Abonneer Log in

Hasselt: stabiliteit maar weinig bezieling

HALVERWEGE DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 44 tot 47

Hasselt heeft in 2018 de politieke onrust ingeruild voor stabiliteit, maar op een wervend verhaal blijft het drie jaar later nog altijd wachten.

Veel mobiliteitsproblemen hangen samen met het gebrek aan openbaar vervoer.

Burgemeester Steven Vandeput vergeet te werken aan een groot verhaal.

Als de Hasseltse kiezer bij de verkiezingen van 2018 een signaal gaf, dan was het wel dat het gedaan moest zijn met de politieke schandalen. Eerst was er de HAZODI-affaire in 2011, het politieschandaal dat burgemeester Hilde Claes (sp.a) aan het wankelen bracht, gevolgd door een lange interne strijd binnen de lokale socialistische afdeling. Met enige vertraging werd Claes in 2016 alsnog gedefenestreerd, waarna sp.a voor het eerst sinds het aantreden van Steve Stevaert in 1995 de sjerp moest afstaan. Vreemd genoeg stond bij coalitiepartner CD&V, die het burgemeesterschap letterlijk in de schoot kreeg geworpen, niemand te springen om de leiding over te nemen. Europarlementslid Ivo Belet en andere vooraanstaanden weigerden, waarna OCMW-voorzitster Nadja Vananroye dan maar op het voorplan trad.

Zo kort voor de verkiezingen stond het in de sterren geschreven dat die politieke onrust en zwakke leiding sporen zou nalaten. CD&V klampte zich tegen beter weten in vast aan een voorakkoord met RoodGroen+, een kartel van socialisten en groenen, maar op verkiezingsavond bleek die afspraak niets waard. Hoewel RoodGroen+ de zwaarste prijs betaalde (van 33 naar 25,3%), was het de persoonlijke aversie tussen N-VA en CD&V die de doorslag gaf. Op verkiezingsavond greep toenmalig Defensieminister Steven Vandeput (N-VA) zijn kans, mede omdat van het provinciale voorakkoord tussen sp.a en CD&V op heel wat plaatsen (de deputatie incluis) weinig terechtkwam. Vandeput, die met zijn N-VA de grootste partij was geworden, weekte RoodGroen+ los uit het voorakkoord en overtuigde ook Open Vld om zijn kant te kiezen. Het gevolg was een brede coalitie van N-VA, sp.a, Groen en Open VLD.

LAISSER-FAIREBELEID

Bijna drie jaar later is de eerste vaststelling dat de politieke rust in Hasselt is teruggekeerd. Daarvoor rekende het nieuwe college wel eerst af met het verleden. Als een van de eerste beslissingen duwde burgemeester Vandeput de pauzeknop in op het vlak van ruimtelijke ordening. In de jaren voor 2018 voerde het sp.a-CD&V-bestuur, de vorige legislatuur verpersoonlijkt door CD&V-schepen Tom Vandeput, een onverholen laisser-fairebeleid ten aanzien van projectontwikkelaars. Ondanks het gebrek aan betaalbare gezinswoningen, verrezen er vooral mondaine appartementsblokken. Soms zelfs ten koste van beschermde art nouveau-woningen en het zo al beperkte erfgoedpatrimonium van de stad.

Die politiek leverde Hasselt dan wel extra belastinginkomsten op, het zorgde ook voor een snelle vergrijzing van het stadscentrum en nieuwe mobiliteitsproblemen.

Toen Tom Vandeput na de verkiezingen in 2018 de overstap maakte naar het provinciebestuur – onder zachte dwang van de eigen Hasseltse CD&V-afdeling – stelde N-VA in de provinciale onderhandelingen zijn veto: Tom Vandeput mocht in geen geval de portefeuille ruimtelijke ordening krijgen. De vrees was groot dat hij vanop die positie de projecten die Hasselt zou afwijzen alsnog in beroep kon goedkeuren. Daardoor kreeg niet Vandeput maar diens partijgenote Inge Moors de portefeuille ruimtelijke ordening, en moest de Hasselaar zich tevreden stellen met de portefeuille economie, die eerder al door zijn vader Marc Vandeput werd beheerd.

Als een zaak zeker is dan is het wel dat deze coalitie op het vlak van ruimtelijke ordening de breuk wil maken met de oude politieke cultuur. Begin 2020 werd daarom de Kwaliteitskamer opgericht, een expertenpanel onder leiding van Stefan Devoldere, decaan Architectuur van de UHasselt. De groep moet waken over de kwaliteit van nieuwbouwprojecten. De nieuwe schepen van ruimtelijke ordening, Marc Schepers (RoodGroen+), verwoordde het zo: 'Bouwprojecten zullen voortaan niet alleen meer benaderd worden vanuit de portemonnee van de promotoren.' Het was een verzuchting van vele Hasselaren, maar tegelijk ook een erfenis van zijn eigen sp.a, die jarenlang het bestuur domineerde.

Alle goede bedoelingen ten spijt, blijft het thema betaalbaar wonen drie jaar later nog steeds een heet hangijzer. De kwestie hangt ook samen met de toekomst van de binnenstad. Overdag is Hasselt een dynamische en bruisende stad, maar 's avonds is het er – op een paar horecapleintjes na – akelig stil. Dat heeft niet alleen te maken met de samenstelling van de bevolking, maar ook met het gebrek aan bewoning in de binnenstad. Ondanks de aanhoudende bevolkingsaangroei (van 74.000 inwoners in 2011 tot 79.000 in 2021) belanden die nieuwe mensen veelal in de buitenwijken en kerkdorpen. Enkele nieuwbouwprojecten moeten daar verandering in brengen, maar heikel punt blijft dat veel winkelpanden in het centrum geen aparte ingang hebben voor bewoners, waardoor de bovenverdiepingen leegstaan. Bovendien moet Hasselt met enige vertraging afrekenen met een evolutie die veel kleinere handelscentra al veel langer parten speelt: de groeiende onlineverkoop heeft ook gaten geslagen in de ooit zo succesvolle Demerstraat en Koning Albertstraat. De leegstand maakt het op haar beurt onaantrekkelijker voor nieuwe bewoners.

DRIE NIEUWE AANTREKKINGSPOLEN

Dat patroon doorbreken is de grootste uitdaging van het huidige stadsbestuur. Daarvoor mikt het naast meer bewoning op drie nieuwe aantrekkingspolen. De eerste is de universiteit. Lang werd de LUC en later de UHasselt verbannen naar een bosgebied in Diepenbeek, maar sinds de opening van de stadscampus aan de Oude Gevangenis voelt het bestuur dat het hoger onderwijs een echte hefboom kan zijn op het vlak van stadsontwikkeling. Als straks de nieuwe faculteit Economie wordt geopend, moet dat meer studenten(koten) naar de binnenstad lokken.

De tweede pijler is de opwaardering van de culturele scène. Hasselt is op dat vlak niet meteen rijkelijk bedeeld. De afgelopen jaren kreeg het jongereninitiatief De Serre al een permanent verblijf in de binnenstad en straks komt daar op de plek van het oude stadhuis aan het Groenplein ook nog een cinema en theaterzaal bij.

De derde is meer aandacht voor groen in de stad. De bouwwoede van de afgelopen jaren heeft de zo al schaarse open ruimte nog verder gebetonneerd. In de binnenstad klinkt al jaren de roep om de tuin van de gouverneurswoning open te stellen voor het publiek, omdat het de enige plek is met wat bomen. Vooralsnog zonder succes. Ook daarbuiten is het (op het stadspark en Kapermolenpark na) triest gesteld met ruimte om te verpozen. Dat de stad nu net buiten de grote ring een groot natuurdomein heeft gekocht om er het 'Prinsbeemdenpark' van te maken en in Kermt de Herkenrodebossen met 135 ha worden uitgebreid, moet deels tegemoet komen aan die verzuchtingen.

AUTOSTAD

En dan is er nog de mobiliteit, een ander heikel punt in Hasselt. Het zijn nog geen files zoals in Antwerpen of Brussel, maar ook rond Hasselt duiken volgens analyses van verkeersdeskundigen steeds vaker structurele files op. Om dat te counteren zet de stad resoluut in op de fiets en wordt de binnenstad straks één groot woonerf waar je nog maximaal 20 per uur mag rijden en alle doorgaand verkeer wordt geweerd. Maar ook investeringen in de grote infrastructuur – vooral dan op de nu al verzadigde grote ring – dringen zich op, temeer omdat het stadsbestuur af wil van het doorgaande verkeer over de kleine ring. Het huidige college denkt eraan om van de twee rijstroken er straks nog maar één over te houden. Toen dat nieuws uitlekte, leidde dat tot heel wat protest. Maar het is de enige manier om straks een vorm van hoogwaardig openbaar vervoer door de stad te laten rijden, zonder aan ruimte voor fietsers of voetgangers in te boeten.

Veel mobiliteitsproblemen hangen samen met het gebrek aan openbaar vervoer.

Veel mobiliteitsproblemen in Hasselt hangen samen met het gebrek aan openbaar vervoer, zowel in de stad als daarbuiten. Het dwingt binnenstedelijk verkeer tot de keuze tussen auto of fiets, terwijl studenten en shoppers die vanuit de rest van de provincie komen weinig andere opties hebben dan in hun blikken doos te stappen en die vervolgens op grote parkings achter te laten. Het huidige stadsbestuur denkt daarom aan een grote carpool met shuttledienst vanop de parking van de Trixxo Arena, maar daarvoor zal dan eerst een grote mentaliteitswijziging nodig zijn, vooral bij pendelende studenten.

Voor een oplossing op het vlak het openbaar vervoer wachten Hasselt en heel Limburg intussen al bijna twee decennia op het Spartacusplan. Het was Steve Stevaert die in 2004 het idee lanceerde, niet toevallig begon het plan met de letters s, p en a. Officieel klonk het dat De Lijn, bij gebrek aan interesse van de NMBS in het spoor, zelf drie sneltramlijnen zou moeten bouwen om Hasselt te verbinden met de rest van de provincie. Achter de schermen hoopte Stevaert vooral op een hefboom voor stadsontwikkeling in Hasselt.

Zeventien jaar later is er van dat plan nog altijd niets terechtgekomen. Het hele project werd geteisterd door vertragingen en obstakels, maar ook huidig burgemeester Vandeput draagt een deel van de verantwoordelijkheid voor de mislukking. Vandeput, en met hem de Limburgse N-VA, maakte er nooit een geheim van dat ze liever geen trams willen. Intussen lijken de drie lijnen op weg afgezwakt te worden tot een trambus-verbinding. Al waarschuwen experten dat die trage voertuigen geen oplossing zijn.

PROJECTLEIDER VANDEPUT

Het is dus niet dat er niets beweegt in Hasselt, integendeel. Maar het is voorlopig nog geen groot, wervend verhaal. Dat was ook al de kritiek op het 580-puntenplan waarmee deze coalitie de legislatuur aanvatte. Stuk voor stuk wellicht zinvolle doelen, maar de drijvende kracht en bezieling die uitgaat van een overkoepelende visie ontbreekt.

Burgemeester Steven Vandeput vergeet te werken aan een groot verhaal.

Het is een bedenking die samenhangt met de persoon van Steven Vandeput. Met een verleden in de bouwsector is hij een uitstekende projectleider, maar tegelijk bekijkt hij de projecten misschien te veel als individuele werven en vergeet hij te werken aan een groot verhaal, laat staan een punt aan de horizon aan te geven waar hij zijn stad in de toekomst ziet. En laat het nu net zo'n verhaal zijn dat enthousiasmeert, niet de 580 projecten die op de afvinklijst staan.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 44 tot 47

HALVERWEGE DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Aalst: het Kopenhagen aan de Dender?
Dieter Janssens
Antwerpen: continuïteit met wat rode rimpelingen
Mark Morren
Bergen: rood-groene hoofdstad van Henegouwen
Giuseppina Desimone
Brugge: er is meer dan haven en stedeschoon
Filip Canfyn
Brussel: er beweegt wat in de hoofdstad
Eric Corijn
Charleroi: opnieuw werk aantrekken
Pascal Verbeken
Genk: beleid met de nadruk op continuïteit
Fouad Gandoul
Gent: tussen hamer en aambeeld
Karel Van Keymeulen
Hasselt: stabiliteit maar weinig bezieling
Timmie Van Diepen
Kortrijk: post-renaissance zonder grandmaster Q
Nicolas Bouteca
Leuven: een progressief bestuur in een rijke stad
Walter Pauli
Luik: politieke hoogspanning aan de Maas
Pierre Verjans
Mechelen: bouwen voor de witte middenklasse
Sarah Wagemans
Namen: de schone slaapster wakker geschud
Christophe Deborsu
Oostende: gunstige kentering ingezet
Kathelijn Vervarcke
Roeselare: een olympische evaluatie
Tom Verhelst
Sint-Niklaas: de plannen zijn te mooi om waar te zijn
Johan De Vos
Turnhout: alle bouwstenen zijn aanwezig
Wouter Adriaensen