Abonneer Log in

Leuven: een progressief bestuur in een rijke stad

HALVERWEGE DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 52 tot 55

In 2018 stond Mohamed Ridouani voor de 'onmogelijke' opdracht om Louis Tobback op te volgen als burgemeester en het even goed te doen als bestuurder. De uitdaging is aangegaan.

Het rapport van de recentste Stadsmonitor was een opsteker voor het Leuvense schepencollege.

Lorin Parys voert slimme oppositie op het scherp van de snee – en richting Ridouani ook op het randje van het persoonlijke.

De avond van 14 oktober 2018 al stelde een fiere Mohamed Ridouani 'zijn' college voor met sp.a (nu Vooruit; 25,9%, 14 zetels), Groen (19,7%, 10 zetels) en CD&V (16,1%, 8 zetels). Eigenlijk had Ridouani ook een roodgroene coalitie kunnen vormen: sp.a-Groen was al goed voor 24 zetels op 47. Maar Ridouani wist uit ervaring dat dit niet goed (genoeg) was. Zes jaar eerder had Louis Tobback de laatste van zijn vier opeenvolgende 'roodroomse' coalities gevormd. Die steunde op een krappe meerderheid in zetels, maar niet in stemmen. Zelfs Tobback moest ervaren dat het niet evident is om tégen de bevolking in te besturen. Vandaar dat in 2018 oppositiepartijen N-VA, Groen als PVDA flink vooruitgingen.

Door CD&V mee te nemen had Ridouani van meet af aan een veel breder draagvlak, zowel politiek (32 zetels op 47) maar vooral maatschappelijk (61,7% van de Leuvense kiezers): CD&V blijft verbonden met zeker in Leuven bepalende organisaties als de KU Leuven, UZ Gasthuisberg of het Boerenbondconglomeraat. Ondanks de verschillen in stemmen en zetels kreeg elk van de drie meerderheidspartijen drie schepenen in het nieuwe college, met Mohamed Ridouani daarbij als burgemeester. Elke partij vond zich van in het begin bijzonder goed bij die constructie, en dat uit zich drie jaar later nog altijd stabiel, coherent en breed gesteund stadsbestuur. Mohamed Ridouani had dat nodig. Hij is de eerste allochtone burgemeester van een Vlaamse centrumstad, en zelfs in Leuven is dat natuurlijk niet voor alle inwoners even evident. Dat heeft hem ongetwijfeld goodwill opgeleverd bij de verkiezingen: zijn 10.059 stemmen waren méér dan de 9.921 stemmen van Tobback in 2012, én als de 7.217 stemmen van zijn nemesis Lorin Parys, de lijsttrekker van N-VA die met die score zichzelf mag beschouwen als de natuurlijke leider van de Leuvense oppositie. Maar niemand die nog kon zeggen dat Ridouani zijn titel alleen maar te danken had aan het feit dat Tobback hem tot zijn politieke erfgenaam had aangesteld. Hij had niet alleen zijn stemmen on his own right behaald, maar ook een onuitgegeven gemeentebestuur gesmeed – en dat dus al de avond zelf van de verkiezingen. Zoals een vooraanstaand lid van de Leuvense meerderheid (trouwens géén Vooruit-partijganger van Ridouani): 'De vorming van het schepencollege was quasi-perfect en draagt tot vandaag bij tot het stabiele bestuur in Leuven.'

En ook al blijft de burgemeester een 'socialist' en zullen critici de nieuwe coalitie afdoen als een 'heruitgave van de oude, gedepanneerd door Groen', toch doet die framing de waarheid geweld aan. De nieuwe coalitie is niet alleen nieuw maar ook jonger en vrouwelijker. En de oriëntatie is duidelijk 'post-Tobback'. Dat moest ook wel, na een 24-jarige bestuursperiode waarin het oorspronkelijke programma met grote hardnekkigheid en consequentie werd uitgevoerd. Mohamed Ridouani schetst zijn eigen opdracht als volgt, in de taal die zijn generatie eigen is: onder Tobback werd een kwarteeuw lang vooral ingezet op stadsvernieuwing, en zo kreeg Leuven een nieuwe hardware. Nu moet de aandacht gaan naar de software: de kwaliteit van het samenleven moet beter, de economische en ecologische onderbouw moderner. Een eerste beloning kwam er in 2020 toen de Europese Unie Leuven uitriep tot 'European Capital of Innovation': Leuven had het gehaald van Wenen, Valencia en Milaan, en kwam in een rijtje laureaten met onder meer Parijs, Barcelona of Amsterdam. Die officiële prijs, die gepatroneerd wordt door de Europese Unie, is eigenlijk belangrijker maar minder mediageniek dan de meer gepersonaliseerde en dus populairdere 'beste burgemeester ter wereld'-verkiezing.

Dat soort blijken van waardering dankt de universiteitsstad natuurlijk niet alleen aan zijn stadsbestuur, maar aan wat Ridouani graag 'het unieke ecosysteem' van zijn stad noemt: Leuven telt het hoogste aantal hoogopgeleiden per vierkante kilometer. Dat gegeven maakt dat een college zich kan concentreren op 'stadsbestuur 2.0', met projecten als 'Leuven Smart City' en 'Leuven Mind Gate' – Leuven voelt zich erg 'urban': gewoon Nederlands volstaat amper om de ambitie onder woorden te brengen. Het komt er telkens op neer dat stad, universiteit en academisch ziekenhuis alle beschikbare data samenbrengen en gebruiken om Leuven om te vormen tot een innovatieve modelstad inzake klimaat, gezondheid, vergroening, mobiliteit, sociale cohesie en economische ontwikkeling.

Dat samengaan van menselijk, financieel en sociaal kapitaal is de sterkte en (ook letterlijk) de rijkdom van de stad, maar ook de oorzaak van problemen. Leuven dreigt één en al gentrificatie te worden. Dat uit zich bijvoorbeeld in het onderwijs. Ridouani mag terecht fier zijn dat hij de oprichting mogelijk maakte van 'Stroom', een gloednieuwe school die Stem-onderwijs aanbiedt. Het globale Leuvense onderwijsaanbod blijft overdreven ASO-gericht, met een te onvolledig aanbod aan technisch onderwijs. Leuven is geen arbeidersstad (meer).

Het rapport van de recentste Stadsmonitor was een opsteker voor het Leuvense schepencollege.

Al zijn die relatief. Het rapport van de recentste Stadsmonitor (2021) was een opsteker voor het nieuwe Leuvense schepencollege: 93% woont graag in de stad, 78% is fier op Leuven, in acht op de tien bevraagde domeinen scoort Leuven zoniet eerste, dan toch bij de besten van de centrumsteden. Leuven is proper, veilig en, gelukkig, ook open en tolerant. Nogmaals, dat zijn allemaal afgeleiden van een welvarende stad die steeds nadrukkelijker steunt op een door universitaire innovatie gedreven economie – zelfs 'de Stella' profiteert ervan – maar het buitenland leert dat welvarend geen synoniem hoeft te zijn van tolerant: het kan ook zelfzuchtiger, wantrouwiger, en vooral protserig. Het open karakter van Leuven is een zegen voor de samenleving, en het stadsbestuur surft mee op dat gegeven en stimuleert die oriëntatie bovendien.

Dat bleek ook tijdens de coronacrisis. Leuven was een voorbeeldige leerling, en dat gold zowel voor het stadsbestuur als voor de bewoners. De vaccinatiecampagne was tot de puntjes verzorgd en werd massaal opgevolgd. Stedelijke affiches – 'Even apart, altijd samen' en nadien 'Altijd samen' – hingen massaal aan de ramen en gaven zelfs lege straten nog een warm 'wij-gevoel'. Maar het ging niet alleen over pr: het digitale platform 'Leuven Helpt' liep als een trein en werd tot in Nieuw-Zeeland gekopieerd. Het nieuwe stadsbestuur is niet alleen erg bedreven in communiceren, maar ook in organiseren: het recente wereldkampioenschap wielrennen (waarvan de aanzet nog uit de Tobback-tijd dateert) zette de stad (en het bestuur) andermaal in de etalage.

Niet dat alles koek en ei is. Onder impuls van Groen zet Leuven resoluut in op een transformatie naar een fietsstad. Die transitie is broodnodig, zeker voor een stad die zowel veilig, leefbaar en klimaatneutraal wil zijn. Maar het terugdringen van de auto ligt niet bij iedereen even gemakkelijk, zeker niet bij handelaars in winkelstraten met steeds meer leegstand. Tegelijk tekenen zich nieuwe ongelijkheden af, waar sommige bezitters van dure spedelecs en fancy elektrische fietsen even arrogant durven zijn tegen zwakkere weggebruikers als de bestuurders van blingbling auto's. Ook bij de nieuwe progressieve elite zijn er met weinig erbarmen met zwakkere stadsgenoten.

De nieuwe sociale ongelijkheid hindert het stadsbestuur ook in haar ambitie om via een voluntaristisch woonbeleid de huisprijzen te doen dalen, lukt niet. Dat was, is en zal het manco van het aantrekkelijke Leuven zijn om zichzelf te kunnen uitroepen tot een waarachtige 'sociale' stad: wonen is er (veel) te duur. Te veel hoogopgeleide en al snel bemiddelde inwoners azen op zeer gegeerde en dus steeds duurdere huizen en appartementen. Ondanks veel goede wil is er te weinig betaalbaar woonaanbod. En aangezien Leuven (toch indien de studentenpopulatie wordt meegerekend) nu al de dichtstbevolkte stad van Vlaanderen is, is de ruimte tot uitbreiding van het woonaanbod beperkt. En waar er iets gedaan wordt, ontstaan nieuwsoortige sociale conflicten. 't Wisselspoor, een ambitieus plan in de deelgemeente Kessel-Lo om op de terreinen van de voormalige NMBS-werkplaatsen een sociale en ecologisch verantwoorde woontoren te bouwen (het stadsbestuur had het over een 'verticale buurt') van elf verdiepingen hoog, stuitte op verzet van buurtbewoners en is inmiddels afgevoerd.

Lorin Parys voert slimme oppositie op het scherp van de snee – en richting Ridouani ook op het randje van het persoonlijke.

Dat protest werd gesteund door N-VA, met 22,2% en 11 zetels de grootste oppositiepartij. Ook die heeft zich aan het kiezerspubliek aangepast. In Leuven is N-VA uitgesproken groen (toch op haar manier; er kan geen boom gekapt worden of N-VA protesteert) en opvallend sociaal (N-VA protesteert tegen de hoge prijzen voor het verwerven van woningen). Sterke man Lorin Parys (N-VA) voert slimme oppositie op het scherp van de snee – en richting Ridouani ook op het randje van het persoonlijke. Als burgemeester van Marokkaanse afkomst loopt 'Mo' natuurlijk in de kijker. Ridouani zelf wil zeker geen 'allochtonenburgemeester' zijn. Een niet-toegelaten 'Black Lives Matter'-betoging bij het begin van de Covid-lockdown werd potig tot stilstand gebracht door de politie. Een beeld van Leopold II verdween weliswaar van de gevel van het stadhuis, maar daar bleef het bij. Die ene verwijdering was al een toegift aan Groen, dat eigenlijk verder wil gaan met de 'dekolonisatie' van Leuven dan hun burgemeester. Ridouani gruwt van polariserende 'symbooldiscussies' en zet liever in op concrete integratie – in wonen, werken en opleiding. Ook in Leuven heeft samenleven zijn prijs.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 52 tot 55

HALVERWEGE DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Aalst: het Kopenhagen aan de Dender?
Dieter Janssens
Antwerpen: continuïteit met wat rode rimpelingen
Mark Morren
Bergen: rood-groene hoofdstad van Henegouwen
Giuseppina Desimone
Brugge: er is meer dan haven en stedeschoon
Filip Canfyn
Brussel: er beweegt wat in de hoofdstad
Eric Corijn
Charleroi: opnieuw werk aantrekken
Pascal Verbeken
Genk: beleid met de nadruk op continuïteit
Fouad Gandoul
Gent: tussen hamer en aambeeld
Karel Van Keymeulen
Hasselt: stabiliteit maar weinig bezieling
Timmie Van Diepen
Kortrijk: post-renaissance zonder grandmaster Q
Nicolas Bouteca
Leuven: een progressief bestuur in een rijke stad
Walter Pauli
Luik: politieke hoogspanning aan de Maas
Pierre Verjans
Mechelen: bouwen voor de witte middenklasse
Sarah Wagemans
Namen: de schone slaapster wakker geschud
Christophe Deborsu
Oostende: gunstige kentering ingezet
Kathelijn Vervarcke
Roeselare: een olympische evaluatie
Tom Verhelst
Sint-Niklaas: de plannen zijn te mooi om waar te zijn
Johan De Vos
Turnhout: alle bouwstenen zijn aanwezig
Wouter Adriaensen