Abonneer Log in

Turnhout: alle bouwstenen zijn aanwezig

HALVERWEGE DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 80 tot 83

De Turnovatoren staat symbool voor de metamorfose die de zelfverklaarde hoofdstad van de Kempen onderging.

Zaagt en klaagt de Turnhoutenaar niet over 'de vreemdelingen', dan wel over de mobiliteit.

De kans dat in 2024 het cordon sanitaire doorbroken wordt in de stad waar het werd uitgevonden, lijkt erg klein.

Er staat een toren in het centrum van Turnhout. Turnova is een inbreidingsproject, een nieuwe stadswijk die in de plaats van de verloederde fabrieken van drukkerij Brepols kwam. Nadat het dossier jarenlang in het slop zat, vind je hier nu winkels, restaurants, de stedelijke academies, een viersterrenhotel, appartementen, woningen – en dus ook een toren. Naar Kempense normen zelfs een wolkenkrabber.

Die toren is allerminst onomstreden. De ene vindt het een spuuglelijk gedrocht, de decadente utopie om hoger te reiken gevat in staal, glas en beton. De andere vindt het tijd dat die saaie, Kempense kleingeestigheid eindelijk doorbroken werd en dat Turnhout gerust wat meer ambitie mag uitstralen, letterlijk en figuurlijk. In elk geval staat de Turnovatoren symbool voor de metamorfose die de zelfverklaarde hoofdstad van de Kempen, de kleinste van de dertien centrumsteden, het laatste decennium onderging. In een andere inbreidingswijk, Niefhout aan het station, staan duurzame zorg en hernieuwbare energie centraal. De nieuwe bibliotheek, met een kostenplaatje van 6 miljoen euro, is een voorbeeld voor elke centrumstad.

ERFENIS VAN ONBESTUURBAARHEID

Turnova had feestelijk ingehuldigd moeten worden in het weekend van 13, 14 en 15 maart 2020. Een microscopisch klein beestje trok een ferme streep door de rekening van het huidige stadsbestuur. Nu kon het zelfs niet gaan lopen met de pluimen voor het werk van hun voorgangers. 'De N-VA oogst wat wij gezaaid hebben', klonk het namelijk enigszins zuur bij lokale partij TIM (Turnhout Iedereen Mee) toen die in oktober 2018 tot de oppositie gedwongen werd.

Die reactie was ergens begrijpelijk. Na de verkiezingen van 2012 had een coalitie van N-VA, CD&V en sp.a geleid tot de maandenlange onbestuurbaarheid van de stad, een bedenkelijke primeur voor Vlaanderen. N-VA werd vervangen door Groen en TIM, een afscheuring van CD&V die na haar eerste stembusslag met Eric Vos meteen de burgemeester mocht leveren. De naar Vlaamse normen erg centrumlinkse coalitie met vier partijen legde zichzelf echter stevige besparingen op. De volgende meerderheid zou dan ook een ambitieus meerjarenplan kunnen voorleggen. En welke politicus wil niet graag de boodschap brengen dat er stevig geïnvesteerd kan worden terwijl de schuldgraad laag blijft, en dat zonder de belastingen te verhogen?

TIM ging echter achteruit in oktober 2018 en bleef niet langer aan boord. N-VA verloor dan wel stemmen aan Vlaams Belang, het bleef toch de grootste partij. Een meerderheid met vier bleek opnieuw onafwendbaar, TIM werd vervangen door N-VA. Dat leverde met ingevoerd lijsttrekker Paul Van Miert ook de burgemeester. Van Miert is daarnaast ook Vlaams Parlementslid. Een cumulverbod kan nochtans ook zijn vruchten afwerpen. Kijk maar naar Turnhoutenaar Hannes Anaf, in de vorige legislatuur nog sp.a-schepen, nu voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie naar het PFOS-schandaal.

VOORBEELD VOOR ARMOEDEBESTRIJDING

N-VA, CD&V, Groen en sp.a stelden een meerjarenplan voor met vier grote pijlers: armoede, verbondenheid, veiligheid en mobiliteit. De ambitie om 100 miljoen euro te investeren, onder meer in een nieuwe sporthal, bleef ook overeind nadat een 'rekenfoutje' van 26 miljoen euro gecorrigeerd moest worden. De stad mocht bovendien heel wat coronamiddelen ontvangen. Die crisis werd goed doorstaan, onder meer dankzij een opener communicatieaanpak van burgemeester Van Miert. Ze zorgde er wel voor dat er nog werk is aan de pijler verbondenheid. Stadstoeren, een zomerprogramma met lokale culturele activiteiten, beleefde een eerste editie onder de radar.

Alhoewel misschien veel minder duidelijk op het eerste gezicht, lijkt de asielcrisis vandaag nog steeds een grotere invloed te hebben op Turnhout dan de coronacrisis. De aanwezigheid van verschillende asielcentra zorgde voor een instroom aan inwoners van buitenlandse origine. Dat zijn uiteraard niet alleen oorlogsvluchtelingen: een kwart van de stedelijke bevolking bestaat uit Nederlanders, Roemenen en Polen. De grotere diversiteit leidde toch tot een groter onveiligheidsgevoel, dat weliswaar dalende is maar nog steeds hoog blijft. Ondanks steeds lagere criminaliteitscijfers blijkt de perceptie van de Turnhoutenaars moeilijk omkeerbaar.

Het stadsbestuur blijft stevig inzetten op de bestrijding van de stijgende armoedecijfers. De voorbije zomer kwam federaal minister van Armoedebestrijding, Karine Lalieux (PS), nog inspiratie opdoen in Turnhout voor het armoedeplan dat ze voorbereidt. Vlaams minister van Jeugd, Benjamin Dalle (CD&V), bezocht dan weer een organisatie die sportactiviteiten aanbiedt aan kwetsbare kinderen. De tewerkstellingsprojecten en innovatiesubsidies van schepen van Gelijke Kansen, Kelly Verheyen (Vooruit), lijken aan te slaan maar vertalen zich op korte termijn nog niet in de statistieken.

WONEN EN WEGEN

De bevolking stijgt richting 50.000 inwoners maar tegelijk blijft Turnhout, zeker in vergelijking met andere centrumsteden, betaalbaar en dus aantrekkelijk. Er staat dan ook druk op de woonvoorzieningen. In het noorden van de stad komen er 500 woningen bij in de Heizijdse Velden rond de Stadsboerderij. In het zuiden stuiten de plannen voor 300 extra woningen in een watergevoelig gebied op verzet van de buurt. Het stadsbestuur vroeg voormalig Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck om in dialoog te gaan met alle betrokken partijen. In zulke gevallen wordt wel eens met weemoed terug gedacht aan het ooit revolutionaire inspraakmodel dat in Turnhout opgang maakte. Sommigen lijken inspraak echter met beslissingsrecht te verwarren.

De stad kreeg recent nog lof toegezwaaid van huidig Vlaams Bouwmeester Erik Wieërs voor de manier waarop ze verkavelingen aanpakt. Projectontwikkelaars worden stevig aangespoord of zelfs verplicht om voldoende groen, minstens 15% sociale woningen en commons zoals een warmtenet of autodeelplaatsen te voorzien. In Niefhout werd een van de eerste Vlaamse warmtenetten aangelegd. De stad, die eigenaar is gebleven van de warmwaterbron onder Turnova, zet in op deze vorm van hernieuwbare energie, waar ook elders in de Kempen volop mee geëxperimenteerd wordt. Het zijn pluimen die voormalig schepen van Ruimtelijke Ordening en huidig schepen van Milieu en Duurzaamheid, Astrid Wittebolle (Groen), op haar hoed mag steken.

Zaagt en klaagt de Turnhoutenaar niet over 'de vreemdelingen', dan wel over de mobiliteit.

Zaagt en klaagt de Turnhoutenaar op sociale media niet over 'de vreemdelingen', dan wel over de mobiliteit. Het decennia oude voorstel om de ring in het groene noorden van de stad rond te maken, lijkt definitief naar de zeer lange termijn verschoven wegens veel te duur. Schepen van Mobiliteit, Marc Boogers (Groen), heeft zijn hoop gevestigd op het stedelijk plateau, een zuidelijke ondertunneling van de ring tussen de stad en het stadspark. De inwoners lijken zich ondertussen ook neergelegd te hebben bij de invoering van een grote zone 30 in de stadskern. Dat bezoekers en bewoners hun auto nergens (gratis) kwijt kunnen, lijkt een eeuwige verzuchting te blijven.

GEMISTE FUSIE

Al deze problematieken dienen wel in een grotere context geplaatst te worden. In de fusiegolf van eind jaren 1970 werd de boot gemist door politiek gekrakeel. De Stadsregio, een samenwerkingsverband met de kleinere maar rijkere buurgemeenten Beerse, Oud-Turnhout en Vosselaar, onderneemt steeds meer bovenlokale initiatieven. Maar omdat bijvoorbeeld de Stadsmonitor enkel rekening houdt met de kernstad, bokst Turnhout nog vaak boven het eigen gewicht. Kort door de bocht: de stad moet zowel de lusten voorzien als opdraaien voor de lasten.

Omdat de meerderheid steeds de achterban van vier partijen tevreden moet houden, dringen ideologische hete hangijzers zoals een hoofddoekenverbod of een zero-emissiezone voorlopig niet door tot de hoofdstad van de Kempen. Tegelijk kan de continue consensuspolitiek leiden tot een vis-noch-vleesbeleid. Toch heeft het er alle schijn van dat over drie jaar opnieuw een meerderheid met vier gezocht moet worden. In 2018 haalden oppositiepartijen Vlaams Belang 17,5% en TIM 13,4%, samen goed voor 12 van de 35 zetels. De kans dat in 2024 het cordon sanitaire doorbroken wordt in de stad waar het werd uitgevonden, lijkt erg klein. Het is dan ook uitkijken naar wat lokale partij TIM doet.

De kans dat in 2024 het cordon sanitaire doorbroken wordt in de stad waar het werd uitgevonden, lijkt erg klein.

ALLE BOUWSTENEN AANWEZIG

Schepen van Ruimtelijke Ordening, Centrummanagement en Toerisme, Els Baeten (N-VA), is er dan allicht niet meer bij. De vrouw die de lokale afdeling van N-VA boven water hield na de onbestuurbaarheid blonk de voorbije drie jaar niet bepaald uit in dossierkennis. Ze wordt zoals vooraf afgesproken halverwege de legislatuur vervangen door advocaat Stijn Adriaensens. Verder lijkt het college van burgemeester en zeven schepenen in relatieve rust verder te kunnen werken aan belangrijke dossiers zoals de vergrijzing, een Nationaal Park, veiligheid, een bijsturing van de mobiliteit op de ring en aan het station, zwerfvuil, de herinrichting van verschillende centrumstraten en de toekomst van provinciaal cultuurcentrum de Warande.

Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Bart Somers (Open VLD), gaf als voormalig burgemeester van lichtend voorbeeld Mechelen drie tips aan het stadsbestuur bij zijn bezoek aan Turnhout: investeren in de publieke ruimte, het veiligheidsgevoel verbeteren en een sterk inclusief sociaal beleid. 'Ik merk dat daarvoor hier de bouwstenen aanwezig zijn', voegde hij er op de bovenste verdieping van de Turnovatoren aan toe. Als nu ook nog de Binken zelf mee willen in dat verhaal, lijkt de toekomst van Turnhout rooskleurig.

Samenleving & Politiek, Jaargang 28, 2021, nr. 8 (oktober), pagina 80 tot 83

HALVERWEGE DE LOKALE LEGISLATUUR (2018-2024)

Aalst: het Kopenhagen aan de Dender?
Dieter Janssens
Antwerpen: continuïteit met wat rode rimpelingen
Mark Morren
Bergen: rood-groene hoofdstad van Henegouwen
Giuseppina Desimone
Brugge: er is meer dan haven en stedeschoon
Filip Canfyn
Brussel: er beweegt wat in de hoofdstad
Eric Corijn
Charleroi: opnieuw werk aantrekken
Pascal Verbeken
Genk: beleid met de nadruk op continuïteit
Fouad Gandoul
Gent: tussen hamer en aambeeld
Karel Van Keymeulen
Hasselt: stabiliteit maar weinig bezieling
Timmie Van Diepen
Kortrijk: post-renaissance zonder grandmaster Q
Nicolas Bouteca
Leuven: een progressief bestuur in een rijke stad
Walter Pauli
Luik: politieke hoogspanning aan de Maas
Pierre Verjans
Mechelen: bouwen voor de witte middenklasse
Sarah Wagemans
Namen: de schone slaapster wakker geschud
Christophe Deborsu
Oostende: gunstige kentering ingezet
Kathelijn Vervarcke
Roeselare: een olympische evaluatie
Tom Verhelst
Sint-Niklaas: de plannen zijn te mooi om waar te zijn
Johan De Vos
Turnhout: alle bouwstenen zijn aanwezig
Wouter Adriaensen