van Dyck

Minister-president Jan Jambon (N-VA) wil met Vlaanderen tot de Europese top behoren en kijkt daarvoor naar het Noorden. Dat zou goed nieuws moeten zijn voor het klimaatbeleid: de maatregelen die Nederland, Duitsland en de Scandinavische landen vooropstellen om de klimaatverandering tegen te gaan, zijn van Europees topniveau. Jammer genoeg kijkt deze regering net op dat vlak de andere kant uit.

In het licht van het klimaatakkoord van Parijs wil Europa een pad uittekenen naar klimaatneutraliteit tegen 2050. Een doelstelling die onze noorderburen voluit steunen en doorvertalen naar hun eigen beleid. De regering-Jambon mikt echter slechts op 'minstens 80%' minder emissies tegen 2050. En waarschijnlijk halen we zelfs die 80% niet. Om zo'n diepgaande reducties mogelijk te maken, is er nood aan samenhangend beleid dat inzet op trendbreuken in alle sectoren. De uitstoot van gebouwen, industrie, mobiliteit en landbouw moet drastisch naar beneden. Zoals we verder bespreken, zal dit – ondanks een paar lovenswaardige maatregelen – niet gebeuren met het voorliggende regeerakkoord.

Om de klimaatontwrichting te beperken moeten de CO₂-emissies ook snel dalen. Daarbij is 2030 een belangrijke mijlpaal. Voor 2030 schaart de nieuwe Vlaamse regering zich achter de door Europa opgelegde doelstelling van -35% CO₂ voor de sectoren gebouwen, transport en landbouw (non-ETS). Maar door een gebrek aan de juiste en voldoende maatregelen dreigt ook dit een loze belofte te worden. En daarmee zijn we veroordeeld tot de staart van het Europese peloton. En ook dat Europees peloton doet niet wat nodig is om de klimaatopwarming te beperken tot 1,5°C.

In wat volgt overlopen we de verschillende sectoren en evalueren we het voorgestelde beleid. We doen dit in de eerste plaats in het licht van de klimaatuitdaging, maar we bekijken ook in hoeverre het regeerakkoord de andere milieu-uitdagingen tackelt.

MOBILITEIT

Eerst het goede nieuws. De fiets is de grote winnaar van dit regeerakkoord. De Vlaamse regering wil 300 miljoen euro per jaar investeren in fietsinfrastructuur. Maar dat gaat de Vlaming niet uit de file halen: het gebruik van de wagen wordt op geen enkele manier ontmoedigd. Het meest voor de hand liggende instrument hiervoor, de slimme kilometerheffing, is gesneuveld. Dit was nochtans één van de belangrijkste mobiliteitsmaatregelen in het ontwerp klimaatplan dat ons land eind vorig jaar bij de Europese Commissie indiende.

De uitstoot van transport in Vlaanderen geraakt maar niet in dalende lijn. Het is dan ook zeer jammer dat de nodige shift naar emissievrije personenwagens en trucks uitblijft. Het regeerakkoord bevat geen stop op de verkoop van nieuwe personenwagens met een verbrandingsmotor in 2030. Er is wel een belofte voor meer laadinfrastructuur voor elektrisch transport, maar zonder concrete doelstelling. De regering wil sterk inzetten op biobrandstoffen. Daarmee blijven we niet alleen voedsel gebruiken om onze auto's te laten rijden. Het gebruik van biobrandstoffen leidt vaak ook tot een stijging in plaats van een daling van de broeikasgasuitstoot. Een nefaste maatregel dus.

We lezen ook geen engagement om de subsidies voor verlieslatende regionale luchthavens te stoppen of een vliegtaks in te voeren. Meer nog, de regering wil de luchthaven van Zaventem nog verder laten groeien. Tot slot nog twee lichtpuntjes. Ze plant wel te investeren in infrastructuur voor binnenvaart en walstroom, en de nieuwe bussen van De Lijn moeten voortaan zero-emissie zijn.

Een beter mobiliteitsbeleid moet ook zorgen voor een betere luchtkwaliteit. En ook daar schiet het regeerakkoord tekort. Volgens de nieuwe regering moeten schonere auto's en een vlottere doorstroming van het verkeer zorgen voor schone lucht. Maar het Vlaamse plan om van de files af te geraken is extra (ring)wegen en rijstroken aanleggen, met de Oosterweelverbinding, de Brusselse ring en tal van lokale ring- of verbindingswegen. Dit terwijl studie na studie bewijst dat extra wegcapaciteit net extra verkeer aantrekt. Zo zal Vlaanderen de Europese regels voor stikstof nog verder overschrijden. Dit staat garant voor nog meer astma en ademhalingsproblemen. De Vlaamse overheid is, na de rechtszaak van Greenpeace, verplicht om al in november een luchtkwaliteitsplan goed te keuren om te voldoen aan de EU-normen. Als dat niet gebeurt, moet de regering dwangsommen betalen. Het lijkt alsof dat besef nog niet is doorgedrongen.

HERNIEUWBARE ENERGIE

Wind en zon

De regering plant een verdubbeling van wind- en zonne-energie tegen 2030. Dit lijkt misschien veel, maar deze doelstellingen zijn veel te mager in het licht van de klimaatuitdaging. Ook de Europese Commissie liet op basis van het ontwerp klimaat- en energieplan al verstaan dat deze doelstellingen omhoog moeten. De verhoging van de doelstelling voor windenergie van 2GW (in het ontwerp klimaat- en energieplan) naar 2,5 GW is goed nieuws, maar zal daarvoor niet volstaan.

Vraag is ook hoe de regering deze doelstellingen denkt te halen. Het hoofdstuk hernieuwbare energie heeft een zeer enge focus op de verlaging van de kosten en de afschaffing van steun. Dit terwijl de dalende kosten van hernieuwbare energie het steunniveau vanzelf zullen laten dalen. Bovendien legt de regering de verantwoordelijkheid voor de plaatsing van windturbines bij de gemeentebesturen. Daarbij loert het gevaar van Not In My Backyard (NIMBY) om de hoek. De vraag is nu of de minister van Energie en Omgeving, Zuhal Demir (N-VA), de gemeenten voldoende zal responsabiliseren en ondersteunen met een planmatige aanpak voor de uitbouw van windenergie. Dit biedt de beste kansen om proactief rekening te houden met de impact op mens en natuur. Het geeft ook meer mogelijkheden voor een participatieve aanpak.

Groene warmte

Stookolieketels worden terecht uitgefaseerd. De grootste vervuilers onder de verwarming worden gebannen bij nieuwbouw of zware renovaties, en ook een vervanging is niet meer mogelijk bij woningen die een gasnet voor de deur hebben. Deze moedige maatregel staat of valt echter met een effectief handhavingsbeleid. Een verplichte registratie van verwarmingstoestellen dringt zich op. Van een afbouwscenario voor aardgas is in het regeerakkoord jammer genoeg geen sprake. Toch moeten we in het licht van de klimaatuitdaging, net zoals in Nederland, ook van het fossiel gas af.

Bijzonder jammer is dat de broodnodige lastenverschuiving van elektriciteit naar aardgas en stookolie uit de boot is gevallen. Daar bestaat nochtans een breed maatschappelijk draagvlak voor. In plaats van de kosten voor de ondersteuning van het energiebeleid uit de elektriciteitsfactuur te halen en te verschuiven naar fossiele brandstoffen, legt de regering de focus enkel op het beperken van de elektriciteitsfactuur. Ze mist zo een prachtkans om de verwarming te vergroenen.

GEBOUWEN

Onze energieverslindende gebouwen zorgen vandaag voor een derde van de Vlaamse CO₂-uitstoot. Willen we die uitstoot naar nul krijgen, moeten woningen veel energiezuiniger worden. De energie die ze nog nodig hebben, wekken ze op met hernieuwbare energie. Energierenovaties enkel vrijblijvend stimuleren, zal daarvoor niet volstaan. Ook regelgevende instrumenten zijn nodig. Het is daarom goed dat huurwoningen een energienorm krijgen, die geleidelijk aangescherpt wordt. Huurders krijgen zo eindelijk zekerheid op een kwaliteitsvol dak boven hun hoofd. Tertiaire gebouwen moeten na verkoop binnen de vijf jaar grondig gerenoveerd worden en vanaf 2030 een minimaal energieprestatielabel halen. Onbegrijpelijk dat de gelijkaardige maatregel voor woningen gesneuveld is, terwijl die als hoeksteen van het renovatiebeleid ingeschreven staat in het ontwerpplan klimaat- en energieplan voor 2030. Een mooie zet is de besparingsverplichting van 2,09% per jaar voor alle gebouwen van gemeenten, intercommunales en provincies. De Vlaamse overheid trekt de doelstelling voor haar eigen gebouwen ook op van 2,09% naar 2,5% per jaar.

INDUSTRIE

Ook de uitstoot van onze industrie moet mee in het traject naar klimaatneutraliteit. Een uitdaging die tot op vandaag vaak onderbelicht blijft. In het regeerakkoord is er geen spoor van een helder kader om de industriële transitie in goede banen te leiden. Dit transitiekader is nochtans broodnodig om investeringszekerheid en economische activiteit te garanderen in een klimaatneutrale toekomst. Een gemiste kans om ons voor te bereiden, want nieuw Europees klimaat- en industriebeleid zal dit onvermijdelijk op de agenda zetten.

Wel is er sprake van een verderzetting van vrijwillige energieovereenkomsten met de industrie. Die hebben tot hiertoe niet geleid tot een fundamentele omslag. Mogelijk worden deze uitgebreid naar klimaat en circulariteit. Dat zou zeer welkom zijn, maar dergelijke zachte instrumenten, zonder dat er voldoende tegenprestaties richting klimaatneutraliteit vanuit de industrie tegenover staan, volstaan niet.

De 'Moonshot'-investeringsagenda voor innovatie in de industrie loopt ook verder, maar in haar focus neemt de nieuwe regering meer dan ooit een voorafname op technieken om koolstof af te vangen en op te slaan (of te hergebruiken), wat niet zal volstaan. Zo is er geen sprake van circulaire strategieën of een omslag van fossiele naar hernieuwbare grondstoffen.

CIRCULAIRE ECONOMIE

Wat met het materialenbeleid? Geen grote trendbreuk, wel enkele positieve maar voorzichtige en nog vage voornemens. Zo wil de regering niet alleen de impact van onze productie, maar ook de consumptie in rekening brengen. Dat is goed, want het leidt tot sterkere steun voor nieuwe product-dienst-businessmodellen en beleid rond langere levensduur van producten, zoals herstel en hergebruik van onderdelen. Ook prima: de steun voor een routeplan voor circulaire gebouwen en circulaire 'voorrangsregels' bij openbare aanbestedingen.

Toch een gemengd beeld. Zo streeft de regering naar 'maximale recyclage', maar dat is een holle term. En ondanks de invoering van statiegeld in onze buurlanden en in Brussel en Wallonië, wil deze regering er nog altijd geen werk van maken. We bespeuren ook geen enkele ambitie voor hergebruik van verpakkingen of kwaliteitsvolle recyclage (waarbij de waarde van het materiaal behouden blijft). Kortom, de wegwerpeconomie blijft gehandhaafd. De uitfasering van afvalverbranding blijft vaag, zonder tijdspad of planmatige aanpak. Er zijn geen roadmaps, afstemming met andere beleidsniveaus of concrete investeringsplannen. We missen dus een sterke impuls om circulariteit tot speerpunt te maken van de nieuwe economie, zoals Nederland dat bijvoorbeeld doet.

LANDBOUW

Op vlak van voeding en landbouw neemt deze regering meer haar verantwoordelijkheid op. Het landbouwbeleid evolueert naar een geïntegreerd voedingsbeleid. De klemtoon komt te liggen op duurzame, gezonde voeding binnen een circulair systeem. De regering kiest ook voor een terechte focus op veeteelt: ze plant de steun aan landbouwinvesteringen (VLIF) beter te verzoenen met milieu- en klimaatdoelen. Ook de werking van het VLAM, dat promotie voert voor landbouwproducten, wordt sterker afgelijnd. Wat binnen dit voedingsbeleid wel ontbreekt, is de ambitie om het belang van plantaardige voeding centraal te stellen. Veel passages uit het landbouwhoofdstuk kun je op verschillende manieren invullen. Veel zal dus afhangen van hoe de minister deze tekst concreet maakt.

RUIMTELIJKE ORDENING

De doelstellingen van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen worden bevestigd, met een bouwshift van bouwen in open ruimte naar bouwen in de stads- en dorpscentra. Het regeerakkoord bevat vooral maatregelen om sterker in te zetten op kernversterking, met onder meer aandacht voor nieuwe woonvormen, brownfieldontwikkeling en een mix van functies. Dit zal gebeuren samen met voorlopers uit de sector, middenveldorganisaties en lokale overheden. Het neutraliseren van slecht gelegen bouwzones krijgt veel minder aandacht en wordt voornamelijk beperkt tot watergevoelige gebieden. Het akkoord zegt niets over slecht gelegen woonreservegebieden of over zonevreemde bossen in bouwzones. Wel is het de bedoeling dat als open ruimte wordt ingenomen voor een harde ontwikkeling, dit gecompenseerd wordt door evenredig slecht gelegen bouwzones te neutraliseren. Hoe de regering dat wil doen, is niet duidelijk.

NATUUR EN BOS

Deze legislatuur komen er 20.000 ha natuur extra onder natuurbeheer. Dat is positief: de erkenning van natuurreservaten heeft de afgelopen jaren veel vertraging opgelopen. Het regeerakkoord bevat de ambitie om tegen 2030 10.000 ha extra bos aan te planten, waarvan 4.000 ha tijdens deze legislatuur. Groenblauwe netwerken moeten zorgen voor de verbinding tussen de natuur- en bosgebieden. Hoopgevende engagementen, maar veel zal nu afhangen van de budgetten die hiervoor worden voorzien.

CONCLUSIE

Jan Jambon wil zich meten met de top van Europa en kijkt daarvoor naar lichtende voorbeelden in het Noorden. Hij ziet daarbij vooral de plannen voor tewerkstelling, innovatie en een sterke economie daar. Wat hij nog niet begrepen lijkt te hebben, is dat dit niet tegengesteld hoeft te zijn aan écht klimaatbeleid. Het zijn de regio's in Europa die een sterk klimaatbeleid voeren, die jobs creëren en nieuwe, innovatieve bedrijfsactiviteit aantrekken. En op de koop toe voor schone lucht, proper water en een zuivere bodem zorgen.

De 'noordelijke' klimaatambitie weerspiegelt de kansen en opportuniteiten die deze landen zien, en staat in schril contrast met het Vlaamse getreuzel. Honderdduizenden burgers, en steeds meer organisaties en bedrijven willen de kansen van vergroening grijpen en verantwoordelijkheid opnemen voor de volgende generaties. We hebben een kader nodig dat hen aanmoedigt om het beste uit zichzelf te halen en mee te bouwen aan een Vlaanderen dat schittert. Alleen zo missen we de trein naar het Noorden niet.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 9 (november), pagina 68 tot 72